<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:722</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-11T11:18:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">B.B. 1041 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:722">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:722</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-11T11:18:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:722 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 19-10-2016 / B.B. 1041 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:722:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, schuldvordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:722:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 19 oktober 2016</para>
    <para>Behorend bij B.B. 1041 van 2016</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ARUBA AIG INSURANCE N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: AIG,</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. M.B. Boyce,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Gedaagde,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de producties aan de zijde van AIG; </para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 22 september 2016.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Gedaagde heeft een schadeverzekering voor een haar toebehorend motorvoertuig bij AIG gesloten. Op 14 oktober 2009 heeft de echtgenoot van Gedaagde een ongeval veroorzaakt. AIG heeft uitkeringen aan een derde gedaan ten belopen van Afl. 10.482,90. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De echtgenoot van Gedaagde bleek niet in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs. AIG heeft daarop met Gedaagde op 10 maart 2011 een overeenkomst gesloten tot terugbetaling van dit bedrag. Deze overeenkomst is door de echtgenoot van gedaagde getekend en door haar middels betalingen uit hoofde van die overeenkomst geaccepteerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Thans staat nog een hoofdsom open van Afl. 6.582,90. AIG vordert thans dit bedrag, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Ter zitting heeft Gedaagde de vordering erkend. Zij heeft verklaard het bedrag niet in één keer te kunnen betalen. AIG heeft verklaard een betalingsregeling van Afl. 150,00 te kunnen accepteren, onder verband van vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het in de overeenkomst opgenomen beding tot betaling van buitengerechtelijke kosten wordt door het Gerecht ambtshalve gematigd tot het gebruikelijke tarief (te weten 1,5 punt van het gemachtigdensalaris). Het meerdere wordt afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Over de hoofdsom is de wettelijke rente toewijsbaar, maar niet over de buitengerechtelijke kosten, nu gesteld noch gebleken is dat die door AIG al aan haar gemachtigde zijn betaald. De ingangsdatum van de wettelijke rente zal niet kunnen worden gesteld op de datum van het ongeval, nu op dat moment AIG de thans gevorderde schade nog niet heeft geleden. Nu geen andere datum is vermeld en in de overeenkomst met Gedaagde geen ingangsdatum is genoemd, zal de ingangsdatum van de wettelijke rente worden gesteld op 6 november 2015, zijnde de afloop van de termijn van de sommatie van de gemachtigde van AIG.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het geding worden veroordeeld.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Gedaagde tot betaling aan AIG van een bedrag van Afl.6.582,90, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf 6 november 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Gedaagde tot betaling van de buitengerechtelijke kosten, aan de zijde van AIG gemaakt, tot een bedrag van Afl. 750,00;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van AIG worden begroot op Afl. 100,00 aan griffierecht en Afl. 1.000,00 aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>staat Gedaagde toe het totaal verschuldigde krachtens dit vonnis te voldoen in maandelijkse termijnen van Afl. 150,00, te voldoen met ingang van 1 november 2016 en voorts iedere eerste van de daaropvolgende maand, welke betaling dient te geschieden op de derdengeldenrekening van de gemachtigde van AIG;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat, indien Gedaagde deze betalingsregeling niet of niet behoorlijk nakomt het dan nog verschuldigde direct zonder verdere kennisgeving opeisbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>