<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-10T15:28:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 997 van 2013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:536">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-10T15:28:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:536 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 05-07-2017 / A.R. 997 van 2013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:536:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Tekortkoming in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende huurbetalingsverplichting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:536:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 5 juli 2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. 997 van 2013</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiser 1]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiser 2],</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna in enkelvoud ook te noemen: [eisers],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde 1]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde 2]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna in enkelvoud ook te noemen: [gedaagden],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de akte eiswijzing;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen;</para>
    <para>- de rolbeschikking houdende doorhaling van de zaak op 1 juli 2015;</para>
    <para>- het verzoek bij brief van 19 april 2017 de zaak weer op de rol te plaatsen;</para>
    <para>- de akte van [eisers] op de rol van 24 mei 2017. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen hebben op 17 maart 2012 een huurovereenkomst gesloten. De huurprijs bedroeg Afl. 2.300,- per maand. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>[eisers] vordert na wijzing van eis – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagden] tot betaling van Afl. 10.687,25, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van [gedaagden] tot vergoeding van de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>[eisers] grondt de vordering erop dat [gedaagden] tekortgeschoten is in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende (huur)betalingsverplichting en het gehuurde niet correct heeft opgeleverd.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>[gedaagden] voert hiertegen gedeeltelijk verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Tussen partijen heeft een huurovereenkomst bestaan. Volgens [eisers] heeft [gedaagden] de volledige huur niet betaald. [gedaagden] heeft het gehuurde verlaten zonder inachtneming van de opzegtermijn en het gehuurde niet goed opgeleverd. [eisers] heeft kosten moeten maken om dat te herstellen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2 [</nr>
      <para>[gedaagden] erkent dat hij een bedrag van Afl. 2.600, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2012 verschuldigd is. Kennelijk gaat [gedaagden] ervan uit dat de totale betalingsverplichting uit de huurovereenkomst 11 maanden ad Afl. 2.300, = Afl. 25.300, beloopt, waarvan Afl. 20.400, werd voldaan. Daaruit leidt het gerecht, uitgaande van de start van de huur op 29 maart 2012, dat [gedaagden] het gehuurde februari 2013 zou hebben ontruimd. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Uit de akte eiswijziging blijkt dat [eisers] ervanuit gaat dat gehuurd is van maart 2012 tot en met januari 2013 voor een totale som van Afl. 25.300,; dat zou inderdaad 11 maanden zijn. Volgens [eisers] is echter Afl. 19.167, betaald. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Door [gedaagden] zijn bij antwoord geen betalingsbewijzen overgelegd. Bovendien volgt uit de stellingen bij antwoord dat [gedaagden] hetgeen hij betaald heeft afleidt uit de stellingen van [eisers] bij verzoekschrift (“met andere woorden van maart 2012 tot en met november 2012 hebben gedaagden in totaal Afl. 20.400,00 aan huur betaald”). Niet voldoende gemotiveerd weersproken is daarom dat de huurachterstand bij einde huur Afl. 6.133, bedroeg. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Volgens artikel 12 van de huurovereenkomst is het niet toegestaan om de door [gedaagden] betaalde borg met de huur te verrekenen. Nu [gedaagden] geen reconventionele vordering heeft ingediend kan het bedrag van de borg dus niet op de verschuldigde huur in mindering worden gebracht.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6 [</nr>
      <para>[eisers] vordert naast de huur ook nog kosten die verband houden met de gebrekkige oplevering van het gehuurde door [gedaagden]. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagden] ter zake in gebreke is gesteld. Die kosten komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Nu partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagden] en Jeandor tot betaling aan [eisers] van een bedrag van Afl. 6.133, te vermeerderen met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 1 december 2012 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>