<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-23T09:49:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. no. 2031 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:608">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-23T09:48:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:608 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 08-09-2016 / K.G. no. 2031 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:608:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Kort Geding. Geen spoedeisend belang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:608:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis in kort geding van 8 september 2016</para>
    <para>Behorend bij K.G. no. 2031 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS IN KORT GEDING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Eiser</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>eiser, hierna ook te noemen: Eiser,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">NEW INDIA ASSURANCE REPRESENTATIVE N.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>gedaagde, hierna ook te noemen: New India,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.J.M. Lotter Homan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met producties, ingediend op 24 augustus 2016;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de faxbrief met producties van 7 september 2016 zijdens Eiser;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de faxbrief met producties van 7 september 2016 zijdens New India;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de griffier van de behandeling ter openbare terechtzitting op donderdag 8 september 2016.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De uitspraak is terstond gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiser heeft op 15 april 2014 een “all risk plus verzekering” gesloten met New India voor een periode van drie jaar. Op 26 maart 2016 heeft zich een hit-and-run plaatsgevonden ten gevolge waarvan de auto van Eiser is beschadigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>New India heeft nimmer een beslissing genomen op het verzoek van Eiser tot uitbetaling van de nieuwwaarde van een vervangende auto conform sub 1 van de <emphasis role="italic">Smart Full Value Clause</emphasis>.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Eiser vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van New India tot - kort gezegd - uitbetaling van de nieuwwaarde van de te vervangen auto ten bedrage van Afl. 71.622,-, vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten en met veroordeling van New India in de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Eiser grondt de vordering op sub 1 van de <emphasis role="italic">Smart Full Value Clause</emphasis>.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>New India voert verweer en concludeert dat de voorzieningenrechter Eiser niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering, met veroordeling van Eiser in de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>New India heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat Eiser geen spoedeisend belang heeft bij zijn vordering. Dit verweer is gegrond. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De <emphasis role="italic">all risk plus</emphasis> verzekering van Eiser loopt af in april 2017. Daar komt bij dat Eiser van New India een vervangende auto ter beschikking heeft gekregen. Dit maakt het onbegrijpelijk waarom Eiser een onmiddellijke voorziening in kort geding behoeft en niet een beslissing in een bodemzaak zou kunnen afwachten. Eiser heeft op geen enkele wijze door het stellen van concrete feiten en omstandigheden het spoedeisend belang bij zijn vordering aannemelijk gemaakt. Dat de auto in de tussentijd van waarde zal dalen maakt dat niet anders nu daarmee rekening dient te worden gehouden bij de door New India te nemen beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zal Eiser de proceskosten van New India moeten vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart Eiser niet-ontvankelijk;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Eiser in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van New India worden begroot op Afl. 1.500,- aan salaris van de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold" />
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>