<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:472</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-25T15:52:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LAR nr. 1513 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:472">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:472</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-25T15:51:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:472 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 04-07-2016 / LAR nr. 1513 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:472:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>LAR, weigering verlenging verblijfsvergunning voorlopige voorziening getroffen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:472:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 4 juli 2016</para>
    <para>LAR nr. 1513 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam]</emphasis>,</para>
      <para>van Filipijnse nationaliteit,</para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.E.B. Gibbs,</para>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie</emphasis>,</para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigden: mr. N.R. Sneek en dhr. Odor (DIMAS)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 14 juni 2016 heeft verweerder afwijzend beslist op de aanvraag van verzoekster om een (nieuwe) vergunning tot tijdelijk verblijf.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertegen heeft verzoekster bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 juni 2016 heeft zij zich tot het gerecht gewend met het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op 4 juli 2016 behandeld ter zitting, waar verzoekster is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde, en verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is terstond gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk de beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. </para>
        <para>Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Met haar verzoek beoogt verzoekster te bewerkstelligen dat zij hangende de bodemprocedure wordt behandeld als ware zij in het bezit van de door haar gevraagde vergunning. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Ter zitting is heeft verweerder te kennen gegeven dat de bestreden beschikking vragen oproept en het in verband daarmee aan verzoekster zal worden toegestaan de beslissing op haar bezwaarschrift hier te lande mag afwachten. Verweerder heeft daarbij tevens medegedeeld dat het verzoekster gedurende die periode ook is toegestaan de werkzaamheden voor haar werkgever voort te zetten. Desgevraagd heeft verweerder verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. Het gerecht ziet hierin aanleiding het verzoek toe te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat in een procedure als de onderhavige geen wettelijke grondslag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Beslist wordt als volgt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <para> bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoekster, [naam] voor de toepassing van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering wordt behandeld als ware zij in het bezit van een geldige vergunning tot tijdelijk verblijf om in loondienst werkzaam te zijn bij Gynaecologenpraktijk Dr. [naam] N.V., totdat is beslist op het tegen de beschikking van verweerder van 14 juni 2016 ingediende bezwaarschrift;</para>
    <para> gelast dat het door verzoekster gestorte griffierecht ten bedrage van Afl. 25,-- aan haar wordt teruggestort.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 4 juli 2016, in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>