<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:227</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-12T10:14:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. no. 2331 van 2013</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:227">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:227</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-12T10:13:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:227 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 02-03-2016 / A.R. no. 2331 van 2013</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:227:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel, handelszaak, verdelingskwestie; het Gerecht verbindt aan het niet opvolgen door gedaagde van het aan hem bij tussenvonnis gegeven bevel om alleen door hem verkrijgbare bankafschriften ten behoeve van door eiseres te leveren bewijs in het geding te brengen op de voet van het bepaalde in het derde lid van artikel 141 het rechterlijk vermoeden dat juist is de door eiseres te bewijzen stelling dat gedaagde US$ 850.000,-- aan huurpenningen heeft ontvangen uit hoofde van de verhuur van aan partijen in eigendom toebehorende appartementen door storting of overschrijving van die huurpenningen op de bankrekening van gedaagde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:227:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 2 maart 2016</para>
    <para>Behorend bij A.R. no. 2331 van 2013</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eiseres,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Sint Maarten,</para>
      <para>eiseres in conventie, verweerster in reconventie, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Eiseres,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. H.A. Seferina en C.R.O. Richardson,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gedaagde, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>gedaagde in conventie, eiser in reconventie,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Gedaagde,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. J.G. Bloem en J.P. Westra.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <bridgehead role="italic">in conventie en in reconventie</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 16 september 2015 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-de op 28 oktober 2015 tegen Gedaagde verleende akte van niet dienen van de door hem ingevolge voormeld vonnis te nemen akte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="italic">in conventie en in reconventie</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenvonnissen neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Gedaagde heeft wederom niet voldaan aan het aan hem bij het laatste tussenvonnis gegeven herhaalde bevel om een afschrift van al zijn bankafschriften van zijn bankrekening met rekeningnummer 101193106 vanaf 1992 in het geding te brengen, terwijl is gesteld noch gebleken dat Gedaagde dat bevel niet hoefde op te volgen omdat Eiseres de met de opvolging daarvan gemoeid gaande kosten niet of niet tijdig heeft betaald, zoals bepaald bij voormeld tussenvonnis. Aan dit nalaten verbindt het Gerecht op de voet van het bepaalde in het derde lid van artikel 141 Rv het hiernavolgende hem geraden voorkomende rechterlijk vermoeden als gevolg.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Door bedoelde bankafschriften zoals bij vonnis meermalen bevolen aan Gedaagde niet in het geding te brengen ontneemt Gedaagde Eiseres de (enige) mogelijkheid om haar stelling te bewijzen <emphasis role="underline">dat Gedaagde gerekend vanaf 3 april 1992  US$ 850.000,-- aan huurinkomsten heeft ontvangen uit hoofde van de verhuur van 7 op het recht van erfpacht gebouwde appartementen (en dat door storting of overschrijving van die huurpenningen op de bankrekening van Gedaagde met rekeningnummer 101193106)</emphasis>. In deze omstandigheid ziet het Gerecht grond voor de aanname van het rechterlijk vermoeden dat die door hem onderstreepte stelling juist is. Gedaagde zal in de gelegenheid worden gesteld om zich bij akte uit te laten of hij al dan niet tegenbewijs wenst te leveren ter ontzenuwing van dat vermoeden, en - zo ja - op welke wijze hij dat wenst te doen. De aard van die door Gedaagde te nemen akte brengt met zich dat Eiseres niet in de gelegenheid zal worden gesteld om een antwoord- of contra-akte te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Ten overvloede wordt voor de duidelijkheid en goede orde nog overwogen dat Eiseres bij de huidige stand van zaken niet langer gehouden is om de kosten van mogelijk door de bank van Gedaagde te produceren bankafschriften voor te schieten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>In afwachting van de door Gedaagde te nemen conventionele akte wordt iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-stelt Gedaagde in de gelegenheid om zich bij akte uit te laten over hetgeen hij zich blijkens rechtsoverweging 2.3 dient uit te laten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van 30 april 2016;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bepaalt dat Eiseres niet in de gelegenheid zal worden gesteld om bij akte te reageren op de door Gedaagde te nemen akte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-houdt aan iedere verdere beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>