<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:35:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">E.J. 2508 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/3626</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:955">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-11T13:47:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:955 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 04-07-2016 / E.J. 2508 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:955:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel-ej-arbeid-verzoek verklaring voor recht dat ontslag onregelmatig is, wordt wegens gebrek aan belang afgewezen- werkgever heeft zich bereid getoond het achterstallige salaris, het salaris over de opzegtermijn en de cessantia-uitkering te voldoen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:955:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 4 juli  2016</para>
    <para>Behorend bij E.J. 2508 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[X]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [X],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde sub 1]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [Y]</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- het verweerschrift;</para>
    <para>- de brief van 24 februari 2017 met producties aan de zijde van [X], tevens aanvulling van eis;</para>
    <para>- de behandeling ter zitting van 28 februari 20117 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier;</para>
    <para>- de akte aan de zijde van [X];</para>
    <para>- de contra-akte aan de zijde van [Y].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>X] is gedurende 2 jaar werkzaam geweest als verzorgster van de moeder van [Gedaagde sub 1]], [Z] genaamd, thans  98 jaar oud is. [X] werkte dagelijks vanaf 8.00 uur tot in de middag of het begin van de avond en kwam op 6 dagen terug om te slapen bij [Z].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>Y] hebben garant gestaan voor de verblijfsvergunning van [X].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <parablock>
        <para>X] ontving Afl. 800,00 per maand en Afl. 450,00 per maand voor de </para>
        <para>slaapdiensten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij brief van 7 maart 2016 (bedoeld werd 7 april 2016) heeft [X] [Y] bericht dat zij max 45 uur per week mag werken en maximaal 9 uur per dag. Gelet op het werkrooster van [X] is er sprake van overwerk. Hiervoor wenst [X] een vergoeding te ontvangen van Afl. 10,00 per uur overwerk. Voorst berichtte [X] [Y] dat indien zij zich hierin niet kunnen vinden, [X] nog slechts 45 uur per week wenst te werken. Voor het geval [Y] dit eveneens afwijzen, zegt [X] de arbeidsovereenkomst op met in achtneming van een maand opzegtermijn, derhalve per 31 mei 2016.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Na het aanbieden van deze brief heeft [X] niet meer gewerkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>X] verzoekt verklaring voor recht dat het ontslag onregelmatig is en verzoekt -uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [Y] tot betaling van </para>
      <para>- een maand loon over de opzegtermijn ad Afl. 800,00, </para>
      <para>- de cessantia-uitkering ad Afl. 369,23;</para>
      <para>- de kosten verbonden aan de verblijfsvergunning ad Afl. 1.898,75 en</para>
      <para>- de proceskosten (waaronder de beslagkosten).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij brief van 24 februari 2017 wenst mr. Illes het petitum aan te vullen met een vordering uit hoofde van overwerk. In deze brief is vermeld: ‘Het gaat om een vordering van 6 dagen per week, gedurende 9 uur’. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>X] grondt het verzoek erop dat ze op 8 april 2016 op staande voet is ontslagen, zonder dat hieraan een dringende reden ten grondslag lag. Voorts heeft [X] vele nachtelijke uren gewerkt, waarvoor zijn geen overwerkvergoeding heeft ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>Y] voeren hiertegen verweer dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Voorop wordt gesteld dat de bij brief van 24 februari 2017 gedane aanvulling van eis, dusdanig vaag is, dat deze buiten beschouwing wordt gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben [Y] zich bereid getoond om het achterstallige salaris en het salaris over de opzegtermijn te voldoen. In totaal betreft dit een bedrag ad Afl. 1.600,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Tevens verklaarden [Y] bereid te zijn de cessantia-uitkering aan [X] te voldoen. Ingevolge het bepaalde in artikel 3 van de Cessantiaverordening bedraagt deze voor het eerste tot en met 10e dienstjaar, een weekloon. Uitgaande van een maandloon van Afl. 800,00 bedraagt het weekloon: 3 x fl. 800,00 : 13 =  Afl. 184,61. Dit bedrag wordt eveneens toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Voor zo ver de vordering betrekking heeft op restitutie van de kosten van de verblijfsvergunning, wordt deze afgewezen nu voor toewijzing een juridische grondslag ontbreekt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De verzochte verklaring voor recht wordt wegens gebrek aan belang afgewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Nu [X] [Y] nimmer schriftelijk heeft aangemaand alvorens het onderhavige verzoek in te dienen, worden de proceskosten gecompenseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.1.veroordeelt [Y] tot betaling aan [X] van een bedrag van Afl. 1.784,61, zijnde achterstallig salaris vermeerderd met de cessantia-uitkering;</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af;</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 4 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>