<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:795</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-15T11:49:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">B.B.964 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:795">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:795</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-15T11:49:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:795 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 09-11-2016 / B.B.964 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:795:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzetzaak; vernietiging verstekvonnis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:795:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 9 november 2016</para>
    <para>Behorend bij B.B.964 van 2016</para>
    <para>Oorspronkelijk nummer: B.B. 173 van 2016</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[OPPOSANTE]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>oorspronkelijk eiser, verweerder in verzet</para>
      <para>hierna ook te noemen: [opposante],</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. M.O. Lopez,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[GEOPPOSEERDE]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>oorspronkelijk gedaagde, eiseres in verzet,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [geopposeerde],</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het verzetschrift;</para>
    <para>- de mondelinge conclusie van antwoord in oppositie.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE BEOORDELING VAN HET VERZET</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij verzoek van 27 januari 2016 (abusievelijk gedateerd op 27 januari 2015), bij het Gerecht binnengekomen op 27 januari 2016 heeft [opposante] een verzoek tot betaling ingediend. Het Gerecht heeft [geopposeerde] opgeroepen. Zij is niet verschenen. Op 30 maart 2016 heeft het Gerecht het bevel tot betaling gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>[geopposeerde] heeft gesteld tijdig in verzet te zijn gekomen. [opposante] heeft slechts mondeling bij zijn vordering volhard, zodat het Gerecht het niet betwiste standpunt van [geopposeerde] zal volgen en haar ontvankelijk zal verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>[geopposeerde] heeft gesteld dat zij op onjuiste wijze is opgeroepen, namelijk op een verkeerd adres. Uit de door haar overgelegde stukken en bij gebrek aan tegenspraak blijkt dat dit inderdaad het geval is. De met het instellen van verzet gemoeide kosten behoeven dan ook niet voor haar rekening te blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Inhoudelijk heeft [geopposeerde] geen verweer gevoerd tegen de hoofdsom. Wel heeft zij bezwaar tegen de ingangsdatum van de wettelijke rente, die in het vonnis op 27 januari 2015 is gesteld. Dat verweer slaagt. In het verzoek is geen ingangsdatum voor de wettelijke rente opgenomen, zodat de datum van het verzoek moet worden gehanteerd. Dat is, zoals hierboven is overwogen, 27 januari 2016. In zoverre slaagt het verzet, nu ook tegen dit standpunt door [opposante] niet is geageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het vonnis waartegen het verzet zich richt zal dan ook worden vernietigd voor zover het de ingangsdatum van de wettelijke rente betreft. Voor het overige zal dit vonnis op de daarin genoemde gronden worden bekrachtigd. [opposante] zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verzetprocedure worden verwezen. De kosten van het betekenen van het verstekvonnis zullen op grond van het bepaalde in art. 89 Rv voor rekening van [opposante] komen, omdat deze kosten een gevolg zijn van het feit dat [geopposeerde] in eerste instantie niet is verschenen en zij niet goed, namelijk op een door [opposante] verkeerd opgegeven adres, was opgeroepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het door dit Gerecht op 30 maart 2016 onder rolnummer B.B. 173 van 2016 gewezen verstekvonnis, voor zover [geopposeerde] daarbij is veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente vanaf 27 januari 2015;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en opnieuw beslissend:</para>
      <para>veroordeelt [geopposeerde] tot betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 27 januari 2016,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het verstekvonnis voor het overige,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [opposante] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [geopposeerde] tot op heden bepaald op nihil; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 november 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>