<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:650</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-28T16:45:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">B.B. 2 van 2017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:650">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:650</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-28T16:44:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:650 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 23-08-2017 / B.B. 2 van 2017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:650:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Verzetvonnis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:650:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 23 augustus 2017</para>
    <para>Behorend bij B.B. 2 van 2017</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op het verzet van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Opposant],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>opposant,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [opposant],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Geopposeerde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>geopposeerde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [geopposeerde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het op 11 augustus 2016 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) verzoekschrift van [geopposeerde], met producties;</para>
      <para>- het bij verstek uitgesproken betalingsbevel van dit Gerecht van 2 november 2016 onder zaaknummer B.B. 1901 van 2016 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij [opposant] uitvoerbaar bij voorraad is bevolen tot betaling aan [geopposeerde] van Afl. 2.615,63 te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 14 februari 2013 en met buitengerechtelijk incassokosten ad Afl. 375,--, alsmede tot betaling aan [geopposeerde] van Afl. 50,-- aan proceskosten;</para>
      <para>- de op 3 januari 2017 ter griffie ingediende conclusie van eis in oppositie annex verzetschrift van [opposant], met producties;</para>
      <para>- de tegen [geopposeerde] verleende akte van niet dienen antwoord in oppositie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>opposant] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis hem goed opposant verklaart, het vonnis waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van [geopposeerde] afwijst, met veroordeling van hem in de proceskosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>geopposeerde] heeft geen gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om verweer te voeren.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>geopposeerde] heeft niet gesteld noch is gebleken dat [opposant] het betalingsbevel waarvan verzet eerder heeft ontvangen dan per deurwaardersexploot van 16 december 2016, en evenmin is gesteld of gebleken dat [opposant] eerder dan die datum kennis droeg van de inhoud van dat vonnis. Dat betekent dat [opposant] binnen de daartoe geldende termijn verzet heeft ingesteld, en daarom ontvankelijk is in zijn verzet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>geopposeerde] heeft (de juistheid van) de in sustenu 2 en 3 van zijn verzetschrift neergelegde bevrijdende stellingen van [opposant] niet bestreden. Die stellingen staan daarom vast, en leiden tot de slotsom dat [opposant] goed opposant zal worden verklaard, het betalingsbevel waarvan verzet zal worden vernietigd, en - opnieuw recht doende - het oorspronkelijk door [geopposeerde] gevorderde zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>geopposeerde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de proceskosten van [opposant] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 250,-- (1 punt van tarief 2 van het liquidatietarief, ad Afl. 250,-- per punt). De proceskosten van [opposant] in de oorspronkelijke procedure worden begroot op nihil, omdat [opposant] in die procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten professionele rechtsbijstandverlener. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING IN OPPOSITIE</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart [opposant] goed opposant;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-vernietigt het betalingsbevel waarvan verzet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het oorspronkelijk door [geopposeerde] gevorderde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [geopposeerde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [opposant], tot aan deze uitspraak begroot Afl. 250,-- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 23 augustus 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>