<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:34:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 818 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/2752</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:619">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-23T13:23:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:619 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 20-09-2016 / EJ nr. 818 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:619:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel-ej-arbeid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:619:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 20 september 2016</para>
    <para>behorend bij EJ nr. 818 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[eiseres]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>verzoekster, hierna te noemen: [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam bedrijf] VBA</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba,  </para>
      <para>verweerster, hierna te noemen: [naam bedrijf],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift, ingediend op 11 april 2016,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift, ingediend op 28 juni 2016,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 30 augustus 2016, waaruit blijkt dat verzoekster is verschenen evenals haar  gemachtigde en verweerster bij haar directeur dhr. [naam directeur] en haar gemachtigde.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>eiseres] is op 30 september 2015 in opdracht van [naam bedrijf] schilderwerkzaamheden gaan verrichten in hotel [naam hotel] tegen een uurloon van Afl. 12,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Er is een schriftelijke stuk met de titel ‘contrato y reglas de trabajo’  dat op 30 september 2016 is ondertekend door de directeur van [naam bedrijf]. </para>
        <para>Artikel 2 luidt:</para>
        <para>‘El empleado entra en servicio el dia Sept 30, 2015 es contratado-da para la ejecucion del Proyecto de [naam hotel], el cual tendra un lapso aproximado de 8 meses, comenzando a partir  del mes de Abril culminando en Noviembre 30,’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <para>eiseres] heeft op 30 september 2015 getekend voor de ontvangst van ‘Reglamento [naam bedrijf] Proyecto [naam hotel] Hotel’. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Over de periode 25 oktober 2015 tot 12 december 2015 heeft [eiseres] haar werkzaamheden verricht, zonder dat [naam bedrijf] haar loon heeft doorbetaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Op 12 december 2015 heeft [eiseres] haar werkzaamheden neergelegd en beroept zij zich op een opschortingsrecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Op 12 december 2015 heeft [naam hotel] [naam bedrijf] gesommeerd het bouwterrein te verlaten en heeft [prinicipaal bedrijf] de overeenkomst met [naam bedrijf] opgezegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>eiseres] verzoekt, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, haar salaris door te betalen vanaf 25 oktober 2015 tot de dag dat het dienstverband is geëindigd en met veroordeling van [naam bedrijf] in de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Aan dit verzoek legt [eiseres] het volgende - samengevat - ten grondslag. </para>
        <para>[eiseres] heeft haar verplichtingen vanaf 12 december 2015 opgeschort, omdat [naam bedrijf] haar salaris niet meer uitbetaalde. Het dienstverband is nimmer geëindigd, aldus maakt [eiseres] aanspraak op loondoorbetaling van haar salaris tot het einde van het dienstverband. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>naam bedrijf] voert verweer dat bij de beoordeling aan de orde komt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Als eerste dient de vraag te worden beantwoord op welke basis [eiseres] werkzaam was voor [naam bedrijf]. Hiertoe wordt als volgt overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Volgens [naam bedrijf] zijn partijen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan, te weten voor de duur van het project bij hotel [naam hotel]. Ingevolge het bepaalde in artikel 7A:1613x BWA dient een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd schriftelijk te zijn aangegaan. Hoewel het ‘contrato y reglas de trabajo’ slechts is ondertekend door [naam bedrijf], kan dit schriftelijke stuk niet los gezien worden van het door [eiseres] op dezelfde dag voor ontvangst ondertekende ‘reglamento [naam bedrijf] Proyecto [naam hotel] Hotel’. Beide stukken in onderlinge samenhang beschouwende rechtvaardigt naar het oordeel van het gerecht de conclusie dat tussen partijen een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot stand is gekomen. Daar komt bij dat ter zitting is verklaard dat verzoeksters wisten dat zij waren aangenomen voor het project in hotel [naam hotel]. Dit heeft tot gevolg dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege eindigde op de dag dat het project eindigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3 [</nr>
      <para>naam bedrijf] heeft onweersproken gesteld dat hotel [naam hotel] haar op 12 december 2015 sommeerde om het bouwterrein te verlaten en dat [principaal bedrijf] hierna de overeenkomst met haar opzegde. Aldus eindigde het project waarvoor [eiseres] was aangenomen op 12 december 2015. Dit heeft tot gevolg dat nadien geen aanspraak meer bestaat op loon.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4 [</nr>
      <para>naam bedrijf] erkent de verschuldigdheid van het loon over de periode 25 oktober 2015 tot 12 december 2015. Zij heeft berekend dat dit Afl. 4.586,20 bruto bedraagt. [eiseres] heeft dit verder niet betwist, zodat dit bedrag wordt toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Het gerecht acht termen aanwezig om de proces kosten te compenseren. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>veroordeelt [naam bedrijf] om aan [eiseres] te betalen een bedrag ad Afl. 4.586,20 bruto;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>bepaalt dat elke partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 20 september 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>