<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-17T12:03:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1296 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:159">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-17T12:02:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:159 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 09-03-2016 / 1296 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:159:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, beroep op verjaring</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:159:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 9 maart  2016</para>
    <para>Behorend bij 1296 van 2015</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>EISER, hierna ook te noemen: E*,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. F.A. Gibbs,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDE, hierna ook te noemen: G*,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de conclusie van repliek;</para>
    <para>- de conclusie van dupliek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen hebben in 1998 een bedrag ad Afl. 201.335,00 geleend, waarbij werd overeengekomen dat partijen deze lening gelijkelijk zouden aflossen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Van dit bedrag heeft E* Afl. 175.989,47 en G* Afl. 32.596,60 afgelost. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>E* heeft als productie 1 bij verzoekschrift een ‘schuldbekentenis’ overgelegd gedateerd op 27 augustus 2003, waarin G* erkent dat zij een bedrag ad Afl. 64.394,60 aan E* verschuldigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>E* vordert  - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - G* te veroordelen tot betaling van een bedrag ad Afl. 64.394,60, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2015 tot de dag der voldoening alsmede de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Aan deze vordering legt E* ten grondslag dat hij het gevorderde bedrag voor G* heeft afbetaald en zij hiervoor een schuldbekentenis heeft ondertekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>G* voert verweer dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het meest verstrekkende verweer, het beroep op verjaring van de vordering, wordt als eerste behandeld. Indien dit verweer slaagt, behoeven de overige stellingen en weren geen verdere beoordeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Indien er veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat E* de overgelegde schuldbekentenis heeft ondertekend op 27 augustus 2003 heeft het volgende te gelden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>In de schuldbekentenis is geen termijn afgesproken waarbinnen G* de schuld diende af te lossen. Op grond van het bepaalde in artikel 6:38 BWA is de vordering derhalve direct opeisbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 3:318 BWA  is de verjaring van de vordering van E* op G* door het ondertekenen van de schuldbekentenis op 27 augustus 2003 gestuit. Op 28 augustus 2003 is op grond van artikel 3:319 BWA  een nieuwe verjaringstermijn gaan lopen. Anders dan E* is het gerecht van oordeel dat het te kort schieten in de nakoming van een betalingsverlichting niet zonder meer onrechtmatig is. Nu E* geen feiten heeft gesteld die kunnen leiden tot de conclusie dat G* niet alleen tekort is geschoten maar ook onrechtmatig heeft gehandeld jegens E*, is de verjaringstermijn van artikel 3:307 BWA van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 3:307 lid 1 BWA verjaart de vordering van E* op G* na verloop van vijf jaar. De verjaringstermijn is gaan lopen op 28 augustus 2003. Nu gesteld noch gebleken is dat E* de verjaring tijdig heeft gestuit, is de vordering uit hoofde van de schuldbekentenis d.d. 27 augustus 2003 op 28 augustus 2008 verjaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de vordering wordt afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>E* wordt nu hij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>veroordeelt E* in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van G* worden begroot op  Afl. 2.200,00 aan salaris van de gemachtigde.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>