<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-17T15:39:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 978 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:170">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-17T15:39:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:170 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 14-03-2017 / EJ nr. 978 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:170:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel - EJ - gezag en omgangsregeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:170:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 14 maart 2017</para>
    <para>Behorend bij EJ nr. 978 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[de vader]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERZOEKER, hierna de vader,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[de moeder]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERWEERSTER, hierna de moeder,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.M. Canwood. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de minderjarige]</emphasis>, de minderjarige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De eerdere procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 30 augustus 2016 waarbij een voorlopige omgangsregeling is bepaald tussen de vader en de minderjarige en de Voogdijraad is verzocht ten aanzien van het verzoek om gezagswijziging en bepaling van een definitieve omgangsregeling, onderzoek in te stellen naar de sociale omstandigheden van partijen en daarover rapport uit te brengen. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 21 november 2016;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling achter gesloten deuren op 6 december 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de partijen bijgestaan door hun gemachtigden. Namens de Voogdijraad waren aanwezig mevrouw A. Flanders, mevrouw R. Kelly en de heer M. Loopstok.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="italic">Gezag</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Aan de orde is het verzoek van de vader om gezamenlijk met de moeder met het gezag over de minderjarige te worden belast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag welke gezagsvoorziening in het belang van de minderjarige wenselijk is, is dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat alleen een van de ouders met het gezag over hem blijft belast, zoals met name indien de problemen tussen de ouders zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders indien zij het ouderlijk gezag gezamenlijk zouden uitoefenen en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen (vgl. HR 18 maart 2005, <emphasis role="italic">LJN </emphasis>AS8525).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De Voogdijraad schrijft in zijn rapport, dat er sprake is van een verstoorde relatie tussen de ouders waardoor er al drie jaren geen contact is geweest tussen de ouders. Ouders zijn niet in staat met elkaar te communiceren, ook niet aangaande de minderjarige, en vermijden elkaar. Ouders hebben nooit gezamenlijk hun rol als ouders uitgevoerd en waren gezamenlijk meer bezig met hun onderlinge problemen. Geadviseerd wordt dat de moeder met het eenhoofdig gezag blijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Ter zitting heeft de moeder zich met dit advies verenigd. De vader is het er niet mee eens. Hij heeft gepersisteerd in zijn standpunt dat partijen weldegelijk over de minderjarige communiceren en wenst dat de beslissing inzake het gezag wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het gerecht is op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat onvoldoende feiten en/of omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit kan worden afgeleid dat gezamenlijk gezag in het belang van de minderjarige is. Partijen hebben reeds drie jaar geen communicatie met elkaar. Dat partijen sinds zeer recent afspraken met elkaar kunnen maken waar de omgangsregeling plaatsvindt is nog onvoldoende om thans partijen gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten. Gelet op het rapport van de Voogdijraad en hetgeen partijen ter zitting hebben aangevoerd, acht het gerecht partijen thans nog niet in staat om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarige kunnen voordoen. Onder deze omstandigheden is het gerecht van oordeel dat er sprake is van een onaanvaardbaar risico dat de minderjarige door (communicatie)problemen van de ouders klem of verloren zal raken bij het gezamenlijk gezag van de ouders. Het verzoek van de vader zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead>
      <emphasis role="italic">Omgang</emphasis>
    </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het onderzoek van de Voogdijraad volgt dat de omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige gestructureerd opgebouwd moet worden, aangezien de vader drie jaar lang niet in het leven van de minderjarige betrokken was en zij nog niet weet dat de verzoeker haar vader is. De moeder persisteert bij haar standpunt dat de omgangsregeling onder haar begeleiding dient plaats te vinden en wenst nader onderzoek naar de relatie tussen de vader en diens andere kinderen. </para>
        <para>Het gerecht volgt de moeder daarin niet. Naar het oordeel van het gerecht is genoegzaam gebleken dat de vader zijn best doet om het vertrouwen van de minderjarige (en de moeder) te winnen en niet is gebleken van enige omstandigheid die tot het oordeel zou kunnen leiden dat een gestructureerd opgebouwde onbegeleide omgang tussen de vader en de minderjarige niet in het belang is van de minderjarige. Het gerecht stelt gelet hierop, en mede naar aanleiding van het rapport van de Voogdijraad, de hierna opgenomen omgangsregeling vast. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de omgangsregeling tussen de vader [de vader] en de minderjarige [de minderjarige], geboren op [datum] 2013 in Aruba als volgt:</para>
    </parablock>
    <para>- vanaf heden wekelijks op zondag van 15.00 uur tot 17.00 uur onder begeleiding van een derde, bij voorkeur de grootmoeder moederszijde</para>
    <para>- vanaf 1 mei 2017 wekelijks op zondag van 15.00 uur tot 17.00 uur zonder begeleiding,</para>
    <para>- vanaf 1 juli 2017 wekelijks op zondag van 12.00 uur tot 16.00 uur</para>
    <para>- vanaf 1 september 2017 wekelijks op zondag van 10.00 uur tot 16.00 uur zonder begeleiding,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van 14 maart 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>