<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T00:59:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 368 van 2017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2017/176</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:407">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-29T16:51:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:407 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 23-05-2017 / EJ nr. 368 van 2017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:407:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Machtiging tot leveren registergoed.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:407:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 23 mei 2017</para>
    <para>Behorend bij EJ nr. 368 van 2017</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verzoeker]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER, </para>
      <para>in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam onderbewindgestelde] </emphasis>(in het verzoekschrift en de gedingstukken ook aangeduid als [naam onderbewindgestelde), hierna: onderbewindsgestelde,</para>
      <para>zonder bekende woon- en/of verblijfplaats.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift, ingediend op 21 februari 2017,</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 11 april 2017, waaruit blijkt dat is verschenen de verzoeker in persoon. Het gerecht constateert dat de onderbewindgestelde niet is opgeroepen om tijdens de behandeling aanwezig te zijn. Echter, ziet het gerecht aanleiding om, nu bij beschikking van dit gerecht van 5 april 2016 (EJ nr. 1245/2015) is overwogen dat voldoende aannemelijk is geworden dat de onderbewindgestelde afwezig is in de zin an artikel 1:409 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA), de behandeling voort te zetten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Tot de nalatenschap van wijlen [naam wijlen], overleden op 7 juli 1961 in Aruba, behoort zijn recht van eigendom op een perceel eigendomsgrond, groot tienduizend zeshonderd vierkante meter (10.600 m2), gelegen te [perceel] in Aruba, omschreven in meetbrief nummer [xxx] van [xxxx] (hierna ook aan te duiden als: het registergoed).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoeker is deelgenoot in de nalatenschap van wijlen [naam wijlen]. Ook de onderbewinsgestelde is deelgenoot in voornoemde nalatenschap.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij beschikking van dit gerecht van 5 april 2016 (EJ nr. 1245/2015) is deurwaarder [naam deurwaarder] benoemd tot bewindvoerder ten einde het bewind over het aandeel van de onderbewindgestelde en haar rechtsopvolgers in eerdergenoemde nalatenschap te voeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij beschikking van dit gerecht van 15 december 2016 is machtiging verleend om de “Purchase and Rental Agreement Property Land Version F” uit te voeren, waaronder begrepen het sluiten van die overeenkomst, het verhuren, verkopen en leveren van het perceel grond te [perceel], onder de voorwaarde dat de bekende erfgenamen vooraf van hun instemming hebben doen blijken met de “Purchase and Rental Agreement Property Land Version F” en is deurwaarder [naam deurwaarder] benoemd als onzijdige persoon die kan handelen namens de (nog) onbekende erfgenamen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Uit de concept-leveringsakte van de notaris blijkt dat een koopovereenkomst is gesloten met betrekking tot het registergoed. De koopsom bedraagt Afl. 2.300.000,--.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Blijkens opgave van de Inspecteur der Belastingen d.d. 4 januari 2017 bedraagt de leggerwaarde/economische waarde van het registergoed Afl. 2.300.000,--</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt er toe dat aan verzoeker toestemming wordt verleend om over te gaan tot verkoop en overdracht van het registergoed voor wat betreft het onverdeelde aandeel toebehorende aan de onderbewindgestelde voor een koopsom van </para>
      <para>Afl. 2.300.000,--.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:409 eerste lid juncto artikel 1:345 eerste lid, onderdeel a van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA). Ingevolge bovengenoemde artikelen behoeft de bewindvoerder machtiging van de rechter om, voor zover hier van belang, overeenkomsten aan te gaan, strekkende tot beschikking over goederen van de onderbewindgestelde, tenzij de handeling geld betreft, als een gewone beheersdaad kan worden beschouwd of krachtens rechterlijk bevel geschiedt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Bij beschikking van dit gerecht van 5 april 2016 (EJ nr. 1245/2015) is overwogen dat  voldoende aannemelijk is geworden dat de onderbewindgestelde afwezig is in de zin van artikel 1:409 lid 1 BWA en dat de noodzaak bestaat om haar te doen vertegenwoordigen in verband met de verdeling van de nalatenschap. Aangezien verzoeker zelf belanghebbende is in de zaak, heeft het gerecht deurwaarder [naam deurwaarder] destijds benoemd als bewindvoerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande ziet het gerecht aanleiding om het verzoek te interpreteren als een verzoek dat namens deurwaarder [naam deurwaarder], zijnde de bewindvoerder, is ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>In dat kader overweegt het gerecht als volgt.</para>
        <para>Nu er geen verschil bestaat tussen de leggerwaarde en de beoogde verkoopprijs, ziet het gerecht geen aanleiding voor het oordeel dat de belangen van de onderbewindgestelde zicht tegen verlening van de verzochte machtiging verzetten. Voor dat oordeel ziet het gerecht  ook overigens geen gronden. Het verzoek kan derhalve worden ingewilligd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De bewindvoerder dient binnen zes maanden nadat het registergoed verkocht en geleverd is, rekening en verantwoording af te leggen bij het gerecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>machtigt [naam deurwaarder], deurwaarder, om voor en namens [naam onderbewindgestelde] (ook wel aangeduid als aangeduid als [naam onderbewindgestelde]), geboren op [geboortedatum] 1945 in [geboorteland], over te gaan tot de verkoop en levering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het recht van eigendom op een perceel eigendomsgrond, groot tienduizend zeshonderd vierkante meter (10.600 m2), gelegen te [perceel] in Aruba, omschreven in meetbrief nummer [xxx] van [xxxx] voor de koopsom van Afl. 2.300.000,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op dinsdag 23 mei 2017 door mr. W.C.E. WInfield, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>