<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-22T13:17:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 3056 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:361">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-22T13:16:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:361 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 10-05-2017 / A.R. 3056 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:361:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel, betalingsachterstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:361:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 10 mei 2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. 3056 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ARUBA BANK N.V.</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Aruba Bank,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. Kloes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Gedaagde</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE VERDERE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het tussenvonnis van 1 maart 2017;</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 28 maart 2017.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Tussen [gedaagde] en Aruba Bank zijn onder meer de navolgende overeenkomsten gesloten: </para>
      <para>- een leningsovereenkomst nr. [xxxxx] ad Afl. 67.065,- met 10,88% rente per jaar;</para>
      <para>- een leningsovereenkomst nr. [yyyyy] ad Afl. 10.300,- met 18% rente per jaar;</para>
      <para>- een arubacard overeenkomst nr. [zzzzzz] met 18% rente per jaar;</para>
      <para>- een visacard overeenkomst VCL-[vvvvv] met 18% rente per jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Aruba Bank heeft [gedaagde] bij brief van 20 september 2016 (laatselijk) gesommeerd om tot betaling van de openstaande bedragen. Gedaagde heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3. </emphasis>
          <emphasis role="bold underline">DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Aruba Bank vordert– uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan Aruba Bank van:</para>
      <para>- een bedrag ad Afl. 20.312,39, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 10.88% per jaar vanaf 18 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para>- een bedrag ad Afl. 3.462,11, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 18% per jaar vanaf 18 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para>- een bedrag ad Afl. 2.226,50, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 18% per jaar vanaf 18 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para>- een bedrag ad $ 2.785,-, althans de tegenwaarde daarvan in Arubaanse courant, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 18% per jaar vanaf 18 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para>- een bedrag ad Afl. 4.663,76 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para>- een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Aruba Bank grondt de vordering erop dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de overeenkomsten voortvloeiende verbintenis tot terugbetaling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>gedaagde] voert hiertegen verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft (samengevat) bij antwoord gesteld dat Aruba Bank gehouden was de reparatiekosten van zijn auto te betalen. Omdat dit verweer toelichting behoefde heeft het Gerecht een comparitie van partijen bepaald. [gedaagde] is, ondanks behoorlijk te zijn opgeroepen via deurwaardersexploot, niet verschenen ter comparitie van partijen. Aruba Bank heeft haar vordering vervolgens nader toegelicht. Zij heeft aangevoerd dat zij [gedaagde] in het bezit heeft gesteld van een verzekeringsuitkering, zodat hij tot reparatie van zijn auto kon overgaan, maar dat hij het geld voor andere doeleinden heeft gebruikt. Dat is door [gedaagde] niet meer weersproken. Voorts staat vast dat [gedaagde] een betalingsachterstand heeft, zoals door Aruba Bank is aangevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De vordering zal in na te melden zin worden toegewezen met dien verstande dat de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen conform het nieuwe procesreglement (naar rato van 1,5 punt van het liquidatietarief 5).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij dient [gedaagde] veroordeeld te worden in de proceskosten aan de zijde van Aruba bank gevallen, welke kosten worden begroot op Afl. 750,- aan griffierechten, Afl. 375,90 aan explootkosten en Afl. 2.500,- aan gemachtigdensalaris (2 punten bij tarief 5).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Aruba Bank van de navolgende bedragen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>ad Afl. 20.312,39, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 10.88% per jaar vanaf 18 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ad Afl. 3.462,11, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 18% per jaar vanaf 18 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ad Afl. 2.226,50, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 18% per jaar vanaf 18 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ad $ 2.785,-, althans de tegenwaarde daarvan in Arubaanse courant, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 18% per jaar vanaf 18 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ad Afl. 1.875,- aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Aruba Bank worden begroot op Afl. 750 aan griffierecht, Afl. 375,90 aan explootkosten en Afl. 2.500,- aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>