<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-12T13:50:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201600218</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:584">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-12T13:49:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:584 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 03-07-2017 / AUA201600218</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:584:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Landverordening Administratieve Rechtspraak (Lar) - doorzendplicht</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:584:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 3 juli 2017</para>
    <para>AUA201600218</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[appellant]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>APPELLANT,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">het hoofd van de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister</emphasis>,</para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.M.A.M. Ponsioen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 11 februari 2014 heeft verweerder een verzoek van appellant  om inschrijving in het bevolkingsregister van het in Haïti tussen hem en mevrouw [de vrouw] voltrokken huwelijk afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking op bezwaar van 18 september 2014 heeft verweerder het daartegen door appellant gemaakte bezwaar  niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 november 2014 heeft appellant verweerder verzocht  de beschikking van 11 februari 2013 te heroverwegen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 5 mei 2015 heeft verweerder dat verzoek afgewezen en  de beschikking van 11 februari 2014  gehandhaafd.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 19 mei 2016 heeft verweerder, naar aanleiding van een brief van appellant van 26 november 2015, opnieuw geweigerd de beschikking van 11 februari 2014 te heroverwegen en deze beschikking gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van 19 mei 2016 heeft appellant op 4 november 2016 beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is behandeld ter zitting van 22 mei 2017, alwaar zijn verschenen appellant in persoon en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 9, eerste lid van de Lar kan degene die door een beschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen het bestuursorgaan verzoeken de beschikking in heroverweging te nemen, tenzij deze op bezwaar is genomen.</para>
        <para>	Ingevolge artikel 10 wordt dit verzoek aanhangig  gemaakt door indiening van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat de beschikking heeft gegeven, of, indien de beschikking zulks overeenkomstig artikel 5, tweede lid, vermeldt, bij de daarbij aangegeven dienst of instelling.</para>
        <para>	Ingevolge artikel 23, eerste lid, voor zover thans van belang, kan degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing daartegen beroep instellen bij het Gerecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>De beschikking van 19 mei 2016 behelst geen op een bezwaarschrift genomen beslissing als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Lar. Gelet hierop, en nu evenmin elders daarin is voorzien, is het gerecht onbevoegd van het daartegen ingestelde beroep kennis te nemen. </para>
        <para>	Omdat het beroepschrift een verzoek behelst een niet op bezwaar gegeven beschikking te heroverwegen, zal het gerecht voorts bepalen dat dit beroepschrift zal worden doorgezonden aan verweerder, ter behandeling als bezwaarschrift, waarbij verweerder er van uit dient te gaan dat het bezwaarschrift op de datum van indiening ter griffie van het gerecht, te weten 4 november 2016, is ingediend (vergelijk de uitspraak van het gerecht van 5 december 2016, in zaak nr. L.A.R. nr. 1887 van 2016). Overigens kan appellant vervolgens desgewenst tegen de op dat bezwaarschrift door verweerder te geven beschikking beroep instellen bij het gerecht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het bovenstaande leidt tot de volgende beslissing.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen;</para>
    <para />
    <para>- draagt de griffier op het beroepschrift uiterlijk op de dag na die van de dagtekening van deze uitspraak ter behandeling als bezwaarschrift door te zenden naar verweerder.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>