<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:651</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-28T16:47:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R.B.B. nr. 1365 van 2015/AUA201500539</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:651">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:651</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-28T16:46:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:651 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 23-08-2017 / A.R.B.B. nr. 1365 van 2015/AUA201500539</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:651:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Geldleningsovereenkomst</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:651:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Vonnis van 23 augustus 2017</para>
  <para>Behorend bij A.R.B.B. nr. 1365 van 2015/AUA201500539</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>VONNIS </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de naamloze vennootschap<emphasis role="bold"> ISLAND FINANCE ARUBA N.V.,</emphasis></para>
    <para>gevestigd in Aruba,</para>
    <para>eiseres, </para>
    <para>hierna ook te noemen: IFA,</para>
    <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
    <para>wonende in Aruba te [adres], </para>
    <para>gedaagde,</para>
    <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
    <para>procederend in persoon.</para>
  </parablock>
  <para>1. <emphasis role="bold">DE PROCEDURE</emphasis></para>
  <para>1.1 Het verloop van de procedure tot 2 september 2015 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De ingevolge dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2015. IFA is toen ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, en [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben bij aanvang van de comparitie medegedeeld dat zij in termen van onderhandeling zijn en vooralsnog willen blijven teneinde een minnelijke regeling te bewerkstelligen. Het Gerecht heeft daarop de zaak naar de rol van 26 oktober 2015 verwezen voor akte uitlating regeling of voortprocederen zijdens IFA. Op 9 november 2015 heeft de rolrechter de zaak op verzoek van partijen verwezen naar de parkeerrol. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
  <parablock>
    <para>-de op 1 februari 2017 door IFA genomen akte, houdende de mededeling dat partijen geen regeling hebben bereikt en dat zij wil voortprocederen;</para>
    <para>-de op 29 maart 2017 door IFA genomen conclusie van repliek, tevens houdende een wijziging van eis, met producties;</para>
    <para>-de op 24 mei 2017 jegens [gedaagde] verleende akte niet dienen van dupliek.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.2 Vonnis is nader bepaald op heden.	</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Na toegelaten wijziging van eis vordert IFA dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-om aan IFA tegen behoorlijke kwijting te betalen Afl. 11.435,07, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 1,5% maandelijks gerekend vanaf 1 augustus 2016 over het bedrag van Afl. 6.380,07;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft bij gelegenheid van antwoord verweer gevoerd. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de bij repliek gewijzigde eis van IFA en de daaraan ten gronde gelegde stellingen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen, met inachtneming van het navolgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft de juistheid van de bij gelegenheid van repliek opgeworpen stellingen van IFA niet bestreden. Uit die vaststaande of voor juist geldende stellingen volgt dat [gedaagde] zijn aanvankelijke beroep op verjaring niet langer handhaaft en dat hij het thans door IFA in hoofdsom gevorderde bedrag opeisbaar verschuldigd is aan IFA, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 1,5% maandelijks gerekend vanaf 1 augustus 2016 over het bedrag van Afl. 6.380,07. De vorderingen van IFA zullen worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van IFA, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 283,19 aan verschotten en Afl. 3.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten van tarief 4 van het liquidatietarief, ad Afl. 1.000,-- per punt).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagde] om aan IFA te betalen tegen behoorlijke kwijting </para>
      <para>Afl. 11.435,07, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 1,5% maandelijks gerekend over Afl. 6.380,07 vanaf 1 augustus 2016 tot aan de algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van IFA, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 283,19 aan verschotten en Afl. 3.000,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 augustus 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>