<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:117</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-28T12:27:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 1952 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:117">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:117</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-28T12:26:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:117 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 21-02-2017 / EJ nr. 1952 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:117:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>personen- en familierecht, levensonderhoud, samen leven als ware gehuwd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:117:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 21 februari 2017</para>
    <para>behorend bij EJ nr. 1952 van 2016 </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam vrouw]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>hierna te noemen: de vrouw,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. H.U. Thielman,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam man]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>hierna te noemen: de man,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. P.A.J. van der Biezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 17 augustus 2016,</para>
    <para>- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 22 november 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de partijen bijgestaan door hun gemachtigden,</para>
    <para>- de akte uitlating zijdens de man, ingediend op 10 januari 2017.</para>
    <para>De uitspraak is nader bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <para>Partijen wonen meer dan twintig jaren samen op het adres [adres]. Bij brief van 1 juni 2016 heeft de man de vrouw bericht dat zij per 30 juni 2016 de woning dient te verlaten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het verzoek van de vrouw strekt ertoe aan haar ten laste van de man een uitkering tot levensonderhoud toe te kennen ter hoogte van Afl. 1.750,- per maand. Tevens verzoekt de vrouw toestemming om kosteloos te mogen procederen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De man betwist dat partijen een affectieve en/of liefdevolle relatie hebben en betwist dat partijen duurzaam samenwoonden als waren zij gehuwd. Subsidiair voert de man draagkrachtverweer. De man verzoekt om het verzoek af te wijzen danwel aanzienlijk te verminderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ingevolge art. 1:408b Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan, als twee personen langdurig hebben samengeleefd als waren zij gehuwd, de rechter, als dat redelijk is, op verzoek van de een uitkering tot levensonderhoud ten laste van de ander toekennen. Als criteria voor “samenleven als waren zij gehuwd” gelden op grond van jurisprudentie in ieder geval cumulatief: (1) de aanwezigheid van een affectieve relatie van duurzame aard, (2) een samenwoning, (3) een wederzijdse verzorging en (4) een gemeenschappelijke huishouding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het gerecht is van oordeel dat de vrouw, in het licht van bovenstaande criteria en tegenover de betwisting van de man, de stelling dat partijen samenwoonden als ware zij gehuwd feitelijk voldoende heeft onderbouwd. Daartoe overweegt het gerecht als volgt. Partijen zijn in 1991 samen naar Aruba verhuisd. Partijen hebben meer dan twintig jaar lang samengewoond en hebben in 2004 gezamenlijk een hypotheek afgesloten voor een stuk grond te [adres]. In 2008 heeft de man een testament opgemaakt waarin hij de vrouw als enig erfgenaam over zijn gehele nalatenschap heeft benoemd. Hierin staat onder punt 2 vermeld: “Al terminar mi convivencia con mi compañera por mi fallecimiento (…)”. Het gerecht overweegt dat met de woorden “convivencia” en “compañera” in samenhang zonder twijfel een levenspartner bedoeld wordt. Het verweer van de man, dat van een relatie zoals bedoeld in art. 1:408b BW geen sprake is, wordt dan ook verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:408b BW is het bepaalde omtrent een uitkering tot levensonderhoud aan een gewezen echtgenoot van overeenkomstige toepassing. Bij de beoordeling van een dergelijk verzoek dient enerzijds rekening te worden gehouden met de (mate van) behoeftigheid van de verzoekende partij en anderzijds met de draagkracht van de andere partij, alsmede met de feitelijke situatie waarin de “als waren zij gehuwde” partijen door het de samenwoning en de ontbinding ervan zijn komen te verkeren. In dat verband kunnen alle omstandigheden van het geval, ook niet financiële, een rol spelen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Behoefte van de vrouw</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De vrouw heeft verzocht om de partneralimentatie te bepalen op Afl. 1.750,-. Zij ontvangt een bedrag van Afl. 506,- per maand aan pensioen. De noodzaak en redelijkheid van de kosten van de vrouw is door de man niet betwist. Gelet hierop kan de behoefte van vrouw worden vastgesteld op totaal Afl. 2.256,- per maand. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Draagkracht van de man</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>De man voert verweer aan dat zijn draagkracht ontoereikend is om een bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw te voldoen. Hij stelt dat hij gemiddeld per maand 2.002,- loon verdient en Afl. 900,- per maand aan huurpenningen. De vrouw betwist het inkomen van de man en stelt dat hij ook tips verdient van gemiddeld Afl. 9.000,- per maand en dat de huurpenningen Afl. 1.050,- per maand bedragen.</para>
        <para>De man heeft het bedrag aan fooien betwist maar heeft nagelaten een gemiddeld bedrag aan tips in het geding te brengen. Het gerecht acht het onaannemelijk dat de man, zoals gesteld, niet iedere dag fooi ontvangt. Naar aanleiding van de door partijen overgelegde Tips Reports zal het gerecht de fooien vaststellen op gemiddeld Afl. 2.400,- per maand. De man heeft aldus een totaalinkomen van gemiddeld (afgerond) Afl. 5.300,- netto per maand. Op grond van het overgelegde uitgavenoverzicht van de man volgt dat de man draagkrachtig is en in staat is de verzochte bijdrage te voldoen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de beslissing dat aan de vrouw een bijdrage in het levensonderhoud zal worden toegekend voor een bedrag van Afl. 1.750,- per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Gelet op het bewijs van onvermogen van de vrouw zal haar toelating worden verleend om kosteloos te procederen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>De proceskosten zullen worden gecompenseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent de vrouw toestemming om kosteloos te mogen procederen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de man aan de vrouw voor haar levensonderhoud zal voldoen een bedrag van Afl. 1.750,- per maand met ingang van 1 februari 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 21 februari 2017 in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>