<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:214</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T00:56:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 2516 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2017/124</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:214">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:214</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-03T14:26:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:214 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 28-03-2017 / EJ nr. 2516 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:214:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel-ej-vervangende toestemming tot erkenning minderjarige</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:214:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 28 maart 2017</para>
    <para>behorend bij EJ nr. 2516 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[X]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba,  </para>
      <para>VERZOEKER, hierna: de man,</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Z], </emphasis>de minderjarige, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE VOOGDIJRAAD</emphasis>, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 22 november 2016, waarbij de Voogdijraad benoemd is tot bijzonder curator van de minderjarige, een (DNA-) onderzoek gelast is naar de vraag met welke mate van waarschijnlijkheid de man de biologische vader is van de minderjarige en waarbij de bijzonder curator in de gelegenheid gesteld is om schriftelijk zijn mening kenbaar te maken. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de akte uitlating van de bijzonder curator, ingediend op 9 januari 2017;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling van 14 februari 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen de man in persoon, en de Voogdijraad bij mr. Y. Maduro. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="italic">Vervangende toestemming tot erkenning</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Aan de orde is het verzoek van de man om hem vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige te erkennen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Zoals het gerecht reeds in haar tussenbeschikking van 22 november 2016 heeft overwogen kan, ingevolge artikel 1:204 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA), de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dan wel de toestemming van het kind van twaalf jaren of ouder, op verzoek van de man die het kind wil erkennen, door de toestemming van de rechter worden vervangen, indien de erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind niet zou schaden, en de man de verwekker is van het kind. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op grond van het overgelegde DNA-resultaat kan de conclusie getrokken worden dat de man, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de biologische vader is van de minderjarige. Nu biologisch vaderschap door middel van DNA-onderzoek nagenoeg met zekerheid kan worden bewezen en er ook overigens geen reden is om aan de resultaten van het verwantschapsonderzoek te twijfelen, is hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat de man de biologische vader is en dus de verwekker van het kind. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>Het gerecht overweegt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat zowel de minderjarige als de verwekker er recht op heeft dat hun relatie rechtens wordt erkend als een familierechtelijke betrekking. Het belang en het recht van de verwekker op erkenning van de minderjarige moeten worden afgewogen tegen de belangen van de moeder en de minderjarige bij niet-erkenning. </para>
        <para>De moeder is in november 2012 overleden, zodat zij geen toestemming voor de erkenning meer kan verlenen. </para>
        <para>De vraag die thans voorligt, is of de voorgenomen erkenning de belangen van de minderjarige zal schaden. Voor wat betreft de belangen van het kind heeft de Hoge Raad aanvaard (zie Hoge Raad 16 februari 2001, NJ 2001, 571) dat van schade aan de belangen van het kind, als bedoeld in artikel 1:204 lid 3 BW, slechts sprake is, indien ten gevolge van de erkenning er voor het kind reële risico’s zijn dat het wordt belemmerd in zijn evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling.</para>
        <para>Uit de stukken is gebleken dat de minderjarige en de man sinds 1 december 2005 tot 20 mei 2010 en vervolgens vanaf 8 december 2014 tot heden achtereenvolgens ingeschreven stonden op hetzelfde adres. De minderjarige heeft tijdens zijn verhoor verklaard zich gelukkig te voelen bij man. Het is overigens de wens van de minderjarige dat de man officieel zijn vader wordt. Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de erkenning de belangen van de minderjarige niet zal schaden, in die zin dat er reële risico’s zijn dat de minderjarige wordt belemmerd in een evenwichtige sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling. Gelet hierop en nu ook de bijzonder curator verzocht heeft om het verzoek van de man toe te wijzen, zal het gerecht vervangende toestemming verlenen om de minderjarige te erkennen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezag</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Ter zitting heeft de man verzocht om hem, op het moment waarop hij de minderjarige erkent, van de voogdij over de minderjarige te ontslaan en hem met het ouderlijk gezag te belasten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 1:253c lid 1 BWA kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechter verzoeken om hem met het gezag over het kind te belasten. Ingevolge het derde lid van het artikel wijst de rechter het verzoek slechts af, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd. </para>
        <para>Vast is komen te staan in deze procedure dat man de biologische vader is van de minderjarige. Gebleken is dat de man sinds augustus 2014, naar tevredenheid, de voogdij over de minderjarige uitoefent. Nu overigens gebleken is dat de minderjarige blij is bij de man en de minderjarige zelfs te kennen heeft gegeven de wens te hebben dat de man zijn verzorgende en opvoedende ouder wordt, bestaat er naar het oordeel van het gerecht geen gegronde vrees dat de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd indien het verzoek wordt ingewilligd. Nu voor het overige niet van bezwaren daartegen is gebleken, zal het gerecht de man van de voogdij ontslaan en hem met het ouderlijk gezag over de minderjarige belasten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdverblijf</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Met betrekking tot het hoofdverblijf van de minderjarige overweegt het gerecht als volgt. Ingevolge artikel 1:12 lid 1 BWA volgt de minderjarige de woonplaats van hem die het gezag over hem uitoefent. Ingevolge artikel 1:245 lid 2 BWA wordt onder gezag verstaan ouderlijk gezag dan wel voogdij. Het voorgaande brengt mee dat de minderjarige, gelet op de omstandigheid dat de man sinds augustus 2014 met de voogdij over hem is belast, reeds zijn hoofdverblijfplaats bij de man heeft. Dit deel van het verzoek zal derhalve worden afgewezen wegens ontbreken van belang bij toewijzing daarvan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent [X] vervangende toestemming om de minderjarige [Z], geboren op [datum] 2002 in Aruba te erkennen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontslaat [X] van de voogdij over de minderjarige op het moment waarop hij de minderjarige erkent,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>belast [X] vanaf dat moment met het ouderlijk gezag over de minderjarige,  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van 28 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>