<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-14T14:01:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 1581 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:439">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-14T14:01:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:439 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 31-05-2017 / A.R. 1581 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:439:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, schuldvordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:439:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 31 mei 2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. 1581 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>EISER, hierna ook te noemen: E*,</para>
      <para>gemachtigde: eerst mr. G.L. Griffith, nadien mr. P.M.E. Mohamed,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDE, hierna ook te noemen: G*,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord; </para>
    <para>- de conclusie van repliek; </para>
    <para>- de conclusie van dupliek. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen zijn mondeling een overeenkomst van geldlening aangegaan, waarbij E* aan G* een bedrag heeft geleend van Afl. 33.000,00. De bedoeling was dat G* hiermee geldleningen zou verstrekken aan derden tegen hoge rente en dat partijen de winst zouden delen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>G* heeft het geleende bedrag aangewend voor de start van een snackbar in San Nicolaas. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 4 november 2015 zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen, waarbij G* het bedrag ad Afl. 33.000,00 in maandelijkse termijnen van Afl. 1.500,00 zou terug betalen, te beginnen eind november 2015. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op 1 maart 2016 heeft G* de eerste termijn van Afl. 1.500,00 betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Uit de opbrengst van de verkoop van de woning van G* is op 20 augustus 2016 Afl. 19.889,77 aan E*, die conservatoir beslag had gelegd op de woning,  voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Op 1 september 2016 heeft G* aan de gemachtigde van E* <?linebreak?>Afl. 3.000,00 betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Op 17 oktober en 30 november 2016 heeft G* aan de gemachtigde van E* steeds Afl. 200,00 afbetaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Tot 7 december 2016 heeft G* een bedrag ad Afl. 26.289,77 afgelost. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>E* vordert bij vonnis - uitvoerbaar bij voorraad uitvoerbaar - veroordeling van G* tot betaling van Afl. 31.500,00, te vermeerderen met incassokosten ad <?linebreak?>Afl. 4,725,00 en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2015 en met veroordeling van G* tot vergoeding van de proceskosten, waaronder de beslagkosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>E* grondt de vordering erop dat G* zijn verplichtingen uit hoofde van de afbetalingsregeling niet is nagekomen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>G* voert hiertegen verweer, dat bij de beoordeling zo nodig aan de orde komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast dat E* aan G* een bedrag van Afl. 33.000,00 heeft geleend en dat op 4 november 2015 G* een schuldbekentenis heeft opgesteld, inhoudende dat hij dit bedrag in maandelijkse termijnen van Afl. 1.500,00 diende terug te betalen, ingaande eind november 2015. Ook staat vast dat G* deze verplichting niet correct is nagekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Hoewel G* te kort schiet in zijn afbetalingsverplichting, volgt uit de schuldbekentenis niet dat partijen hebben afgesproken dat het restant van de schuld <emphasis role="italic">direct en ineens opeisbaar</emphasis> is bij niet correcte nakoming. Dit heeft tot gevolg dat de vordering in beginsel een rechtsgrond ontbeert. Hier staat tegenover dat G* erkent dat hij het geleende geld terug dient te betalen en aangeeft hiertoe bereid te zijn. Bij conclusie van antwoord heeft G* gesteld dat hij nog Afl. 8.211,00 verschuldigd is. Het gerecht gaat er derhalve vanuit dat G* geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het restant dat hij nog verschuldigd is. E* heeft het door G* berekende bedrag niet weersproken, noch zijn eis aangepast. Bij conclusie van dupliek heeft G* gesteld dat hij nadien nog 3 x Afl. 300,00 heeft afgelost. Hiervan heeft G* evenwel geen betalingsbewijzen overgelegd, zodat hiermee geen rekening kan worden gehouden. Aldus wordt het bedrag ad Afl. 8.211,00 toegewezen, met dien verstande dat hierop in mindering strekt eventuele andere door G* gedane betalingen. G* heeft verzocht om een betalingsregeling toe te staan, doch het treffen van een dergelijke regeling is een partij-aangelegenheid. Dit verzoek kan derhalve niet worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Gesteld noch gebleken is dat er buitengerechtelijke incasso werkzaamheden zijn verricht, zodat deze vordering als zijnde niet onderbouwd wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Nu partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>veroordeelt G* te betalen aan E* een bedrag ad Afl. 8.211,00, met dien verstande dat door G* na 7 december 2016 gedane betalingen hierop in mindering strekken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2016 tot de dag der voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart de veroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>bepaalt dat elke partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 31 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>