<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:478</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:07:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 1384 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/2211</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:478">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:478</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-27T12:26:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:478 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 18-05-2016 / A.R. 1384 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:478:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Pensioenvordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:478:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 18 mei 2016</para>
    <para>Behorend bij A.R. 1384 van 2014</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Eiseres</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>hierna te noemen: Eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. A.J. Swaen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">CLINICA KUNDALINI N.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>hierna te noemen: Kundalini,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R.E. Yarzagaray.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Eiseres heeft een inleidend verzoekschrift ingediend. Hierop heeft Kundalini een conclusie van antwoord genomen in conventie en tevens een eis ingesteld in reconventie. Eiseres heeft geconcludeerd voor repliek in conventie en voor antwoord in reconventie. Kundalini heeft vervolgens geconcludeerd voor dupliek in conventie en voor repliek in reconventie. Tenslotte heeft Eiseres geconcludeerd voor dupliek in reconventie en een akte uitlating productie in conventie genomen. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <bridgehead role="bold">In conventie</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres voert aan dat zij als werkneemster in dienst is geweest van Kundalini. Zij heeft van Kundalini een pensioentoezegging gekregen, die is vastgelegd in de pensioenbrief gedateerd april 1996. Kundalini verzuimt ondanks aanmaning de pensioenregeling sinds de ingangsdatum van het pensioen correct uit te voeren. Bij vonnis in kort geding (d.d. 12 maart 2014, KG 266/14) is reeds een deel van de achterstallige pensioenvordering toegewezen. Tevens is Kundalini bij dat vonnis veroordeeld om de maandelijks vervallende pensioentermijnen tot een bedrag groot Afl. 1.287,-- uit te keren. In deze procedure vordert Eiseres om Kundalini te veroordelen: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. aan haar te betalen het bedrag van Afl. 31.031,--, vermeerderd met de wettelijke rente over de telkens open gevallen pensioenbedragen van Afl. 2.395,25 vanaf 1 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>II. aan haar levenslang telkens op de eerste van iedere maand vanaf 1 april 2014 te betalen en te blijven betalen Afl. 2.395,25, te verminderen met Afl. 1.287,-- voor zover Kundalini dit inmiddels aan haar heeft betaald.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>III. Met veroordeling van Kundalini in de kosten van de procedure. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Kundalini voert gemotiveerd verweer. Zij erkent dat er een pensioentoezegging aan Eiseres is gedaan, die is vastgelegd in de pensioenbrief. Deze is door de vennootschap in eigen beheer gefinancierd. Evenwel is de dekkingsgraad per ultimo 2014 slechts 10,7%. Aan Eiseres komt slechts toe het bedrag dat is gefinancierd, namelijk zo’n 148,-- per maand. De onderneming is verlieslijdend. Het gestand doen van de toezegging zou de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen. Voorts voert Kundalini aan dat Eiseres de regeling eind 2003 gedeeltelijk heeft afgekocht.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Kundalini voert aan dat Eiseres jarenlang als financieel medewerker voor haar heeft gewerkt. Zij stelt dat Eiseres tussen 1994 en 2003 Afl. 379.261,-- aan opnames heeft gedaan ten laste van de rekening-courant van Kundalini ten behoeve van haar zoon die in Miami woonde en studeerde. Zij betaalde hem US$ 1.860,-- per maand. Kundalini acht deze betalingen buitenproportioneel en onrechtmatig. Deze geschiedden buiten medeweten om van haar directeur (toen nog echtgenoot van Eiseres). Kundalini acht 30% van de betaalde bedragen (in totaal Afl. 117.000,--) onrechtmatig en vordert in reconventie veroordeling van Eiseres tot betaling van dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, kosten rechtens.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Eiseres voert gemotiveerd verweer strekkende tot afwijzing van de vordering. Zij voert aan dat [naam directeur] volledig op de hoogte was en legt ten bewijze daarvan stukken over. Van bovenmatigheid is geen sprake. Haar zoon werkte als hij op Aruba was van tijd tot tijd in het bedrijf. De betalingen dienden voorts mede ter delging van de kosten van de woning in Miami, waar ook de twee zoons van [naam directeur] woonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING </title>
