<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:27:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">E.J. 3011 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/2726</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:413">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:413</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-29T17:21:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:413 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 23-05-2017 / E.J. 3011 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:413:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Arbeid. Ontslag op staande voet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:413:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 23 mei 2017</para>
    <para>Behorend bij E.J. 3011 van 2016</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verzoeker]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [verzoeker],</para>
      <para>gemachtigde:  advocaat mr. A.A.D.A. Carlo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">24/7 ROAD &amp; TRANSPORT SERVICES N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: 24/7,</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. M.H.J. Kock.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift en de eisvermeerdering ;</para>
    <para>- het verweerschrift tevens het tegenverzoek;</para>
    <para>- de overgelegde aantekeningen ter zitting van [verzoeker];</para>
    <para>- de overgelegde aantekeningen ter zitting van 24/7;</para>
    <para>- de behandeling ter zitting van 11 april 2017 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>verzoeker] is op 15 februari 2016 bij 24/7 in dienst getreden in de functie van geldloper. In die functie haalt hij, samen met een bewaker geld op bij klanten van 24/7 en stortte dat af bij banken. Het geld wordt vervoerd in plastic sealed bags, die bij afwezigheid van bankpersoneel in de night deposit box moeten worden gedeponeerd. Bij storting dient iedere sealed bag voor een camera te worden getoond, alvorens die wordt gedeponeerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op een aantal ritten van [verzoeker] is een vermissing van sealed bags opgetreden. 24/7 heeft een onderzoek laten doen naar die vermissingen en heeft geconstateerd dat [verzoeker] zich niet heeft gehouden aan de correcte afstortprocedure. Op een aantal momenten heeft hij zonder controle de sealed bags direct gedeponeerd en ze niet eerst aan de camera getoond, waardoor niet gecontroleerd kon worden welke sealed bags zijn gedeponeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Hangende het onderzoek door 24/7 is [verzoeker] geschorst. Die schorsing ging in op 8 juni 2016. Op 20 juni 2016 heeft 24/7 [verzoeker] op staande voet ontslagen, waarbij zij als ontslagredenen heeft opgegeven dat [verzoeker] geld van 24/7, althans haar klanten, heeft verduisterd, zich niet heeft gehouden aan de afstortprocedure en bovendien bij zijn sollicitatie niet heeft vermeld dat bij zijn vorige werkgever ASCP een onderzoek tegen hem was ingesteld wegens het vermissen van geld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4 [</nr>
      <para>verzoeker] heeft geprotesteerd tegen het ontslag, de nietigheid daarvan ingeroepen en zich beschikbaar gehouden voor werk.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>verzoeker] verzoekt – uitvoerbaar bij voorraad –veroordeling van 24/7 tot betaling van het gebruikelijke loon vanaf 20 juni 2016 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, alsmede wedertewerkstelling en met veroordeling van 24/7 tot vergoeding van de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>verzoeker] grondt het verzoek erop dat het hem gegeven ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven en dat de aangevoerde ontslaggronden niet zijn komen vast te staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 24/7</nr>
      <para>voert hiertegen verweer, en heeft, samengevat, als zelfstandig verzoek– uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling  gevraagd van [verzoeker] tot betaling van Afl. 24.512,99, alsmede  in de proceskosten. 24/7 voert daartoe aan dat [verzoeker] genoemd bedrag heeft ontvreemd, c.q. dat het aan [verzoeker] is te wijten dat dit bedrag is verdwenen, waardoor 24/7 schade heeft geleden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>verzoeker] heeft zich tegen het tegenverzoek verweerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING VAN HET VERZOEK EN HET TEGENVERZOEK</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1 [</nr>
