<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-06T12:26:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 2714 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:138">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-06T12:25:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:138 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 01-03-2017 / A.R. 2714 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:138:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schuldvordering; verzendtheorie; de contractuele rente wordt toegekend vanaf datum betekening deurwaardersexploot.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:138:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 1 maart 2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. 2714 van 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ABN AMRO BANK  N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam, Nederland,</para>
      <para>domicilie kiezende te Aruba, ten kantore van de gemachtigde, </para>
      <para>eiseres, hierna te noemen: de bank</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.W.A. van der Gulik</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[GEDAAGDE]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE</title>
    <para>Dit blijkt uit de navolgende stukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>[gedaagde] heeft op 8 september 2003 een kredietovereenkomst gesloten bij de bank tot een maximum van € 2.000,00, met een kredietvergoeding van 11,9% per jaar. [gedaagde] diende dit bedrag af te lossen met een bedrag ad € 40,00 per maand. [gedaagde] heeft dit niet gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>[gedaagde] heeft tevens een overeenkomst ‘Studentenrekening’ met geoorloofde roodstand gesloten. De roodstand heeft [gedaagde] nimmer aangezuiverd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op beide overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden van de bank van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE VORDERING EN HET VERWEER</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De bank vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen te betalen aan haar een hoofdsom ad € 4.210,92, vermeerderd met incassokosten ad € 631,64 en rente tot en met 20 september 2015 alsmede de bedongen rente vanaf 10 september 2015, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>[gedaagde] voert – samengevat - het volgende verweer.</para>
        <para>Hij stelt voorafgaande aan het verzoekschrift nimmer een aanmaning ontvangen te hebben en betwist daarom de gevorderde wettelijke rente. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De gevorderde hoofdsom heeft [gedaagde] niet betwist, zodat deze toewijsbaar is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Wat betreft de gevorderde contractuele rente wordt als volgt overwogen.</para>
        <para>De bank heeft [gedaagde] in 2012 aangeschreven op het adres [adres], omdat uit het uittreksel van 6 februari 2012 bleek dat [gedaagde] hier stond ingeschreven. Omdat [gedaagde] niets van zich liet horen heeft de bank wederom het bevolkingsregister geraadpleegd op 6 september 2013 en toen bleek dat [gedaagde] stond ingeschreven op het adres [adres]. De bank heeft [gedaagde] vervolgens op 13 februari 2014 en 21 augustus 2014 op dit adres aangeschreven. [gedaagde] betwist evenwel ooit enige sommatie ontvangen te hebben.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Op grond van de verzendtheorie dient de bank te bewijzen dat de aanmaningen [gedaagde] hebben bereikt. Nu de bank geen bescheiden heeft overgelegd waaruit volgt dat de aanmaningen [gedaagde] daadwerkelijk hebben bereikt, houdt het gerecht het ervoor dat [gedaagde] pas sinds 30 december 2015 (datum deurwaardersexploot) weet dat de bank aanspraak maakt op de bedongen rente, zodat de vordering vanaf deze datum toewijsbaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De buitengerechtelijke kosten worden als niet weersproken toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>[gedaagde] wordt nu hij in het ongelijk is gesteld, in de kosten van de procedure veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] te betalen aan de bank:</para>
      <para>- een hoofdsom ad € 4.210,92 vermeerderd met de contractuele rente vanaf 30 december 2015 tot de dag der voldoening;</para>
      <para>- de buitengerechtelijke incassokosten ad € 631,64;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van de bank tot op heden begroot op fl. 450,00 griffierecht, fl. 226,67 deurwaarderskosten en Afl. 1.000,00 voor salaris gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch en uitgesproken er openbare terechtzitting op 1 maart  2017 in tegenwoordigheid van de griffier</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>