<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:420</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-27T15:40:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ. nr. 1596 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:420">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:420</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-27T15:37:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:420 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 14-06-2016 / EJ. nr. 1596 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:420:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindiging gezamenlijk gezag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:420:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 14 juni 2016</para>
    <para>Behorend bij EJ. nr. 1596 van 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[X]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER, hierna: de moeder,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Y]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERWEERDER, hierna: de vader,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[A]</emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[B]</emphasis>, </para>
      <para>hierna: de minderjarigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 20 oktober 2015, waarbij de rechter de Voogdijraad heeft verzocht om onderzoek in te stellen naar de sociale omstandigheden van partijen en daarover een rapport uit te brengen. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het rapport zijdens de Voogdijraad, ingediend 6 april 2016;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de behandeling van 3 mei 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen bijgestaan door hun gemachtigde. Namens de Voogdijraad zijn aanwezig mevrouw A. Flanders en mevrouw G. Hoogvliets. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de desbetreffende beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gerecht overweegt dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat een van de ouders met het gezag wordt belast, zoals met name indien de (communicatie)problemen tussen de ouders zodanig ernstig zijn dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind bij gezamenlijk gezag van de ouders klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten valt dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. (HR 18 maart 2005, LJN AS8525; vgl. HR 10 september 1999, NJ 2000, 20).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uit het onderzoek van de Voogdijraad is gebleken dat de communicatie tussen de ouders al ruim twee jaar verstoord is. In het rapport van de Voogdijraad staat dat de moeder feitelijk al langer dan twee jaar alleen verantwoordelijk is voor de opvoeding en verzorging van de minderjarigen. De relatie tussen de vader en de minderjarigen is na de echtscheiding ernstig verstoord geraakt. Sinds eind maart 2015 is er geen enkel contact meer geweest tussen de vader en de minderjarigen. De Voogdijraad concludeert dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarigen bij gezamenlijk gezag klem of verloren zullen raken tussen de ouders. De Voogdijraad adviseert dan ook om, in het belang van de minderjarigen, de moeder met het eenhoofdig gezag over hen te belasten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gelet op het rapport van de Voogdijraad en op hetgeen partijen ter zitting over en weer hebben aangevoerd, is het gerecht van oordeel dat een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarigen bij voortzetting van het gezamenlijk gezag klem of verloren zullen raken tussen de ouders en niet valt te verwachten dat er binnen afzienbare tijd voldoende verbetering hierin komt. Dit levert een wijziging van omstandigheden op zoals bedoeld in artikel 1:253n BW, zodat het gerecht het gezamenlijk gezag zal beëindigen en zal bepalen dat het gezag voortaan alleen aan de moeder toekomt. Dit houdt tevens in dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige voortaan bij de moeder zal zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen, zal het gerecht de moeder toestemming verlenen om kosteloos te procederen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent de moeder toestemming om kosteloos te procederen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beëindigt het gezamenlijk gezag van de van elkaar gescheiden [X] en [Y] over de minderjarigen [A], geboren op [datum] 1998 in Aruba en [B], geboren op [datum] 2001 in Aruba,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het gezag over voornoemde minderjarigen voortaan alleen aan de moeder, [X], toekomt, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de griffier deze beslissing aantekent in het gezagsregister,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 14 juni 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>