<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-23T10:40:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. nr. 1670 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:382">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-23T10:39:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:382 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 17-05-2017 / A.R. nr. 1670 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:382:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Geldleningsovereenkomst. Een enkele overgelegde aanmaning valt binnen het bereik van artikel 63a Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:382:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 17 mei 2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. nr. 1670 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ARUBA BANK N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Aruba Bank,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[gedaagde sub 1], </title>
    <parablock>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde sub 1],</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>[gedaagde sub 2],</title>
    <parablock>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde sub 2],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna gezamenlijk ook te noemen: [gedaagden],</para>
      <para>gedaagden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 18 januari 2017 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De ingevolge dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 17 februari 2017. Aruba Bank is toen ter zitting verschenen bij haar gemachtigde (voor wie mr. J.A. Saade heeft geoccupeerd), die werd vergezeld door onder meer [naam] (<emphasis role="italic">manager retail special assets</emphasis> bij Aruba Bank). De verschenen partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. Aruba Bank had ten behoeve van de zitting tijdig nadere producties ingediend, die tijdig door [gedaagde sub 2] zijn ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Aruba Bank vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-om aan Aruba Bank te betalen Afl. 13.584,40, te vermeerderen met overeengekomen rente van 10,07% jaarlijks gerekend vanaf 1 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts te vermeerderen met 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-in de proceskosten.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Anders dan de niet verschenen [gedaagde sub 1] voert [gedaagde sub 2] verweer dat strekt tot afwijzing van het door Aruba Bank verzochte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover van belang voor de beslissing of uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis zal het in hoofdsom door Aruba Bank verzochte inclusief de nevenvordering ter zake van overeengekomen rente worden toegewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld door [gedaagden] die een ander oordeel kunnen dragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>In het midden kan blijven of partijen al dan niet vergoeding van kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte zijn overeengekomen, reeds omdat die vordering naar het oordeel van het Gerecht feitelijke grondslag mist. Van belang is in dit verband dat vast komt te staan dat de werkzaamheden waarvan vergoeding wordt gevorderd zijn aan te merken als verrichtingen anders dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, waarvoor artikel 63a Rv een voorziening geeft. Onderbouwd gesteld noch gebleken is dat zulke werkzaamheden zijn verricht. De enkele door Aruba Bank overgelegde aanmaning valt zonder meer binnen het bereik van voormeld artikel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>gedaagden] zullen, als zijnde de in het ongelijk gestelde partijen,  hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Aruba Bank, tot aan deze uitspraak begroot op (199,90 + 205,10 + 193,10 + 750,-- =) Afl. 1.348,10 aan oproepkosten en griffierecht en Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 4, ad Afl. 1.000,-- per punt).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des dat hetgeen de één heeft betaald de ander bevrijdt, om aan Aruba Bank te betalen Afl. 13.584,40, te vermeerderen met overeengekomen rente van 10,07% jaarlijks gerekend vanaf 1 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des dat hetgeen de één heeft betaald de ander bevrijdt, in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Aruba Bank, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.348,10 aan oproepkosten en griffierecht en </para>
      <para>Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>