<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:1058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-21T14:32:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CVB nr. 592 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:1058">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:1058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-21T14:32:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:1058 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 15-06-2017 / CVB nr. 592 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:1058:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voldoende aannemelijk is geworden dat de klachten reeds bestonden voor de ingangsdatum van de verzekeringsdekking. Dit is aannemelijk gelet op de aard van de klachten, op de uitlatingen van appellante jegens de controlearts en op informatie verschaft door de behandelend specialist.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:1058:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 15 juni 2017</para>
    <para>behorende bij CVB nr. 592 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">COLLEGE VAN BEROEP</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake de Landsverordening ziekteverzekering</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[ X ]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, [ adres ]</para>
      <para>APPELLANTE, </para>
      <para>procederende in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>GEINTIMEERDE, hierna ook te noemen: de bank,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>HET PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij beschikking van 3 maart 2016 heeft de bank besloten dat appellante geen recht heeft op tegemoetkoming wegens verminderde belastbaarheid vanaf 11 februari 2016 wegens aanhoudende klachten na een pyelonefritis, aangezien de ziekte het gevolg is van afwijkingen die ontstaan zijn voordat appellante de hoedanigheid van arbeider in de zin van de LvZv had.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Tegen deze beslissing heeft appellante op 21 maart 2016 beroep aangetekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 18 mei 2016 heeft de bank verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Op 22 juni 2016 heeft appellante schriftelijk gereageerd op het verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 8 december 2016 van dit college behandeld, alwaar namens de bank aanwezig waren mevrouw mr. B. Every, juridisch adviseur, en de heer [ R ], pensioenmedewerker, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellante is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank om haar geen ziekengeld toe te kennen en stelt zich op het standpunt dat de bank ten onrechte heeft geconcludeerd dat de ziekte het gevolg is van afwijkingen die ontstaan zijn voordat appellante de hoedanigheid van arbeider had in de zin van de LvZv. Daarbij voert appellante aan dat de nierbekkenontsteking pas sinds december 2015 is ontstaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Artikel 7 lid 1 onder a LvZv bepaalt dat de arbeider geen recht op tegemoetkoming heeft of dit recht verliest indien de afwijking reeds bestond of de ziekte is ontstaan op een tijdstip waarop de arbeider niet de hoedanigheid van arbeider in de zin van de LvZv bezat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Uit de door partijen overgelegde stukken kan het volgende worden afgeleid. </para>
      <paragroup>
        <nr>2.3.1</nr>
        <para>Appellante heeft zich op 16 november 2015 als arbeider ingeschreven bij de bank. Haar dienstverband is op 1 oktober 2015 aangevangen.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.2</nr>
        <para>Op 11 februari 2016 heeft appellante zich arbeidsongeschikt gemeld vanwege nierbekkenontsteking.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.3</nr>
        <para>Tijdens de controle gaf appellante te kennen dat zij jarenlang bekend is met ureterstenose (nierbekkenontsteking) en dat zij in Nederland hiervoor is behandeld en dat zij alhier onder controle is van een uroloog.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.4</nr>
        <para>Uit nader medisch onderzoek is gebleken dat appellante vanaf 2012 alhier onder controle is bij de behandelend uroloog vanwege nierbekkenontsteking en dat zij in 2013 een operatieve ingreep heeft ondergaan. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De bank stelt zich op het standpunt dat – kort samengevat – de huidige klachten van appellante het gevolg zijn van een ziekte en afwijkingen die zijn ontstaan vóór oktober 2015. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het College is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de klachten reeds bestonden voor de ingangsdatum van de verzekeringsdekking. Dit is aannemelijk gelet op de aard van de klachten, op de uitlatingen van appellante jegens de controlearts en op informatie verschaft door de behandelend specialist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het beroep van appellante ongegrond dient te worden verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het college van beroep:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven op 15 juni 2017 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>