<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:31</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-24T09:25:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 2735 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:31">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:31</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-24T09:24:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:31 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 11-01-2017 / A.R. 2735 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:31:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Afdwingen erfpachtrecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:31:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 11 januari 2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. 2735 van 2015</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ROAPARTEL N.V.</emphasis>,</para>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Roapartel c.s. respectievelijk Roapartel en [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.A.Th. Kuster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">LAND ARUBA</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Land Aruba,</para>
      <para>gemachtigde: mevrouw mr. I.L. Ras Orman.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de conclusie van repliek;</para>
    <para>- de conclusie van dupliek. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij beschikking van 2 oktober 2009 is door de (toenmalige) Minister van Onderwijs, Sociale Zaken en Infrastructuur aan [eiser] een recht van optie verleend op de hierna onder 3.1 genoemde percelen met als doel het daarop optrekken, hebben en exploiteren van appartementen en wel voor de duur van zes maanden na dagtekening van de beschikking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De optie werd verleend onder – onder meer – de volgende voorwaarden: <?linebreak?><emphasis role="italic">Binnen  de  optietermijn  dient het  volgende  ter  goedkeuring aan de minister van Onderwijs,  Sociale  Zaken  Infrastructuur  te  worden  overgelegd: </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…); </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">b. de gedetailleerde  bouwtekeningen  die benodigd  zijn  voor  de  aanvraag  van een   bouwvergunning  waaruit  onder  andere   moet  blijken   dat  het desbetreffende  project  in  de  omgeving  past,  een  en  ander  in  overleg  met  de Dienst  Openbare  Werken; </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">h.     een  omschrijving van  de  wijze  waarop  de  financiering,  van  het  project  zal geschieden  en  authentieke  bewijsstukken  dat  de  financiering  gegarandeerd is; </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">7. 	De  bouwaanvraag  ter  verkrijging  van  eventuele bouwvergunningen  dient  binnen de optietermijn  bij  de  Dienst  Openbare  Werken  ingediend  te  worden.  Het  bewijs van  indiening  van  de  bouwvergunningaanvraag   en  een  kopie  van  de  ingediende bouwtekeningen  dienen  binnen  de optietermijn  aan  de  directeur  van  de  Directie Infrastructuur  en  Planning  te  worden  aangeboden. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(…)</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">17 De erfpachtvoorwaarden zullen bij een eventuele erfpachtuitgifte nader in een Overeenkomst tot vestiging van erfpacht (commercieel) worden vastgelegd. </emphasis><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij brief van 26 maart 2010 heeft [eiser] als directeur van Roapartel aan de Directie Infrastructuur en Planning (verder: DIP) een tiental stukken doen toekomen ter voldoening aan de in de optie opgenomen voorwaarden. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op 17 november 2010 bevestigde de Directeur van de Departamento Obra Publico (DOW) aan [eiser] ontvangst van de bouwaanvraag van 17 maart 2010. Aan [eiser] werd meegedeeld dat van de kant van DOW niet geadviseerd kon worden omdat de notariële akte van levering van het erfpachtrecht eerst gepasseerd moest worden. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Bij brief van 7 december 2010 heeft [eiser] bij de directie van DIP geïnformeerd naar de voortgang van de erfpachtverlening. Nadien heeft [eiser] herhaaldelijk verzocht om voortgang.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Bij beschikking van 25 maart 2014 heeft de Minister van Volksgezondheid, Ouderenvoorziening en Sport het verzoek van Roapartel van 20 juli 2007 om afgifte van een vergunning voor uitbreiding van haar hotelfaciliteit geweigerd. Het beroep tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen deze beschikking is op 9 november 2015 door de bestuursrechter ongegrond verklaard. