<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:69</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-15T11:11:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. nr. 1741 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:69">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:69</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-15T11:09:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:69 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 10-02-2016 / A.R. nr. 1741 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:69:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, schuldvordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:69:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 10 februari 2016</para>
    <para>Behorend bij A.R. nr. 1741 van 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap naar Nederlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ABN AMRO BANK N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Nederland,</para>
      <para>eiseres, hierna ook te noemen: ABN,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.W.A. van der Gulik,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te  [adres] in Aruba,</para>
      <para>gedaagde, hierna ook te noemen: G*,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 11 november 2015 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De ingevolge dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 11 december 2015. ABN is toen verschenen bij mr. A. de Bie, die occupeerde voor haar gemachtigde. Hoewel behoorlijk opgeroepen is G* niet ter comparitie verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>ABN vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis G* veroordeelt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-om tegen kwijting aan ABN te betalen € 57.202,45, zijnde de hoofdsom ad € 30.147,29 vermeerderd met € 4.522,09 aan incassokosten, de tot en met 25 juni 2015 verschenen rente ad € 23.023,91 en verminderd met € 490,85 aan aflossing, te vermeerderen met de contractuele rente over voormelde hoofdsom gerekend vanaf 26 juni 2015;</para>
        <para>-in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>G* voert verweer strekkende tot matiging of “<emphasis role="italic">stillegging</emphasis>” van de rente.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.5 van het tussenvonnis zal G* worden veroordeeld om aan ABN te betalen € 52.680,35 (zijnde de hoofdsom ad </para>
        <para>€ 30.147,29, vermeerderd met de tot en met 25 juni 2015 verschenen rente ad </para>
        <para>€ 23.023,91 en verminderd met € 490,85 aan aflossing), te vermeerderen met de contractuele rente over voormelde hoofdsom gerekend vanaf 26 juni 2015. Hierbij wordt nog overwogen dat het gerecht geen grond of aanleiding ziet voor matiging of “<emphasis role="italic">stillegging</emphasis>” van die rente zoals verzocht door G*.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Wat betreft de gevorderde vergoeding voor kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte wordt het volgende overwogen. Uit de overgelegde aanmaningsbrieven volgt dat ABN dienaangaande meer werkzaamheden heeft verricht dat die waarin artikel 63a Rv voorziet. Gegeven het onbetaald laten van de bedragen die G* verschuldigd is aan ABN is het redelijk dat ABN die kosten met zich brengende incassowerkzaamheden heeft verricht. Het Gerecht oordeelt het echter niet redelijk dat ABN € 4.522,09 aan G* in rekening brengt ten titel van vergoeding van bedoelde kosten. Te gelden heeft immers dat de verificatoir aangetoonde en in aanmerking te nemen door ABN uitbestede incassowerkzaamheden niet in Nederland maar hier te lande althans in deze (wat incassokosten betreft - en dat is van algemene bekendheid - veel goedkopere) regio zijn verricht. Op grond van artikel 63b lid 1 Rv komt de rechter (ook ambtshalve) de bevoegdheid toe om bedragen die geacht kunnen worden te zijn bedongen ter vergoeding van proceskosten of buitengerechtelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 1 onder b en c BW te matigen. Met gebruikmaking van die bevoegdheid stelt het Gerecht de door G* te betalen vergoeding voor buitengerechtelijke kosten vast op Afl. 4.522,09 (zijnde 15% van de toe te wijzen hoofdsom, waarbij het valutateken “<emphasis role="italic">€</emphasis>” telkens is vervangen door: “Afl.”).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>G* zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van ABN, tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 225,63,-- + 217,35 =) Afl. 1.192,98 aan verschotten en Afl. 2.200,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 6, ad Afl. 1.100,-- per punt).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt G* om aan ABN te betalen € 52.680,35 (zijnde de hoofdsom ad € 30.147,29, de tot en met 25 juni 2015 verschenen rente ad € 23.023,91 en verminderd met € 490,85 aan aflossing), te vermeerderen met de contractuele rente over voormelde hoofdsom gerekend vanaf 26 juni 2015 en te vermeerderen met Afl. 4.522,09 aan incassokosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt G* in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van ABN, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.192,98,-- aan verschotten en Afl. 2.200,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>