<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-04T15:22:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 1945 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:228">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:228</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-04T15:21:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:228 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 22-03-2017 / A.R. 1945 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:228:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Zekerheidsincident</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:228:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 22 maart 2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. 1945 van 2016</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
      <para>in het incident tot zekerheidstelling in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[A] </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[B]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Venezuela, domicilie kiezende ten kantore van hun gemachtigde, </para>
      <para>eisers, hierna ook te noemen: [B] c.s.</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. David G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[C]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [C],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. C. Helen Lejuez.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- de incidentele conclusie van [C]</para>
    <para>- de conclusie van antwoord in het incident van [B] c.s.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Voor zover voor de beslissing van belang staan de volgende feiten als erkend of niet voldoende gemotiveerd weersproken in dit geding vast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>B] c.s. zijn eigenaar van de woning aan de [adres] te Aruba.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <para>C] woont in deze woning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Partijen hebben afgesproken dat [C] de woning voor een bedrag ad USD 129.375,- zou kopen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Bij brief van 16 juni 2016 heeft [B] c.s. de huurkoopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden, wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de afbetalingsverplichting van [C]. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE VORDERING EN HET VERWEER</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>B] c.s. vorderen in de hoofdzaak - kort gezegd - voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst op 16 juni 2016 rechtsgeldig is ontbonden dan wel deze te ontbinden en [C] te veroordelen de woning binnen 14 dagen na dagtekening te ontruimen, met veroordeling van [C] in de kosten van de procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>C] heeft gesteld dat uit het inleidend verzoekschrift blijkt dat [B] c.s. vreemdeling zijn in de zin van art. 122 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) terwijl tussen Aruba en het land van domicilie van [B] c.s geen verdrag geldt waardoor vrijstelling van zekerheidstelling is geregeld. [C] vraagt in verband daarmee [B] c.s.  te veroordelen tot het stellen van zekerheid voor de betaling van kosten, schade en intresten waartoe zij zouden kunnen worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>B] c.s. voeren gemotiveerd verweer dat voor zover voor de beslissing van belang hieronder zal worden besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1 [</nr>
      <para>B] c.s. zijn woonachtig in Venezuela en derhalve vreemdeling in de zin van art. 122 Rv. zodat zij in beginsel gehouden zijn om zekerheid te stellen voor de betaling van kosten, schade en intrest in welke zij verwezen zouden kunnen worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 122 lid 2 sub c Rv is het stellen van zekerheid niet aan de orde indien redelijkerwijs aannemelijk is dat verhaal voor een veroordeling tot betaling van proceskosten en schadevergoeding in Aruba mogelijk zal zijn. </para>
        <para>Nu [B] c.s. eigenaar zijn van de woning aan de [adres] te Aruba, is verhaal in Aruba mogelijk. De incidentele vordering wordt om deze reden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De beslissing over de proceskosten van dit incident wordt aangehouden tot in te hoofdzaak wordt beslist.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De hoofdzaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze is gebleven. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>houdt de beslissing over de proceskosten van dit incident aan tot in de hoofdzaak wordt beslist;</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van woensdag 19 april 2017 voor conclusie van antwoord;</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>