<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:783</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-01T11:45:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-10-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LAR nr. 1245 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:783">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:783</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-01T11:45:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:783 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 24-10-2016 / LAR nr. 1245 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:783:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar tardief ingediend - termijnoverschrijding niet verschoonbaar - beroep kennelijk niet-ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:783:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <parablock>
      <para>Uitspraak van 24 oktober 2016</para>
      <para>LAR nr. 1245  van 2016</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[appellant],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>APPELLANT,</para>
      <para>procederend in persoon,                               </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de Minister van Justitie en Verslavingszorg</emphasis>,</para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G.J.M. Sjiem Fat.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Appellant heeft op 26 november 2015 bezwaar ingesteld tegen de hindervergunning die  verweerder heeft verleend aan Windpark Urirama NV voor het plaatsen van windmolens te Urirama. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 31 mei 2016 beroep ingesteld bij dit gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 juli 2016 heeft appellant schriftelijk de redenen aangegeven voor het indienen van zijn beroepschrift na de in artikel 27 lid 2 van de Lar gestelde termijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 september 2016 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is hierna bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het beroep strekt ertoe de fictieve beslissing op het bezwaar te vernietigen en te bepalen dat verweerder een reële beslissing zal nemen op het bezwaarschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verweerder stelt zich (primair) op het standpunt dat appellant niet-ontvankelijk is in zijn beroep omdat hij niet tijdig beroep heeft ingesteld tegen de bestreden beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Het gerecht overweegt als volgt.</para>
        <para>Ingevolge artikel 27 lid 2 van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift wanneer het betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift, acht weken en gaat hij in op de dag waarop het bestuursorgaan in gebreke raakt, tijdig op het bezwaarschrift te beslissen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het bezwaarschrift is op 26 november 2015 ingediend. Met toepassing van artikelen 15, aanhef en onder sub a (twee weken), 19 leden 1 en 2 (acht weken) en 20, lid 1 van de LAR (zes weken), dient te worden aangenomen dat het bestuursorgaan op 18 maart 2016 in gebreke is geraakt tijdig op het bezwaarschrift te beslissen. De beroepstermijn is ingevolge artikel 27 lid 2 van de LAR, op 12 mei 2016 verstreken. Het onderhavige beroepschrift is ingediend nadat de beroepstermijn is verstreken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediende beroepschrift blijft blijkens artikel 28 lid 3 van de LAR niet-ontvankelijkverklaring achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs kan worden verlangd en het tegendeel daarvan niet blijkt. </para>
        <para>Het betoog van appellant dat het bestuursorgaan op 22 april 2016 in gebreke was en hij vanaf die datum tot 17 juni 2016 in beroep kon gaan berust op een verkeerde lezing van de wet. Dat appellant de wettelijke bepalingen over de beroepstermijn verkeerd heeft geïnterpreteerd, is een omstandigheid die voor zijn rekening dient te blijven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Dit brengt met zich mee dat het gerecht geen gronden ziet om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Het beroep van appellant zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grondslag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 24 oktober 2016, in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>