<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-20T12:21:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 2930 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-20T12:20:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:178 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 14-03-2017 / EJ nr. 2930 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>personen- en familierecht, kinderalimentatie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 14 maart 2017</para>
    <para>behorend bij EJ nr. 2930 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de alimentatiezaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE VOOGDIJRAAD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>VERZOEKER, </para>
      <para>vertegenwoordigd.</para>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam vader]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, [adres], </para>
      <para>VERWEERDER, hierna te noemen de vader, </para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam moeder]</emphasis>, de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift, ingediend op 28 november 2016;</para>
    <para>- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 31 januari 2017, waaruit blijkt dat namens de Voogdijraad aanwezig was mr. M. Ras en dat de moeder en de vader in persoon zijn verschenen. </para>
    <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <para>Uit de relatie tussen de vader en de moeder zijn geboren de thans nog minderjarige:</para>
    <para>- [ naam minderjarige 1], op [geboortedatum] in Aruba en</para>
    <para>- [ naam minderjarige 2], op [geboortedatum] in Aruba.</para>
    <para>De vader heeft de minderjarigen erkend.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <para>Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 300,- voor [naam minderjarige 2] en Afl. 380,- voor [naam minderjarige 1] ingaande 1 december 2016 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten minderjarigen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De verzoeker heeft de kosten van de minderjarigen bepaald op Afl. 300,- ([naam minderjarige 2]), Afl. 380,- ([naam minderjarige 1]). Nu deze bedragen lager zijn dan het bedrag dat het gerecht bij het vaststellen van de behoefte van een kind als richtsnoer voor kinderen in de leeftijd als die van partijen hanteert, en de vader deze kosten niet heeft weersproken, zal het gerecht de behoefte van de minderjarigen vaststellen op bovengenoemde bedragen, waaraan de ouders naar draagkracht en naar evenredigheid dienen bij te dragen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Draagkracht moeder</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Op basis van het feit dat de moeder geen baan heeft kan worden geconcludeerd dat zij geen, althans onvoldoende, draagkracht zal hebben om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen te betalen. Nu de minderjarigen bij haar wonen en alle kosten voor hun verzorging en opvoeding voor haar rekening komen, heeft de moeder wel nagenoeg de gehele praktische en financiële zorg voor de minderjarigen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Draagkracht vader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Uit het verhandelde ter zitting, blijkt dat de vader een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 2.200,-. Voorts is gebleken dat hij huurlasten heeft van Afl. 600,- per maand en een bank lening van Afl. 600,- per maand. De vader houdt dan over een bedrag van Afl. 1.000,-, waarvan hij in zijn eigen levensonderhoud en in die van de minderjarigen moet voorzien. De vader heeft ter zitting verklaard dat hij maandelijks Afl. 500,- kan betalen aan kinderalimentatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Gelet op het bovenstaande zal de vader worden veroordeeld tot het betalen van een bedrag van Afl. 250,- aan kinderalimentatie, per kind per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de door de vader [naam vader] met ingang van 1 januari 2017 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in, Aruba en [naam minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in Aruba, op een bedrag van Afl. 250,- per kind per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het anders of meer verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 14 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>