<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:379</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-15T12:14:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 1853 en 2188 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:379">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:379</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-15T12:14:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:379 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 26-04-2016 / EJ nr. 1853 en 2188 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:379:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ontzetting ouderlijk gezag afgewezen - gezamenlijk gezag - omgangsregeling</para>
        <para>Gelet op het rapport van de Voogdijraad is het gerecht van oordeel dat voor ontzetting van de moeder uit het ouderlijk gezag over de minderjarige geen gronden bestaan. Gelet op het rapport van de Voogdijraad, en nu de moeder ter zitting heeft ingestemd met gezamenlijk gezag, acht het gerecht beide ouders geschikt en in staat de minderjarige naar behoren te verzorgen en op te voeden.</para>
        <para>Het gerecht ziet aanleiding te bepalen dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader zal zijn. Het gerecht heeft een omgangsregeling tussen de grootmoeder en de minderjarige bepaald.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:379:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 26 april 2016</para>
    <para>Behorend bij EJ nr. 1853 en 2188 van 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van, behorend bij EJ nr. 1853 van  2015:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verzoekster]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER, hierna ook te noemen: de grootmoeder,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. V.A.V. Carlo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verweerder sub 1] </emphasis>
        <emphasis role="bold">en </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">[verweerder sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDERS, hierna ook te noemen: de moeder, respectievelijk de vader,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, de minderjarige,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en in de gevoegde zaak van, behorend bij EJ nr. 2188 van 2015:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verweerder sub 2]</emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verweerder sub 1]</emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERWEERSTER,</para>
      <para>in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, de minderjarige</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE VERDERE PROCEDURE</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 20 oktober 2015, waarbij de Voogdijraad is verzocht onderzoek in te stellen naar de sociale omstandigheden van partijen. De verdere procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het rapport van de Voogdijraad van 22 februari 2016;</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 15 maart 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de grootmoeder bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, de moeder en de vader bijgestaan door hun gemachtigde voornoemd. Namens de Voogdijraad waren aanwezig mevrouw A. Flanders en mevrouw G. Hoogvliets. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beschikking is vervolgens bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="italic">Ontzetting van de moeder uit het ouderlijk gezag </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Gelet op het rapport van de Voogdijraad is het gerecht van oordeel dat voor ontzetting van de moeder uit het ouderlijk gezag over de minderjarige geen gronden, zoals bepaald in artikel 269 lid 1 van het BWA, bestaan. Het verzoek van grootmoeder om de moeder uit het gezag te ontzetten zal dan ook worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezag</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BW). Artikel 1:253c lid 1 BW biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. Uit de jurisprudentie (vgl. HR 27 mei 2005, NJ 2005, 485) volgt dat dit artikel in overeenstemming met artikel 6 lid 1 EVRM aldus moet worden uitgelegd, dat de vader niet alleen om toekenning van eenhoofdig, maar ook van gezamenlijk gezag over het kind kan verzoeken. Aangenomen moet worden dat indien een op eenhoofdig of gezamenlijk gezag gericht verzoek van de vader voorligt, eenhoofdig gezag slechts in aanmerking komt indien de rechter zulks in het belang van het kind wenselijk oordeelt (vgl. GHvJNAA 6-1-2009; ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH0540).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De Voogdijraad schrijft in zijn rapport, dat uit het onderzoek is gebleken dat de ouders met elkaar kunnen communiceren omtrent aangelegenheden die de minderjarige regarderen en dat zij in staat zijn om in onderling overleg dienaangaande beslissingen te nemen. Geadviseerd wordt om de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Gelet op het rapport van de Voogdijraad, en nu de moeder ter zitting heeft ingestemd met gezamenlijk gezag, acht het gerecht beide ouders geschikt en in staat de minderjarige naar behoren te verzorgen en op te voeden. Voorts worden de ouders in staat geacht om zodanig met elkaar te communiceren dat zij tot onderlinge afspraken kunnen komen over de situaties die zich rond de minderjarige kunnen voordoen. Van partijen mag verwacht worden dat zij zich daarvoor zullen inzetten en het gerecht acht hen daartoe in staat. In het belang van de minderjarige zal het gerecht daarom partijen gezamenlijk belasten met het gezag over de minderjarige.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoofdverblijfplaats</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Uit het onderzoek van de Voogdijraad is gebleken  dat de minderjarige bij de vader een stabiele woonplek heeft. De Voogdijraad adviseert derhalve om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader te handhaven. Het gerecht ziet hierin aanleiding te bepalen dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader zal zijn.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omgang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De Voogdijraad adviseert in zijn rapport van 22 februari 2016 om een omgangsregeling tussen de grootmoeder en de minderjarige vast te stellen. Het gerecht acht het in het belang van de minderjarige wenselijk, dat zij omgang met haar grootmoeder heeft. Uit hetgeen ter zitting is besproken, en rekening houdende met de leeftijd van de minderjarige, is het gerecht van oordeel dat onderstaande omgangsregeling, zoals geadviseerd door de Voogdijraad, het meest in het belang van de minderjarige is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Gelet op het door de grootmoeder overgelegde bewijs van onvermogen, zal aan haar toelating worden verleend om kosteloos te procederen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Het gerecht ziet aanleiding de kosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Verleent de grootmoeder toelating om kosteloos te procederen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Wijst af het verzoek van de grootmoeder;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bepaalt dat de vader, [verweerder sub 2], voortaan gezamenlijk met de moeder, [verweerder sub 1], het gezag over [minderjarige], geboren op 3 oktober 2005 in Aruba zal uitoefenen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Bepaalt het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Bepaalt de omgangsregeling tussen de grootmoeder, [verzoekster], en de minderjarige als volgt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>één keer per maand – op de eerste dinsdag van de maand – na school tot 18:00 uur;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van 26 april 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>