<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-23T13:54:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 2089 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:30">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:30</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-23T13:54:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:30 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 11-01-2017 / A.R. 2089 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:30:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Verdeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:30:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 11 januari 2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. 2089 van 2014</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiseres]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het tussenvonnis van 1 juni 2016;</para>
    <para>- de conclusie na hervatting van het geding en na eiswijziging van [gedaagde];</para>
    <para>- de akte uitlating producties van [eiseres]. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>[eiseres] beroept zich erop dat de vaststellingsovereenkomst moet worden vernietigd. Zij grondt dat beroep erop dat sprake is van benadeling van haar van meer dan ¼ deel, zij bedrogen is omdat de hypothecaire schuld in verband met de (toenmalige) aankoop van de woning Afl. 85.935,97 bedraagt terwijl [eiseres] mocht verwachten dat het beduidend minder zou zijn omdat [gedaagde] op de schuld had ingelost en ten slotte dat zij geen (hypothecaire) lening kan krijgen om de huidige hypothecaire lening in verband met de aankoop/verbouwing van de woning aan de [straatnaam] mee af te lossen. Had [eiseres] dat allemaal geweten dan had zij het bod van [gedaagde] om de onroerende zaken aan hem toe te delen onder betaling van een overbedelingsuitkering van Afl. 50.000, geaccepteerd, aldus [eiseres]. Zij ging er destijds vanuit dat partijen ieder ongeveer 50/50 bedeeld zouden worden. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Volgens [gedaagde] was [eiseres] er op het moment van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst van op de hoogte dat aan de woning aan de [straatnaam] een lening van Afl. 96.200, verbonden was<footnote-ref linkend="_c2cb8db1-7303-42a3-bf82-e1d8d6a0fa34" />. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Wat daarvan zij, daarmee is sprake van een benadeling van [eiseres] in de verdeling van meer dan ¼ zodat vermoed wordt dat [eiseres] gedwaald heeft over de (over)waarde van een of meer van de te verdelen goederen waardoor de vaststellingsovereenkomst vernietigbaar is (BW art. 3:196 lid 1 en 2). Niet is voldoende concreet aangeboden dat vermoeden te ontzenuwen; niet gemotiveerd bestreden is dat [eiseres] ervan uitging dat op de lening flink was ingelost. Het alternatief is immers dat [eiseres] anders een woning verkrijgt waaraan een lening verbonden is die (onbestreden) hoger is dan de waarde van de woning terwijl [gedaagde] een woning krijgt die volgens het inleidend verzoek Afl. 200.000, waard is zonder dat daarop (na uitvoering van de vaststellingsovereenkomst) een hypotheekrecht (voor enige lening) rust. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De vaststellingsovereenkomst wordt op grond daarvan vernietigd. De verdeling dient opnieuw te worden vastgesteld. Het ligt daarbij voor de hand dat aangesloten wordt bij de verdeling die partijen reeds voor ogen hadden, zij het met een overbedelingsuitkering ten gunste van [eiseres]. Het gerecht zal daarvoor opnieuw een comparitie van partijen gelasten. Ten behoeve van die comparitie wil het gerecht beschikken over recente taxatierapporten met betrekking tot beide woningen, een recente opgave van de schuld die nog open staat (en in verband waarmee nu een hypotheekrecht op de woning [straatnaam] rust) en een opgave van de betalingen die [gedaagde] op die schuld heeft verricht vanaf dat datum dat partijen uit elkaar zijn gegaan. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De zaak zal naar de rol worden verwezen voor opgave verhinderdata. Partijen doen er verstandig aan de tijd die nodig is om een comparitie te plannen te gebruiken om toch nog een keer te proberen de zaak in onderling overleg te regelen waarbij mogelijk het bod van [gedaagde] om aan [eiseres] Afl. 50.000, te betalen een uitgangspunt voor hernieuwde onderhandelingen zou kunnen zijn. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Het gerecht houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <para />
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van 8 februari 2017 voor opgave verhinderdata zijdens beide partijen in de maanden maart, april en mei 2017;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 januari 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c2cb8db1-7303-42a3-bf82-e1d8d6a0fa34" label="1">
    <para> Daarvoor was een hypotheekrecht op de woning aan de [straatnaam] gevestigd.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>