<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-03T11:14:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-05-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 3380 van 2013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:346">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-03T11:13:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:346 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 25-05-2016 / A.R. 3380 van 2013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:346:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurovereenkomst. Opschorting. Rente en Incassobeding op factuur. Huurschade.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:346:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 25 mei 2016</para>
    <para>Behorend bij A.R. 3380 van 2013</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">SAFECOM SECURITY N.V.</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Safecom,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">MANTBRACA CORPORATION N.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Mantbraca,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het tussenvonnis van 6 mei 2015;</para>
    <para>- de mondelinge behandeling van 12 juni 2015 en de daarvan gemaakte aantekeningen; </para>
    <para>- de aktes uitlating zijdens partijen dat er geen schikking is getroffen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">generator Afl. 53.713,80</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In het tussenvonnis van 6 mei 2015 heeft het gerecht met betrekking tot de generator (Afl. 53.713,80) overwogen dat nog niet bewezen was dat tussen partijen een huurovereenkomst bestond. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Door Safecom zijn ter gelegenheid van de comparitie prints van e-mailverkeer overgelegd. Daaruit kan blijken dat Mantbraca richting Safecom klaagt over de generator en verlangt, dat die wordt onderhouden en Safecom met die klacht vervolgens aan de slag gaat. Bovendien is bewijs van e-mailverkeer overgelegd waaruit kan blijken dat tussen Safecom en Mantbraca geregeld wordt, dat in verband met Koninginnedag 2013 met behulp van de generator voor licht gezorgd zal worden. Dat e-mailverkeer was ook bekend buiten de kring van […] en zijn directe medewerkers. De inhoud van deze stukken is door Mantbraca niet voldoende gemotiveerd weersproken zodat het gerecht, mede in het licht van de overige stellingen in de conclusies en de daarbij overgelegde bewijsstukken, tot de conclusie komt dat Mantbraca inderdaad een generator van Safecom gehuurd heeft en daarvoor in principe nog moet betalen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Volgens Mantbraca is zij hooguit Afl. 21.000, tot Afl. 24.000, verschuldigd voor tweeëneenhalve maand ter beschikking stellen van de generator en niet circa vijf maanden zoals gefactureerd. Safecom heeft er evenwel op gewezen dat ook in de kerstperiode het Land van Mantbraca verlangde dat de Caya Betico Croes begaanbaar en verlicht was en in dat kader de generator ook toen nodig was. Dat betoog is door Mantbraca niet gemotiveerd weerlegd zodat het gefactureerde bedrag van Afl. 53.713,80 verschuldigd is. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Naar stelling van Safecom is Mantbraca verantwoordelijk voor noodzakelijke reparatie van de generator. Waarom Mantbraca als huurder in het licht van het bepaalde in artikel 7A:1581 lid 1 BW moet worden toegerekend dat de generator moest worden gerepareerd is niet voldoende duidelijk gemaakt. Op Safecom rust immers de uit artikel 7A:1568 en 1569 BW voortvloeiende verplichting om de verhuurde zaak in goede staat van onderhoud aan de huurder ter beschikking te stellen. Uit de door Safecom overgelegde offerte van Dynaf blijkt onvoldoende dat sprake van schade en niet van voor rekening van de verhuurder komend onderhoud en reparatie. Dit deel van de (gewijzigde) vordering wordt afgewezen. <?linebreak?><emphasis role="italic">overige diensten Afl. 122.051,53</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Volgens Mantbraca wordt ten onrechte een vergoeding voor gebruik van kantoorruimte bij Safecom zelf in rekening gebracht. Safecom heeft op de comparitie, naast de al overgelegde en toegelichte stukken, verwezen naar een screenprint van de CMB waaruit blijkt dat (“rent”) voor de maanden maart, april, mei, juni en juli ad Afl. 5.000, aan Safecom betaald werd. Daarenboven verwijst Safecom naar een stuk uit de administratie van Mantbraca (“cashflow forecasting”) waaruit blijkt dat met een betaling van Afl 1.015, per maand rekening werd gehouden. En ten slotte heeft Safecom nog bewijs van e-mailverkeer overgelegd tussen Safecom en Mantbraca (die laatste niet per se in de persoon van […]) waarin wordt verwezen naar betaling voor het gebruik van de kantoorruimte. Dat e-mailverkeer was ook bekend buiten de kring van […] en zijn directe medewerkers. De inhoud van deze stukken is door Mantbraca niet voldoende gemotiveerd weersproken zodat het gerecht, mede in het licht van de overige stellingen in de conclusies en de daarbij overgelegde bewijsstukken, tot de conclusie komt dat Mantbraca inderdaad kantoorruimte van Safecom gebruikt heeft en daarvoor nog moet betalen. De enkele omstandigheid dat diezelfde ruimte ook werd gebruikt door […] als directeur van Safecom brengt niet reeds mee dat dus geen sprake kan zijn van een overeenkomst met betrekking tot het (betaalde) gebruik van die ruimte. Het verweer faalt. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Zoals het gerecht al bij tussenvonnis van 6 mei 2015 heeft overwogen is niet duidelijk gemaakt dat, wat en wanneer vandalisme zou zijn gepleegd en/of zaken zijn gestolen en dat binnen de contractuele relatie met Mantbraca aan de laatste moet worden toegerekend. Dat geldt ook het verwijt dat Safecom daarvan geen aangifte zou hebben gedaan waardoor Mantbraca schadevergoeding onder haar verzekering mis liep. Dat levert dus ook geen grond op om de facturen niet te betalen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Blijft over de stelling dat Safecom op onrechtmatige wijze heeft geprofiteerd van de tekortkoming van Mantbraca’s (toenmalige) directeur […]. <?linebreak?>Om op die grond de betalingsverplichting op te kunnen schorten om uiteindelijk onder de verplichting uit te komen, dient sprake te zijn van een verrekenbare vordering uit hoofde van schadevergoeding. Een dergelijke verrekenbare schadevergoeding laat zich niet op eenvoudige wijze vaststellen (artikel 6:136 BW). Naar het oordeel van het gerecht is daarom in dit geding onvoldoende aangetoond, dat tussen de vordering van Safecom tot nakoming van de overeenkomst van opdracht en de huurovereenkomst enerzijds en de (tegen)vordering uit hoofde van het op onrechtmatige en schadeveroorzakende wijze gebruik maken van een tekortkoming van […] anderzijds, voldoende samenhang bestaat om die opschorting te rechtvaardigen in de zin van artikel 6:52 BW. Het verweer faalt om die reden. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Resteren nog de rentevordering en de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Op de facturen van Safecom staat steeds vermeld: <emphasis role="italic">We reserve the right to charge a 1.5% (18% per Anum) interest per month plus legal expenses on all overdue accounts. </emphasis>Het gerecht gaat er, bij gebrek aan andere aanwijzing, vanuit dat Safecom zich hierop beroept ter onderbouwing van haar vordering in dit opzicht. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>Door het enkele vermelden van deze tekst op de facturen ontstaat evenwel nog geen verplichting daaraan te voldoen. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen. Het gerecht ziet geen aanleiding de grondslag van de vordering ambtshalve aan te vullen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <para>Als de in overwegende mate in het ongelijk te stellen partij zal Mantbraca de proceskosten van Safecom moeten vergoeden. </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Mantbraca tot betaling aan Safecom van een bedrag van Afl. 175.765,33;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Mantbraca in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Safecom worden begroot op Afl. 2.240, aan griffierecht, Afl. 183, aan explootkosten en Afl. 8.100, aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 mei 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>