<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:327</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:18:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. 726 van 2017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/2406</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:327">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:327</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-09T14:27:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:327 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 03-05-2017 / K.G. 726 van 2017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:327:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. KG. Nietig ontslag op staande voet. Wedertewerkstelling afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:327:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Vonnis in kort geding van 3 mei 2017</para>
  <para>Behorend bij K.G. 726 van 2017</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>VONNIS IN KORT GEDING</para>
    <para>in de zaak van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">[Eiser]</emphasis>
    </para>
    <para>wonende te Aruba, </para>
    <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
    <para>gemachtigde: de advocaat mr. drs. P.G. Dowers-Alders,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
    <para>wonende te Aruba, </para>
    <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
    <para>procederend in persoon </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">DE PROCEDURE </emphasis>
    </para>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
  </parablock>
  <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 31 maart  2017;</para>
  <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 20 april 2017.</para>
  <parablock>
    <para>Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft met het Land een contract om de openbare wegen schoon te houden en overhangende takken en onkruid te verwijderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>eiser] is op 1 juli 20111 in dienst getreden van [gedaagde] als schoonmaker. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Zijn laatst genoten salaris bedraagt Afl. 1.677,60 per maand.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op 3 oktober 2016 heeft [gedaagde] [eiser] op staande voet ontslagen, omdat hij de ruit van een auto van een vriend zou hebben beschadigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Op 21 oktober 2016 heeft [eiser] zich gewend tot de Directie Arbeid&amp;Onderzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Bij brief van 4 januari 2017 heeft [eiser] de nietigheid van het ontslag ingeroepen en aanspraak gemaakt op loondoorbetaling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Bij brief van 7 maart 2017 roept [eiser] nogmaals de nietigheid in en maakt hij wederom aanspraak op doorbetaling van zijn loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente vanaf 3 oktober 2016 tot de dag dat het dienstverband rechtsgeldig is geëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>eiser] vordert - bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad - gratis admissie, toelating tot het werk op straffe van een dwangsom, loondoorbetaling vanaf 3 oktober 2016 tot de dag dat het dienstverband rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente, alsmede een bedrag voor de niet-genoten vakantiedagen, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>gedaagde] voert hiertegen verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Aan de orde is de vraag of [eiser] [gedaagde] een dringende reden heeft gegeven voor een ontslag op staande voet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Zoals reeds ter zitting aan de orde kwam levert het beschadigen van een eigendom van een derde, wat hier verder ook van zij, geen dringende reden voor een ontslag op staande voet op. Dit heeft tot gevolg dat het ontslag van 3 oktober 2016 nietig is. [eiser] heeft de nietigheid tijdig ingeroepen en heeft derhalve in beginsel recht op loondoorbetaling van zijn loon tot aan de dag dat het dienstverband rechtsgeldig is geëindigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Hoewel [eiser] toelating tot het werk op straffe van een dwangsom heeft gevorderd en [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling verklaarde dat hij op 2 mei 2017 zijn werkzaamheden kan hervatten, verklaarde [eiser] dat hij niet meer terug wil. Hij vertrouwt [gedaagde] niet meer. Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde toelating tot het werk wordt afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het loon, vermeerderd met de wettelijke rente en verhoging (gemaximeerd tot 15%), wordt toegewezen van 1 oktober 2016 tot 1 mei 2017, nu [eiser] niet langer beschikbaar is voor de overeengekomen werkzaamheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De vordering strekkende tot uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen wordt afgewezen, aangezien het dienstverband tussen partijen nog immer in stand is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6 [</nr>
      <para>gedaagde] wordt nu hij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>verleent [eiser] toestemming om kosteloos te procederen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser] het netto equivalant van een bedrag ad Afl. 10.065,60 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2016 tot de dag der voldoening, alsmede vermeerderd met de wettelijke verhoging ad 15%;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op Afl. 450,00 aan de griffie, Afl. 200,79 aan de deurwaarder en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 3 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>