<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:422</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-12T16:14:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BB 2988 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:422">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:422</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-12T16:13:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:422 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 07-06-2017 / BB 2988 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:422:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Schuldvordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:422:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van  7 juni 2017</para>
    <para>Behorend bij BB 2988 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">NEW MILLENNIUM TELECOM SERVICES N.V. h.o.d.n. DIGICEL ARUBA</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>eiseres, hierna ook te noemen: Digicel,</para>
      <para>gemachtigde: dhr. B.R. Roos,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de tussenvonnis van 8 februari 2017 en de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie na antwoord op 25 april 2017. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Tussen partijen bestond een overeenkomst op grond waarvan Digicel tegen betaling telefonie- en dataverkeer leverde aan [gedaagde].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 8 januari 2015 is [gedaagde] bij deurwaardersexploot gesommeerd een bedrag ad Afl. 8.571,92 te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 19 maart 2015 heeft [gedaagde] een schuldbekentenis ter waarde van Af. 11.347,25 met afbetalingsregeling getekend. [gedaagde] diende dit bedrag in maandeljkse termijnen van Afl. 100,00 af te lossen, ingaande 30 april 2015. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft geen betalingen verricht.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Digicel vordert [gedaagde] tot betaling van Afl. 8.571,92, te vermeerderen met ‘late fee’, de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en met veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>gedaagde] voert hiertegen verweer, dat bij de beoordeling aan de orde komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Aan de orde is de vraag of [gedaagde] gehouden is het gevorderde bedrag te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2 [</nr>
      <para>gedaagde] voert aan als verweer dat hij het geld aan een medewerker van zijn bedrijf gaf om de openstaande rekening te betalen. Pas na verloop van 10 maanden vernam hij dat de betreffende rekening nog open staat. Naar zijn mening had Digicel, toen de openstaande factuur niet was betaald, de telefoonlijn moeten afsluiten teneinde de kosten niet verder te laten oplopen. [gedaagde] erkent dat hij in maart 2015 de schuldbekentenis heeft ondertekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Zoals reeds besproken ter zitting is het verweer van [gedaagde] tardief. Hij heeft zich immers door ondertekening van de schuldbekentenis verbonden tot terugbetaling van zijn schuld. Het gevorderde wordt dan ook toegewezen, uitgezonderd de ‘Late Payment Fee’, nu dit onderdeel van de vordering niet is onderbouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4 [</nr>
      <para>gedaagde] wordt nu hij in het ongelijk is gesteld, in de kosten van de procedure veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten wordt als volgt overwogen. Op grond van hoofdstuk III van het Procesreglement 2016 worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen tot 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] te betalen het bedrag Afl. 8.571,92 en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2015 tot de dag der voldoening, alsmede vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 750,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Digicel begroot op Afl. 100,00 griffierrecht en Afl. 1.000,00 voor salaris gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 juni 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>