<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:455</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-22T16:25:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 33 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:455">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:455</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-07-22T16:24:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:455 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 28-06-2016 / EJ nr. 33 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:455:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel - EJ - gezag</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:455:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 28 juni 2016</para>
    <para>Behorend bij EJ nr. 33 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[de vader]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERZOEKER, hierna de vader,</para>
      <para>in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[de moeder]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in de Dominicaanse Republiek, </para>
      <para>VERWEERSTER, hierna de moeder,</para>
      <para>niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de minderjarige]</emphasis>, de minderjarige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift ingediend op 8 januari 2016,</para>
    <para>- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 10 mei 2016, waaruit blijkt dat alleen de man is verschenen. De moeder heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.</para>
    <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Uit de moeder is op [geboortedatum] 2006 in de Dominicaanse Republiek geboren [de minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is door de vader erkend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uit de door de vader overgelegde vertaalde stukken blijkt, dat bij uitspraak van 15 juli 2013 van de Civiele Kamer van het Gerecht voor Kinderen en Adolescenten van het Juridisch Arrondissement Santo Domingo in de Dominicaanse Republiek, de rechter onder meer de overeenkomst van 26 maart 2013 tussen partijen, aangegaan ten overstaan van de Officier van Justitie voor Kinderen en Adolescenten van de Provincie Santo Domingo, waarbij de moeder het gezag met betrekking tot de minderjarige overdraagt aan de vader opdat de minderjarige met hem in Aruba woonachtig zal zijn, officieel heeft goedgekeurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <para>Het verzoek strekt tot wijziging van het gezag, in die zin dat de vader met het gezag over de minderjarige wordt belast, dan wel om hem gezamenlijk met de moeder met het ouderlijk gezag over de minderjarige te belasten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De vader heeft ter onderbouwing van zijn verzoek aangevoerd, dat hij geen (tweede) verblijfsvergunning voor de minderjarige, die vanaf 9 september 2013 alhier woont, kan regelen, omdat hij – volgens de Dimas – niet belast is met de uitoefening van het gezag over de minderjarige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het verzoek van de vader is kennelijk gebaseerd op artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Dit artikel biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. Uit de jurisprudentie (HR 27 mei 2005, NJ 2005, 485) volgt dat dit artikel in overeenstemming met artikel 6 lid 1 EVRM aldus moet worden uitgelegd, dat de vader niet alleen om toekenning van eenhoofdig, maar ook van gezamenlijk gezag over het kind kan verzoeken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De hierboven genoemde uitspraak van de Dominicaanse rechter behelst een rechterlijke beslissing omtrent het gezag over en de gewone verblijfplaats van de minderjarige. Uit de uitspraak blijkt dat de vader reeds met het gezag over de minderjarige is belast, en dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige bij hem zal zijn. Nu de vader reeds met de uitoefening van het gezag is belast, kan zijn verzoek niet worden ingewilligd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Voor zover de vader heeft beoogd een verzoek te doen ex artikel 1:26 van het BW, dient ook dit te worden afgewezen nu voornoemde Dominicaanse rechterlijke uitspraak naar zijn aard niet vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent gezag over minderjarigen bevatten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 28 juni 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Inhoudsindicatie: Civiel - EJ - gezag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>