      <para>verzoeker] heeft aangevoerd dat het door 24/7 gegeven ontslag niet onverwijld heeft plaatsgevonden. De periode tussen de schorsingsdatum, 8 juni 2016, en de ontslagdatum is volgens hem te lang geweest. Dat verweer wordt verworpen. Hoewel 24/7 mogelijk al eerder op de hoogte was van het feit dat [verzoeker] op 3 juni 2016 zich niet aan de afstortprocedure had gehouden, kon de periode na 8 juni 2016 gebruikt worden om inzicht te krijgen in een patroon of terugkerend gedrag van [verzoeker]. Omdat het ging om het opvragen en nakijken van videomateriaal, is de termijn die 24/7 daarvoor heeft gebruikt niet onredelijk lang. Bovendien mag haar ook gelegenheid worden geboden om de komst van de directeur, als beslissingsbevoegde af te wachten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>In de ontslagbrief van 20 juni 2016 wordt een aantal redenen genoemd die hebben geleid tot het ontslag op staande voet, samengevat: het niet naleven van de afstortprocedure; het verduisteren van geld; het verzwijgen van informatie bij zijn sollicitatie. [verzoeker] heeft met juistheid aangegeven dat de ontslagbrief het geschil afbakent voor wat betreft de ontslaggronden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Ten aanzien van de aan [verzoeker] gemaakte verwijten oordeelt het Gerecht als volgt. Vaststaat dat [verzoeker] zich niet heeft gehouden aan de afstortprocedure. Aanvankelijk heeft hij zich verweerd dat hij die niet kende, maar ter zitting heeft hij toegegeven dat hem die uitdrukkelijk, voorafgaand aan de storting van 3 juni 2016 nog eens is uitgelegd. Toch houdt hij zich niet aan die regels.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het Gerecht acht het begrijpelijk dat 24/7 zwaar tilt aan het voeren van juiste, controleerbare procedures. Zij gaat immers met geld van derden om en heeft een naam hoog te houden. Iemand die de hand licht met voorgeschreven procedures, stelt zijn werkgever bloot aan grote financiële risico’s. [verzoeker] heeft geen enkele plausibele verklaring gegeven, waarom hij zich niet aan de procedure heeft gehouden. Dat mag hem zwaar worden aangerekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Het verwijt dat [verzoeker] informatie heeft achtergehouden bij zijn sollicitatie slaagt niet. Het informatieformulier laat zien dat [verzoeker] een aantal vragen niet heeft beantwoord, met name de vragen naar het vertrek bij zijn vorige werkgever. Het lag op de weg van 24/7 om eventueel daar referenties over te vragen. Dat hij bepaalde beschuldigingen van zijn vorige werkgever niet spontaan noemt, kan [verzoeker] niet worden verweten, nog los van het feit dat hij die beschuldigingen nadrukkelijk heeft ontkend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6 24/7</nr>
      <para>heeft voorts in de ontslagbrief de verduistering van geldzakken c.q. geld genoemd als een ontslaggrond. Dat [verzoeker] zich hieraan heeft schuldig gemaakt, staat echter niet vast en 24/7 heeft dat ook niet voldoende kunnen onderbouwen. Hierbij betrekt het Gerecht nog de volgende omstandigheden. Het enkele feit dat [verzoeker] dienst had toen de vermissingen (vermoedelijk) plaatsvonden, is niet voldoende om de diefstal c.q. verduistering te bewijzen. Ook het forensisch onderzoek dat 24/7 door Forensic Services Caribbean (FSC) is neergelegd in een rapport van 23 februari 2017, geeft aan dit verwijt onvoldoende voeding. Wel blijkt uit dit rapport dat [verzoeker] de procedureregels stelselmatig niet heeft nageleefd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Het gegeven dat niet vaststaat dat [verzoeker] het geld heeft ontvreemd, noch dat vaststaat dat de verdwijning aan zijn schuld is te wijten, leidt ertoe dat het verzoek van 24/7 zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>Wat overblijft is de beoordeling van het ontslag, in het licht van de ontslaggronden. Hoewel hierboven reeds is overwogen dat niet alle aangevoerde gronden zijn komen vast te staan, is datgene wat wel vaststaat, het (stelselmatig) negeren van procedures die door 24/7 waren voorgeschreven ernstig genoeg om het ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Hierbij overweegt het Gerecht dat [verzoeker] nog maar kort in dienst was, en zich weinig aan de voorschriften van 24/7 gelegen liet liggen. Juist in een bedrijf dat met geld omgaat van derden mag een strikte naleving van die regels worden verlangd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9</nr>
      <para>Dit leidt ertoe dat ook het verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10</nr>
      <para>Nu beide partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, zal het Gerecht de proceskosten tussen hen compenseren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">op het verzoek en het tegenverzoek:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de verzoeken af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 23 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>