<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:1052</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-21T12:17:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CVB nr. 2371 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:1052">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:1052</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-21T12:16:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:1052 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 15-06-2017 / CVB nr. 2371 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:1052:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Pre-existente ziekteoorzaak. </para>
        <para>Zelfs indien moet worden aangenomen – zoals appellante heeft aangevoerd – dat de ziekte c.q. afwijking coxarthrosis los staat van de aangeboren afwijking en zich pas in het jaar voorgaande aan de ziektemelding heeft ontwikkeld, geldt dat sprake is van een afwijking die reeds bestond of is ontstaan voordat appellante de hoedanigheid van arbeider in de zin van de Landsverordening Ziekteverzekering bezat.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:1052:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 15 juni 2017</para>
    <para>CVB nr. 2371 van 2014</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">COLLEGE VAN BEROEP</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de</para>
      <para>Landsverordening Ziekteverzekering (LvZv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[ X ]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>APPELLANTE, </para>
      <para>gemachtigde: [ A ],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>GEREKESTREERDE, hierna te noemen de bank,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij brief van 10 september 2014, door appellant ontvangen op 23 september 2014, heeft de bank besloten dat appellante geen recht heeft op ziekengeld voor de ziekte coxarthrosis van de linker heup door dysplasie – geboren met congenitale heupluxatie – omdat deze ziekte reeds bestond voordat appellante arbeider was in de zin van de LvZv.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Daartegen heeft appellante op 7 oktober 2014 beroep aangetekend bij dit College.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 20 november 2014 heeft de bank een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Het beroep van appellante is behandeld op de bijeenkomst van dit college van 2 juni 2016, alwaar namens de bank aanwezig waren drs. M. Schaad, verzekeringsarts en mw. N. Faarup, juridische medewerker, bijgestaan door de advocaat voornoemd. Appellante is niet verschenen en heeft zich bij brief van 31 mei 2016 gerefereerd aan het oordeel van dit College.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank om haar geen ziekengeld uit te keren en stelt zich op het standpunt dat de ziekte/afwijking coxarthrosis niet aangeboren is, maar dat zij deze in het afgelopen jaar heeft ontwikkeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Aan de bestreden beslissing is ten grondslag gelegd dat appellant ingevolge artikel 7, lid 1 onder a van de LvZv geen recht heeft op tegemoetkoming, nu zij deze claimt in verband met heupklachten, die het gevolg zijn van aangeboren misvorming van de heup.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Artikel 7 lid 1 van de LvZv bepaalt dat de arbeider geen recht op tegemoetkoming heeft indien de afwijking reeds bestond of de ziekte is ontstaan op een tijdstip waarop appellante niet de hoedanigheid van arbeider in de zin van de LvZv bezat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>In geschil is de vraag of de ziekte van appellante reeds bestond of is ontstaan voordat appellant als arbeider werd ingeschreven bij de bank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Bij de beoordeling gaat het College uit van de volgende vaststaande feiten. </para>
      <paragroup>
        <nr>2.5.1</nr>
        <para>Appellante is vanaf 1 april 2014 bij de bank ingeschreven als arbeider in de zin van de LvZv. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.2</nr>
        <para>Zij heeft zich op 4 augustus 2014 arbeidsongeschikt gemeld in verband met heupklachten. Op 12 augustus 2014 heeft zij een operatie ondergaan waarbij zij een totale heup prothese en dakpan plastiek heeft gekregen. Het ontslagformulier van het ziekenhuis vermeldt als diagnose ernstige coxarthrosis linker heup door dysplasie (geboren met congenitale heupluxatie).</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.3</nr>
        <para>Uit het beeldvormend medisch onderzoek blijkt dat in september 2013 de linker heup van appellante een steiler acetabulum en een misvormde heupkom toonde. Dit duidt op congenitale heupdysplasie. Bij het onderzoek in februari en augustus 2014 is dit beeld ongewijzigd gebleven. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.4</nr>
        <para>De behandelend orthopedisch chirurg, [ FW ], vermeldt in zijn verklaring van 23 september 2016 dat appellante als baby behandeld werd in verband met een congenitale heupluxatie.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Zelfs indien moet worden aangenomen – zoals appellante heeft aangevoerd – dat de ziekte c.q. afwijking coxarthrosis los staat van de aangeboren afwijking en zich pas in het jaar voorgaande aan de ziektemelding heeft ontwikkeld, geldt dat sprake is van een afwijking die reeds bestond of is ontstaan voordat appellante de hoedanigheid van arbeider in de zin van de LvZv bezat. Zij is immers in april 2014 als arbeider ingeschreven en heeft zich al reeds drie maanden later ziek gemeld wegens deze ziekte. Dat deze afwijking zich in minder dan drie maanden zou hebben ontwikkeld is niet aannemelijk. Het College is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de klachten reeds bestonden voordat appellante als arbeider werd ingeschreven bij de bank. Het beroep dient derhalve ongegrond te worden verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het college:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven op 15 juni 2017 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>