<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-31T17:00:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-08-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 2233 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:520">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-31T16:59:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:520 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 23-08-2016 / EJ nr. 2233 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:520:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>CIV - EJ - alimentatie artikel 1:406 BW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:520:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 23 augustus 2016				 </para>
    <para>Behorend bij EJ nr. 2233 van 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de alimentatiezaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[de moeder]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER, hierna: de moeder,</para>
      <para>procederend in persoon, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[de vader] </emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER, hierna: de vader,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de minderjarige]</emphasis>, de minderjarige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift met producties, ingediend op 30 september 2015;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het minderjarigenverhoor van 1 februari 2016;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 2 februari 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder in persoon, de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand bij mr. J. Koolman en de Voogdijraad bij mr. Y. N. Maduro;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling van 15 maart 2016, waaruit blijkt dat partijen in persoon zijn verschenen. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw A. Flanders en mr. Y.N. Maduro;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling van 24 mei 2016, waaruit blijkt dat de moeder in persoon is verschenen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <para>Uit de moeder is op [geboortedatum] 2001 in Aruba geboren [de minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is op [geboortedatum] 2016 door de vader erkend.   </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De moeder verzoekt het gerecht om de vader te veroordelen tot betaling van een bedrag van Afl. 500,- per maand als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Nu de vader de minderjarige inmiddels heeft erkend, zal het gerecht het verzoek van de moeder om vast te stellen dat de man de vader is van de minderjarige als ingetrokken worden beschouwd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De vader heeft aangevoerd dat hij thans onvoldoende draagkracht heeft om het bedrag van Afl. 500,-- aan kinderalimentatie te voldoen. Desalniettemin heeft de vader, ondanks daartoe in de gelegenheid gesteld, geen stukken ingediend ter onderbouwing van zijn stelling. Nu de vader onvoldoende inzicht heeft verleend in zijn financiële situatie, zal het gerecht ervan uitgaan dat hij in staat moet worden geacht de verzochte bijdrage van Afl. 500,-- per maand te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het verzoek om veroordeling van de vader tot betaling van kinderalimentatie van Afl. 500,-- per maand toegewezen zal worden. De ingangsdatum zal worden bepaald op 1 maart 2016, zijnde de datum waarop de vader wordt geacht van het verzoekschrift op de hoogte te zijn geraakt.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [de vader] om met ingang van 1 maart 2016 en in de toekomst, telkens bij vooruitbetaling, te betalen een bedrag van Afl. 500,--  per maand als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn dochter [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2001 in Aruba,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het anders of meer verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 23 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>