<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-23T10:09:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 2132 van 2010</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:378">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-23T10:09:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:378 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 17-05-2017 / A.R. 2132 van 2010</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:378:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Verdeling onroerend goed.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:378:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 17 mei 2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. 2132 van 2010</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiseres]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verder te noemen: [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. P.M.E. Mohammed,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagden]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>gedaagden in de hoofdzaak,</para>
      <para>verder te noemen: [gedaagden],</para>
      <para>gemachtigde: mr J.A.R. Bryson.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE VERDERE PROCEDURE </title>
    <para>Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het vonnis van 9 december 2015. Hierna hebben [gedaagden] een conclusie van antwoord genomen, tevens houdende eis in reconventie. Hierna heeft [eiseres] gerepliceerd in conventie en van antwoord gediend in reconventie. [gedaagden] hebben gedupliceerd in conventie en gerepliceerd in reconventie. Tenslotte heeft [eiseres] een conclusie van dupliek in reconventie genomen. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING in de hoofdzaak, in reconventie en in het incident</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>eiseres] heeft niet voldaan aan de in het vonnis van 9 december 2015 gegeven opdracht om rekening en verantwoording af te leggen over de uit het te verdelen onroerende goed ontvangen huurinkomsten. [eiseres] heeft een beroep gedaan op rechtsverwerking omdat [gedaagden] hebben stil gezeten nadat zij er jaren geleden achter kwamen dat er huurinkomsten waren.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het beroep op rechtsverwerking gaat naar het oordeel van het gerecht niet op. Het enkel “stil zitten” van [gedaagden] is daartoe niet voldoende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het gerecht ziet in het uitblijven van rekening en verantwoording zijdens [eiseres] aanleiding om de huurinkomsten te schatten op de voet zoals door [gedaagden] is voorgesteld. Namelijk door uit te gaan van een huurwaarde van 1,25% over de waarde van het onroerende goed ad Afl. 60.000,-- = Afl. 750,-- per maand. Gedurende de te verrekenen periode van 20 jaar bedraagt het te verrekenen bedrag Afl. 180.000,--. Niet in geschil is dat [gedaagden]’ aandeel in de eigendom 207/5600e is (dat wil zeggen nog net geen 4% en niet 11%, waarvan [gedaagden] uitgaan). Hun aandeel in de huuropbrengst bedraagt eenzelfde deel, te weten Afl. 6.653,57. Het gerecht zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van de dag van instelling van de vordering in reconventie, namelijk 18 mei 2016. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij reconventionele vordering hebben [gedaagden] primair verzocht te bepalen dat het onroerende goed aan hen zal worden toebedeeld. Zoals het gerecht hun stellingen begrijpt, wensen zij daarbij hun aandeel in de huuropbrengsten en in het onroerende goed, door hen gesteld op Afl. 88.704,--, te verrekenen. Subsidiair, als het onroerende goed aan [eiseres] wordt toebedeeld, vragen zij het gerecht te bepalen dat [eiseres] dit bedrag aan hen voldoet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het onroerende goed zal het gerecht aan [eiseres] toedelen, nu zij reeds veruit het grootste aandeel daarin heeft. De waarde van het onroerende goed bedraagt volgens [eiseres] Afl. 60.000,--. Deze prijs is door [gedaagden] gehanteerd voor de berekening van de huurwaarde en ook overigens niet of onvoldoende bestreden. Het gerecht zal hiervan uitgaan bij de bepaling van de vordering die [gedaagden] na verdeling op [eiseres] hebben, te weten 207/5600e deel van dit bedrag = Afl. 2.217,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dit vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6 [</nr>
      <para>eiseres] wenst dat het onroerende goed op haar naam komt te staan. Omdat [gedaagden] hun medewerking daartoe weigeren, heeft zij verzocht te bepalen dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte. Het gerecht zal ook dit verzoek als onvoldoende weersproken toewijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>In het vonnis van 9 december 2015 is iedere verdere beslissing in het incident aangehouden. Het gerecht zal de vordering in het incident verder afwijzen, gelet op de inhoud van dit vonnis ook wat betreft de plicht om verder rekening en verantwoording af te leggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Nu partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd en wel zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING in de hoofdzaak, in reconventie en in het incident</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>a. stelt de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap vast in dier voege dat het perceel eigendomsgrond, groot 133 m2, kadastraal bekend als Land Aruba Eerste Afdeling Sectie […] nummer [nummer], met de zich daarop bevindende opstal van een woonhuis, plaatselijk bekend als [adres] te Aruba wordt toebedeeld aan [eiseres];</para>
    <para />
    <para>b. bepaalt dat deze uitspraak dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte tot levering van het onder a. omschrevene; </para>
    <para />
    <para>c. veroordeelt [eiseres] wegens overbedeling tot betaling aan [gedaagden] van Afl. 8.871,43, vermeerderd met de wettelijke rente over Afl. 6.653,57 met ingang van 18 mei 2016 en over Afl. 2.217,86 met ingang van heden tot de dag waarop volledig is betaald;</para>
    <para />
    <para>d. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>e. wijst het meer of anders gevorderde af;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>f. wijst de vordering af;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>g. wijst de vordering af;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In de hoofdzaak, in reconventie en in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>h. compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>