<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-05T09:31:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 1410 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:857">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-01-05T09:31:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:857 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 29-11-2016 / EJ nr. 1410 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:857:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Alimentatie. Art.1:85</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:857:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 29 november 2016				 </para>
    <para>Behorend bij EJ nr. 1410 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verzoekster]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER, hierna ook te noemen: de vrouw,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verweerder]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER, hierna ook te noemen: de man,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[sub 1], geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[sub 2], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[sub 3], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[sub 4], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats],</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[sub 5], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats],</emphasis>
      </para>
      <para>de minderjarigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift met producties, ingediend op 14 juni 2016;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling op 20 september 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar gemachtigde, en de man in persoon. Voorts is verschenen de Voogdijraad bij mevrouw A. Flanders en mevrouw G. Hoogvliets;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de productie, overgelegd door de man bij de mondelinge behandeling.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is nader bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <para>De vrouw en de man zijn op 26 april 2006 in Aruba gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Uit het huwelijk zijn de hiervoor genoemde minderjarigen geboren. Partijen wonen, naar het gerecht aanneemt, in onderling overleg niet meer samen. De minderjarigen verblijven bij de vrouw. Er is (nog) geen sprake van (een verzoek tot) scheiding van tafel en bed dan wel echtscheiding. De vrouw heeft geen inkomsten. De man is werkzaam als ambtenaar in dienst van het Land.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <para>De vrouw verzoekt het gerecht om de man met toepassing van artikel 1:85, tweede en vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) te veroordelen om aan haar ter beschikking te stellen een bedrag van in totaal Afl. 2.250,- per maand, dienende ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (Afl 450,- per kind per maand). Het verzoek strekt voorts tot verlof om kosteloos te mogen procederen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 1:85, tweede lid, BWA is de ene echtgenoot verplicht aan de andere die met hem samenwoont, ten behoeve van de gewone gang van de huishouding voldoende gelden ter beschikking te stellen; wonen echtgenoten in onderling overleg niet samen, dan is de ene echtgenoot verplicht aan de andere voldoende gelden ter beschikking te stellen ten behoeve van de gewone gang van diens huishouding.</para>
        <para>Ingevolge het vierde lid van dit artikel worden geschillen tussen de echtgenoten omtrent een en ander door de rechter in eerste aanleg op verzoek van beiden of een van hen beslist. Op gelijke wijze als zij is tot stand gekomen, kan bij veranderde omstandigheden een gegeven beschikking worden gewijzigd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van het gerecht kunnen tot de kosten van de gewone gang van de huishouding van de vrouw gerekend worden die van de verzorging en opvoeding van de bij haar wonende minderjarigen. Gelet hierop is de man verplicht aan de vrouw daarvoor voldoende gelden ter beschikking te stellen. De hoogte van de gestelde behoefte van de minderjarigen heeft de man niet (gemotiveerd) betwist. Anders dan de man kennelijk meent, brengt de omstandigheid dat alleen hij inkomen uit arbeid geniet niet mee dat de vrouw geen aanspraak op een bijdrage van hem kan maken. Daarbij komt dat de inkomsten van de man in de huwelijksgoederengemeenschap vallen en daarmee evenzeer aan de vrouw als de man toekomen. Rekening houdend met de kosten die de man geacht kan worden te moeten maken voor het voeren van zijn eigen huishouding en de aflossingsverplichtingen met betrekking tot een aantal – naar het gerecht aanneemt – gezamenlijke schulden, zoals daarvan ter zitting is gebleken, gaat het gerecht ervan uit dat de man in staat is Afl. 1.200,- per maand bij te dragen in de kosten van de gewone gang van de huishouding van de vrouw. De vordering van de vrouw zal in zoverre worden toegewezen.</para>
        <para>De ingangsdatum van de betalingsverplichting zal worden bepaald op 1 augustus 2016, zijnde de datum waarop de man kan worden geacht van het verzoekschrift op de hoogte te zijn geraakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Aan de vrouw zal, gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen, toestemming worden verleend om kosteloos te procederen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Er bestaat aanleiding de proceskosten te compenseren, in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verleent aan de vrouw toestemming om in deze zaak kosteloos te procederen;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [verweerder] om met ingang van 1 augustus 2016 en in de toekomst, telkens bij vooruitbetaling, aan zijn echtgenote, [verzoekster], maandelijks een bedrag van Afl. 1.200,- ter beschikking te stellen ten behoeve van de gewone gang van haar huishouding;</para>
    <para />
    <para>- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>- compenseert de kosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt;</para>
    <para />
    <para>- wijst af het anders of meer verzochte.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 29 november 2016 in aanwezigheid van de griffier.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>