    <bridgehead role="bold">In conventie</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Niet is betwist dat de pensioenaanspraak van Eiseres door partijen is neergelegd in eerder vermelde pensioenbrief. De <emphasis role="italic">berekening</emphasis> van het pensioen door Eiseres op basis van het in deze brief toegekende pensioen is als zodanig niet door Kundalini betwist. Kundalini heeft zich verweerd met de stelling dat zij op haar balans onvoldoende heeft gereserveerd om de toezegging gestand te doen. Dat nu is evenwel geen omstandigheid die zij aan Eiseres kan tegenwerpen. Het pensioen is uitgedrukt als percentage van de pensioengrondslag en niet van de feitelijke voorziening op de balans van Kundalini. Er is in de pensioenbrief onder het kopje “Wijziging van de pensioenregeling” wel een clausule opgenomen waarin de werkgever zich het recht voorbehoudt de pensioenregeling te wijzigen, indien onverminderde voortzetting de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt. Kundalini beroept zich thans wel op een zodanige omstandigheid, maar uit de stellingen van partijen blijkt dat de pensioenregeling in feite niet werd gewijzigd noch werd de pensioenbrief, zoals de genoemde clausule in geval van wijziging voorschrijft, door een nieuwe vervangen (onder andere op dit punt wijkt de onderhavige zaak dan ook relevant af van jurisprudentie waarnaar Kundalini in haar processtukken verwijst). De pensioenbrief waarop Eiseres zich beroept, is derhalve onverminderd geldig. Dat de onderneming onvoldoende heeft gereserveerd is een factor die voor haar rekening dient te blijven. Dit leidt ertoe dat Eiseres aanspraak kan maken op de door haar gevorderde bedragen. Van gedeeltelijke afkoop van het pensioen is niet gebleken. Eiseres heeft de gestelde afkoop ontkend en wijst er terecht op dat de stukken die Kundalini heeft overgelegd ter staving van haar verweer slechts betrekking hebben op het pensioen van de directeur-groot aandeelhouder [naam directeur]. Eiseres heeft nimmer een dergelijke positie bekleed en van afkoop is niet gebleken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Eiseres heeft bij conclusie van antwoord in reconventie kopieën overgelegd van brieven waaruit niet alleen blijkt dat [naam directeur], directeur van Kundalini, op de hoogte was dat zijn stiefzoon in Miami studeerde, maar ook dat hij ten behoeve van derden heeft verklaard dat hij diens kosten voor zijn rekening neemt. Kundalini kan hiermee worden geacht op de hoogte te zijn geweest van en te hebben ingestemd met deze uitgaven ten laste van de rekening-courant van haar groot-aandeelhouder. Op de uitleg van Eiseres waarom haar zoon in vergelijking met andere studenten meer studiegeld ontving, heeft Kundalini bij conclusie van repliek in reconventie niet meer gereageerd. Aldus kan op basis van de stellingen van Kundalini niet worden geconcludeerd dat Eiseres onrechtmatig gelden aan de onderneming heeft onttrokken. De vordering zal worden afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
        <para>Nu Kundalini zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk wordt gesteld, zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van Eiseres. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING </title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">In conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Veroordeelt Kundalini om:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>I. aan Eiseres te betalen Afl. 31.031,--, vermeerderd met de wettelijke rente over de telkens open gevallen pensioenbedragen ad Afl. 2.395,25 vanaf 1 december 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>II. aan Eiseres levenslang vanaf 1 april 2014 op de eerste van iedere maand te betalen en te blijven betalen Afl. 2.395,25 telkens te verminderen met Afl. 1.287,-- per maand voor zover Kundalini dit inmiddels aan haar heeft betaald.</para>
      <para />
      <para>2. Veroordeelt Kundalini in de kosten van de procedure tot op heden begroot op Afl. 750,-- aan griffierechten, Afl. 75,-- aan verschotten en Afl. 1.800,-- aan salaris gemachtigde;</para>
      <para />
      <para>3. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">In reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. Wijst de vordering af;</para>
      <para />
      <para>2. Veroordeelt Kundalini in de kosten van de procedure tot op heden begroot op Afl. 1.800,-- aan salaris gemachtigde.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 mei 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>