<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:244</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-10T15:19:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR no. 2839 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:244">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:244</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-06T16:20:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:244 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 05-04-2017 / AR no. 2839 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:244:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Tussenvonnis. Bewijsopdracht. Getuigenverhoor.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:244:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 5 april 2017 </para>
    <para>Behorend bij AR no. 2839 van 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BHARTA N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna ook te noemen: “Bharta”,</para>
      <para>gemachtigde: mr. B.M. de Sousa,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">NEW MILLENIUM TELECOM SERVICES N.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: “Digicel”,</para>
      <para>gemachtigden: mrs. J.M. de Cuba en D.W. Ormel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE VERDERE PROCEDURE </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot en met 14 december 2016 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Partijen hebben daarna aktes gewisseld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bharta heeft bij akte verzocht om drie getuigen te doen horen, te weten: [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3]. Digicel heeft bezwaar gemaakt tegen het horen van deze getuigen omdat deze personen zijn aan te merken als partijgetuigen, terwijl Bharta heeft nagelaten om aan te geven waarom het nodig is om deze drie getuigen te horen, waarbij het volgens Digicel meer voor de hand had gelegen om onderbouwende berekeningen in het geding te brengen. Digicel acht het horen van deze getuigen in strijd met de goede procesorde, omdat het horen van deze getuigen gevolgen heeft voor de hoogte van de mogelijke proceskostenveroordeling.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bharta zal vooralsnog niet in de gelegenheid gesteld worden om de heer [getuige 3] als getuige te horen, omdat - ervan uitgaande dat de heer [getuige 3] inderdaad statutair directeur is van Bharta – als een partijgetuige aangemerkt dient te worden en Bharta niet heeft gesteld dat het horen van deze getuige uit een oogpunt van gelijkheid van partijen geboden is. [getuige 2] zal wel in de gelegenheid gesteld worden om de overige twee getuigen te horen, nu de rechter niet vooruit mag lopen op het resultaat van de bewijslevering. Indien de heer [getuige 3] toch geen statutair directeur van [getuige 2] is, dan kan [getuige 2] hiervan melding maken ter gelegenheid van de enquête.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De partij die is verhinderd om op de hierna te bepalen datum en tijdstip te verschijnen, dient binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis per brief aan de rechter ten overstaan van wie het getuigenverhoor zal plaatsvinden onder opgave van redenen een verzoek om uitstel in te dienen. Bij het verzoek om uitstel dienen tevens de verhinderdata te worden opgegeven van alle partijen en hun gemachtigden gedurende de drie maanden na onderstaande dagbepaling. Indien niet binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis om uitstel is verzocht, zal nog slechts uitstel worden verleend in geval van overmacht. In dat geval moet de partij die wegens overmacht is verhinderd te verschijnen, onmiddellijk na het intreden van die overmacht per brief aan ondergetekende rechter een verzoek om uitstel doen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal aangehouden worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>laat [getuige 2] toe door middel van voornoemde twee getuigen bewijs te leveren van haar stelling dat het door de betreffende airco veroorzaakte stroomverbruik over de periode van januari 2010 tot en met januari 2015 uitkomt op Afl. 92.871,40; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>bepaalt dat het verhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van vrijdag 5 mei 2017 van 14:00 tot 16:00 uur in het gerechtsgebouw aan de J.G. Emanstraat nr. 51 te Oranjestad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 april 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>