<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-12T10:24:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Aua201700156</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:573">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:573</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-12T10:23:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:573 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 03-07-2017 / Aua201700156</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:573:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Landsverordening Administratieve Rechtspraak (Lar) - verzoek ex artikel 53 Lar - Het gerecht overweegt dat bij het sluiten van het onderzoek niet is gebleken dat verweerder op het bezwaar van verzoekers heeft beslist. Verweerder heeft derhalve geen gevolg gegeven aan voormelde uitspraken van 20 juni 2016 en 7 december 2016. Het gerecht ziet hierin aanleiding om verweerder op te dragen om alsnog een reële beslissing op het bezwaar van verzoekers van 1 juli 2015 te nemen binnen een termijn van vier weken na dagtekening van deze uitspraak, thans onder het opleggen van een dwangsom van Afl. 500,- per dag dat verweerder in gebreke blijft aan deze uitspraak te voldoen, met een maximum van Afl. 25.000,-.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:573:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 3 juli 2017</para>
    <para>Aua201700156</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek ex artikel 53 van </para>
      <para>de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Heritage Development Company N.V. </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">2. [verzoeker 2] </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd, onderscheidenlijk wonend, in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKERS,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.R. Zeppenfeldt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuut en Integratie,</emphasis>
      </para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij uitspraak van dit gerecht van 20 juni 2016, Lar nr. 2638 van 2015, heeft het gerecht het beroep van verzoeker sub 1 tegen de fictieve afwijzende beschikking op zijn bezwaar van 1 juli 2015 gegrond verklaard, deze fictieve beschikking vernietigd en verweerder opgedragen om uiterlijk binnen een termijn van drie maanden na dagtekening van de uitspraak een reële beslissing te nemen op het bezwaar.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 7 december 2016, HLAR 79833/16 en 79834/16, heeft het Hof het daartegen door verzoekers ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van het gerecht vernietigd, voor zover het gerecht heeft nagelaten op het beroep van verzoeker sub 2 te beslissen, dat beroep gegrond verklaard, de fictieve afwijzende beschikking op het bezwaar van verzoeker sub 2 vernietigd en bepaald dat  verweerder  binnen 4 weken na die uitspraak een beslissing  neemt op het bezwaar van verzoeker sub 2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 maart 2017 hebben verzoekers onderhavig verzoek ex artikel 53 van de Lar ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is nader bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Lar kan, indien het bestuursorgaan niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet aan artikel 51, de wederpartij bij het gerecht een verzoek indienen tot toekenning van een vergoeding ten laste van het Land dan wel een verzoek om het bestuursorgaan te verplichten alsnog gevolg te geven aan de uitspraak.</para>
        <para>Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, kan bij de beslissing op dit verzoek worden bepaald dat het bestuursorgaan aan de wederpartij een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het in gebreke blijft aan de beslissing te voldoen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het verzoek strekt ertoe om verweerder door middel van het opleggen van een dwangsom overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van de Lar te verplichten gevolg te geven aan de uitspraken van 20 juni 2016 en 7 december 2016.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het gerecht overweegt dat bij het sluiten van het onderzoek niet is gebleken dat verweerder op het bezwaar van verzoekers heeft beslist. Verweerder heeft derhalve  geen gevolg gegeven aan voormelde uitspraken van 20 juni 2016 en 7 december 2016.  Het gerecht ziet hierin aanleiding om verweerder op te dragen om alsnog een reële beslissing op het bezwaar van verzoekers van 1 juli 2015 te nemen binnen een termijn van vier weken na dagtekening van deze uitspraak, thans onder het opleggen van een dwangsom van Afl. 500,- per dag dat verweerder in gebreke blijft aan deze uitspraak te voldoen, met een maximum van Afl. 25.000,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Nu verzoekers met recht in beroep zijn gekomen en hierdoor noodzakelijke kosten hebben gemaakt door met een gemachtigde op te treden, zal verweerder in de kosten van dit geding worden veroordeeld, die begroot worden op een bedrag van Afl. 500,-.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat verweerder binnen een termijn van vier weken  na dagtekening van deze uitspraak een reële beslissing dient te nemen op het bezwaar van verzoekers van <?linebreak?>1 juli 2015; </para>
    <para />
    <para> bepaalt dat verweerder een dwangsom aan verzoekers verbeurt van Afl. 500,- per dag dat verweerder in gebreke blijft om na bovenvermelde termijn van vier werken een reële beslissing te nemen, met een maximum van Afl. 25.000,-; </para>
    <para />
    <para> veroordeelt verweerder tot betaling van de door verzoekers voor dit geding gemaakte kosten aan rechtskundige bijstand, begroot op Afl. 500,-;</para>
    <para />
    <para> gelast de teruggave van het door verzoekers gestorte griffierecht van Afl. 25,-.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing werd gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 3 juli 2017, in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>