<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-01T09:04:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ. nr. 2577 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:521">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-01T09:04:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:521 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 23-08-2016 / EJ. nr. 2577 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:521:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>CIV - EJ - alimentatie en gezag</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:521:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 23 augustus 2016</para>
    <para>Behorend bij EJ. nr. 2577 van 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE VOOGDIJRAAD,</emphasis>
      </para>
      <para>kantoorhoudend in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER, </para>
      <para>vertegenwoordigd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[de man]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER, hierna te noemen: de man,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de vrouw]</emphasis>, de vrouw,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de minderjarige 1]</emphasis>, hierna: [de minderjarige 1],</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de minderjarige 2]</emphasis>, hierna: [de minderjarige 2],</para>
      <para>de minderjarigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 1 maart 2016 waarbij onder andere een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarigen is bepaald. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit de nadere stukken van de man, overgelegd op 8 maart 2016.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is hierna nader bepaald op heden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="underline italic">Gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1]</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>De man heeft als zelfstandig verzoek bij het verweerschrift, verzocht om samen met de vrouw belast te worden met het gezag over [de minderjarige 1]. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA). </para>
        <para>Zoals in de beschikking van 1 maart 2016 reeds is overwogen, bepaalt artikel 429h, lid 4 van de Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dat een verweerschrift een zelfstandig verzoek mag bevatten, mits dit betrekking heeft op het onderwerp van het oorspronkelijke verzoek. </para>
        <para>In dit geval strekt het oorspronkelijke verzoek, dat is ingediend door de Voogdijraad, tot het bepalen van een kinderalimentatiebijdrage en is het gebaseerd op artikel 1:406 (BWA) (afdeling 2 van Titel 17 Levensonderhoud).</para>
        <para>Naar het oordeel van het gerecht heeft het verzoek om wijziging in het gezag onvoldoende betrekking op het oorspronkelijke alimentatieverzoek, zodat dit verzoek buiten beschouwing zal worden gelaten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Kinderalimentatie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Voor de verwekker van een kind dat alleen een moeder heeft geldt, als ware hij ouder van het kind, dezelfde verplichting. </para>
        <para>Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, de voogdijraad de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten minderjarigen</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>2.3.1</nr>
        <para>De Voogdijraad heeft de maandelijkse kosten van [de minderjarige 1] bepaald op Afl. 590,42 en van [de minderjarige 2] op Afl. 631,50. De man heeft de kosten bestreden. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.2</nr>
        <para>Bij het vaststellen van de kosten van minderjarigen hanteert het gerecht als richtsnoer dat deze voor kinderen in de leeftijd als die van partijen gemiddeld Afl. 450,- per kind per maand bedraagt. In dit bedrag zijn onder andere begrepen de schoolkosten en de kosten aan kleding, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten van deze lasten bij de vaststelling van de behoefte niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van het kind die niet zijn begrepen in genoemd bedrag van Afl. 450,-. Het gerecht zal in dit geval rekening houden met de post “vervoerkosten” ad Afl. 75,- per kind per maand. Gelet op het vorenstaande kunnen de kosten van de minderjarigen worden bepaald op Afl. 525,- per kind per maand. </para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Draagkracht ouders </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>2.4.1</nr>
        <para>Uit de door de vrouw overgelegde stukken (salarisstroken, arbeidsovereenkomst en werkgeversverklaring) blijkt dat zij bij [de werkgever] werkt en een gemiddeld netto-maandloon van Afl. 1.636,70 heeft. Van ongebruikelijke of bijzondere lasten, anders dan de gebruikelijke leef- en woonkosten, die ten laste van de vrouw komen is niet gebleken.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.4.2</nr>
        <para>Uit de door de man overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat hij vanaf september 2015 tot 15 februari 2016 werkeloos is geweest en dat hij op 15 februari 2016 in dienst is getreden bij [de werkgever], met een proeftijd van twee maanden, tegen een bruto maandloon van Afl. 1.900,-, hetgeen volgens de man zal betekenen een netto-maandloon van ca. Afl. 1.750,-. De man heeft aannemelijk gemaakt dat hij maandelijks een bedrag van Afl. 400,- aan huur betaalt. Dat hij andere ongebruikelijke of bijzondere lasten heeft, is niet gebleken. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Gelet op de kosten van de minderjarigen enerzijds, de draagkracht van de ouders anderzijds en het besprokene ter zitting is het gerecht van oordeel dat een maandelijkse bijdrage van Afl. 472,50 door de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven. De ingangsdatum zal worden bepaald op 1 maart 2016, zijnde de datum van de laatste mondelinge behandeling van het verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de door de man, [de man], maandeljks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2007 en van [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2011, op een bedrag van Afl. 236,25 per kind per maand, vanaf 1 maart 2016 en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling, aan de Voogdijraad te voldoen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, en in het openbaar gesproken ter zitting van dinsdag 23 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>