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Bij brief van 19 augustus 2015 heeft Roapartel de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie (opnieuw) verzocht om tot erfpacht verlening over te gaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Roapartel c.s. vorderen – uitvoerbaar bij voorraad – bevel aan Land Aruba tot afgifte in erfpacht over te gaan’ van twee percelen domeingrond, ter grootte van 4.368 m2 nader omschreven in DLV veldwerk no. [nummer] kavel 1 en ongeveer 6.215 m2 conform de ministeriële beschikking van 2 oktober 2009 (verder: de percelen) met nevenvorderingen, althans een andere beslissing in goede justitie te nemen, met veroordeling van Land Aruba tot vergoeding van de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Roapartel c.s. gronden de vordering erop dat Roapartel c.s. voldoen aan de voorwaarden om voor verkrijging van het erfpachtrecht van de hiervoor genoemde percelen in aanmerking te komen en Land Aruba daartoe ten onrechte niet overgaat. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Land Aruba voert hiertegen verweer, met vordering – uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling van Roapartel in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het is het gerecht niet duidelijk op grond waarvan Roapartel meent recht te hebben op levering van een recht van erfpacht op de percelen. Uit het besluit van 2 oktober 2009 blijkt immers dat een optie werd verleend aan [eiser]. Daaraan doet niet af dat het kennelijk de bedoeling was dat Roapartel het op de percelen op te trekken hotel zou gaan exploiteren. De vordering van Roapartel stuit op het ontbreken van een vorderingsgrondslag reeds af. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De vordering van [eiser] komt evenmin voor toewijzing in aanmerking. Voor het vestigen van een recht van erfpacht op de percelen is een titel nodig, bijvoorbeeld een overeenkomst die tot levering van een erfpachtrecht strekt, of anders zou sprake moeten zijn van een voldoening aan een schadevergoedingsverplichting in natura (BW art. 6:103). De eerste bestaat niet. Het tweede is niet gesteld. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De vordering om enige andere beslissing in goede justitie te nemen is te vaag om voor toewijzing in aanmerking te komen. Land Aruba kan zich daartegen ook niet goed verweren. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Ten overvloede overweegt het gerecht het volgende. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Uit het dossier blijkt dat bij de brief van [eiser] van 26 maart 2010 kennelijk werd overgelegd een brief van CGI Capital Holdings LLC van 17 maart 2010 waarin deze aangeeft dat zij <emphasis role="italic">and any of its subsidiaries of affiliates had agreed to structure and procure a credit facility in an aggregate amount of up to US$ 11,000,000 or such larger amount as may be agreed. </emphasis>Uit de door Land Aruba overgelegde brochure van DIP met betrekking tot opties ten behoeve van projecten voor commerciële, toeristische en industriële doeleinden blijkt dat buitenlandse financieringen niet worden geaccepteerd. Land Aruba stelt zich in dit geding dan ook terecht op het standpunt dat zij niet kan verifiëren of aan de optievoorwaarden (binnen te daarvoor gestelde termijn van zes maanden) is voldaan. Aan [eiser] kan worden toegegeven dat uit het dossier niet duidelijk blijkt dat Land Aruba dat eerder helder aan [eiser] te kennen heeft gegeven maar dat brengt niet mee dat van Land Aruba nu kan worden verlangd dat hij, onder voorbijgaan aan die voorwaarde, alsnog tot het sluiten van een overeenkomst tot het vestigen en aan [eiser] leveren van erfpacht op de percelen moet overgaan. Aan het voorgaande doet niet af dat de Curaçaose vennootschap Bleu Bank International N.V. aan Roapartel (en kennelijk niet aan [eiser]) een <emphasis role="italic">non-binding proposal for discussion purposes only </emphasis>voor een  lening van US$ 2.000.000, of US$ 1.100.000, (en kennelijk niet US$ 11.000.000, zoals eerder CGI Capital Holdings LLC) voor een gewijzigd hotelplan heeft doen toekomen, terwijl overigens in de door Roapartel c.s. overgelegde deviezenvergunning van 17 oktober 2014 sprake is van een bedrag van US$ 1.100.000,, ter beschikking te stellen door Bleu Bank International N.V. ten behoeve van de herfinanciering van een bestaande lening van Roapartel bij de Banco di Caribe (Aruba) N.V. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zullen Roapartel c.s. van Land Aruba moeten vergoeden. Nu Land Aruba procedeert met behulp een jurist in landsdienst wordt het gemachtigdensalaris op nihil begroot. </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Roapartel c.s. hoofdelijk  in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Land Aruba worden begroot op nihil aan salaris van de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 januari 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>