<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-12T10:38:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201700768</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:576">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-12T10:37:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:576 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 03-07-2017 / AUA201700768</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:576:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (hierna: de Lv VOG) - Het gerecht is van oordeel dat, in aanmerking genomen de veroordeling van klager voor een strafbaar feit uit 2013, alsmede de aard en ernst van het gepleegde misdrijf, te weten doodslag, en het betrekkelijk korte tijdsverloop sinds klager met justitie in aanraking is gekomen, verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen de persoon van klager, gelet op het doel, waarvoor afgifte is verzocht. Daarbij wordt voorts in aanmerking genomen dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat omdat de functie van autowasser bij Sixt Rent A Car mede inhoudt het vervoer van toeristen tussen de luchthaven en het autoverhuurbedrijf, waarbij betrokkene alleen met de toeristen in de auto zal zitten, deze functie van dien aard is dat volledig op de integriteit en betrouwbaarheid van betrokkene moet kunnen worden vertrouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:576:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 3 juli 2017</para>
    <para>AUA201700768</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het klaagschrift als bedoeld in artikel 25 van de Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (hierna: de Lv VOG) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[klager]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Aruba, </para>
      <para>KLAGER, </para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen de beschikking van 20 april 2017 van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 14 van de Lv VOG,</emphasis>
      </para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Bij beschikking van 20 april 2017, door klager ontvangen op 25 april 2017, heeft verweerder het verzoek van klager om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 5 mei 2017 heeft klager daartegen een klaagschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft de zaak behandeld in raadkamer op 12 juni 2017, waar klager, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd, en verweerder zijn verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel vijf, eerste lid, van de Lv VOG wordt een strafblad uit het strafregister verwijderd na verloop van een termijn van vier jaren.</para>
        <para>	Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, beloopt de termijn acht jaren, indien bij de veroordeling is opgelegd gevangenisstraf. </para>
        <para>	Ingevolge artikel 7, eerste lid, wordt de in artikel 5 bedoelde termijn verlengd met de bij de uitspraak bepaalde duur van de opgelegde vrijheidsstraf met uitzondering van de straf of het gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de rechter heeft bepaald dat het niet zal worden tenuitvoergelegd en een last tot herroeping niet is gegeven. </para>
        <para>	Ingevolge artikel 15, tweede lid, houdt een verklaring omtrent het gedrag niet anders in dan dat de aangewezen ambtenaar uit het onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene ingesteld, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. </para>
        <para>	Ingevolge artikel 22, eerste lid, geeft de aangewezen ambtenaar een verklaring omtrent het gedrag slechts af wanneer hem uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. In alle andere gevallen weigert hij de gevraagde verklaring af te geven. </para>
        <para>	Ingevolge artikel 23, eerste lid, mag de aangewezen ambtenaar, voor zover thans van belang, bij zijn onderzoek uitsluitend acht slaan op:</para>
      </parablock>
      <para>a. de uittreksels uit de strafregisters die hem ten aanzien van de betrokkene verstrekt worden;</para>
      <para>b. gegevens ontleend aan de registers van de politie;</para>
      <para>c. andere schriftelijke bescheiden welke hem in verband met de afgifte van de verklaring omtrent het gedrag ter beschikking zijn gesteld. 	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Klager heeft verzocht om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag ten behoeve van een dienstbetrekking bij Sixt Rent A Car in de functie van autowasser.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij de afwijzing heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, hem is gebleken van bezwaren tegen klager. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager bij onherroepelijk geworden vonnis van het hof van 7 oktober 2013 is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren voor doodslag. Ter zitting heeft verweerder nader toegelicht dat  bij de afwijzing mede in aanmerking is genomen dat de door klager beoogde werkzaamheden van autowasser mede inhouden het ophalen en wegbrengen van toeristen. Onder deze omstandigheden vormt de  aard van dit strafbare feit  volgens verweerder, gelet op het doel, waarvoor afgifte is verzocht,  zodanige bezwaren dat afgifte van een verklaring omtrent het gedrag moest worden geweigerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Klager betoogt dat  verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen zijn persoon, gelet op het doel, waarvoor de afgifte is verzocht. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom het door klager gepleegd feit een bezwaar vormt  om als autowasser werkzaam te kunnen zijn, aldus klager. Klager voert voorts aan dat hij door de afwijzing de  kans misloopt om vast werk te kunnen vinden om in zijn bestaan te kunnen voorzien en om  te kunnen resocialiseren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het gerecht is van oordeel dat, in aanmerking genomen de veroordeling van klager voor een strafbaar feit uit 2013, alsmede de aard en ernst van het gepleegde misdrijf, te weten doodslag, en het betrekkelijk korte tijdsverloop sinds klager met justitie in aanraking is gekomen, verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen de persoon van klager, gelet op het doel, waarvoor afgifte is verzocht. Daarbij wordt voorts in aanmerking genomen dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat omdat de functie van autowasser bij Sixt Rent A Car mede inhoudt het vervoer van toeristen tussen de luchthaven en het autoverhuurbedrijf, waarbij betrokkene alleen met de toeristen in de auto zal zitten, deze functie van dien aard is dat volledig op de integriteit en betrouwbaarheid van betrokkene moet kunnen worden vertrouwd. Onder deze omstandigheden was verweerder ingevolge artikel 22, eerste lid, van de Lv VOG gehouden te weigeren de gevraagde verklaring af te geven. Het betoog faalt reeds om deze reden. Hetgeen klager voor het overige aanvoert, behoeft dan ook geen bespreking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Gelet op het vorenoverwogene  zal de klacht  ongegrond worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de klacht ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing werd gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, op maandag 3 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open (artikel 28, derde lid, van de Lv VOG).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>