<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-22T10:12:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">B.B. nr. 1944 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:407">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-22T10:12:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:407 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 08-06-2016 / B.B. nr. 1944 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:407:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, schuldvordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:407:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 8 juni 2016</para>
    <para>Behorend bij B.B. nr. 1944 van 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna ook te noemen: E*,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: G*,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van antwoord, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van repliek, met producties;</para>
        <para>-de tegen G* verleende akte niet dienen van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.	</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERZOCHTE WIJZIGING VAN EIS</title>
    <para>E* heeft - zo het Gerecht begrijpt -  om wijziging van eis verzocht. Dat verzoek wordt afgewezen omdat het voor het Gerecht onvoldoende duidelijk is hoe de door E* beoogde gewijzigde eis precies zou moeten luiden. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>E* verzoekt dat het Gerecht uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens G* beveelt om aan E* te betalen Afl. 5.949,48, te vermeerderen met 15% aan incassokosten en met wettelijke rente gerekend vanaf 12 december 2013.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>G* voert verweer en concludeert dat E* niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot al dan niet gedeeltelijke afwijzing daarvan, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat E* niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van G* wordt daarom verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>G* heeft de (juistheid van) de bij gelegenheid van repliek door E* opgeworpen al dan niet nadere stellingen niet of niet nader bestreden. Die stellingen rechtvaardigen de toewijzing van het in hoofdsom door E* gevorderde bedrag. De daarover gevorderde wettelijke rente en de ingangsdatum daarvan zullen, als zijnde onbestreden, eveneens worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De vordering ter zake van vergoeding van kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte zal worden afgewezen. Gesteld noch is gebleken dat partijen vergoeding van die kosten zijn overeengekomen, en niet is gesteld dat E* schade heeft geleden in de vorm van niet in de proceskostenveroordeling begrepen kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>G* zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van E*, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten. Voor het verzoekschrift van E* en haar conclusie van repliek worden geen punten van het liquidatietarief toegekend, omdat E* in persoon procedeerde en overigens in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt G* om aan E* te betalen Afl. 5.949,48, te vermeerderen wettelijke rente gerekend vanaf 12 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt G* in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van E*, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,--;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 8 juni 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>