<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T19:06:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 2459 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/495</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:110">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-19T15:47:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:110 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 16-02-2016 / A.R. 2459 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:110:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel - EJ - arbeid - werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7A:1614x BW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:110:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 16 februari 2016</para>
    <para>Behorend bij A.R. 2459 van 2014</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verzoeker]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [verzoeker],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. C.R. Foy,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verweerder 1]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [verweerder 1],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ALGEMEEN BOUWBEDRIJF “ALBO ARUBA” N.V.</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Albo,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Kock.</para>
      <para>de naamloze vennootschap/de rechtspersoon naar vreemd recht</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de tussenbeschikking van 14 oktober 2015;</para>
    <para>- de behandeling ter zitting van 10 november 2015 de daarvan gemaakte aantekeningen;</para>
    <para>- de mededeling op de (aangehouden) zitting van 19 januari 2016 dat partijen niet tot een regeling in der minne zijn gekomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>[verzoeker] is als uitgezonden werknemer voor [verweerder 1] werkzaam geweest bij Albo. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 29 augustus 2013 is [verzoeker] een ongeval overkomen op de werkplek, waarbij [verzoeker] letsel heeft opgelopen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>[verzoeker] verzoekt – uitvoerbaar bij voorraad –veroordeling van [verweerder 1] c.s. tot betaling van Afl. 35.000,, te vermeerderen met de wettelijke rente, met veroordeling van [verweerder 1] c.s. tot vergoeding van de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>[verzoeker] grondt het verzoek erop dat hem een arbeidsongeval is overkomen waardoor hij deels minder valide is geworden en hij schade heeft geleden waarvoor [verweerder 1] en Albo als (juridisch respectievelijk feitelijk) werkgever aansprakelijk zijn. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>[verweerder 1] c.s. voeren hiertegen verweer, met verzoek tot veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1 [</nr>
      <para>[verzoeker] grondt de vordering op de volgende feiten. Op 29 augustus 2013 voerde [verzoeker] werkzaamheden uit op een bouwterrein. Deze werkzaamheden werden hem opgedragen door [verweerder 1] die [verzoeker] had daartoe had uitgeleend aan Albo. [verzoeker] moest met een moker die bestond uit een stalen klopper, bevestigd op een metalen steel/handvat, pinnen in de grond slaan om bekisting vast te houden. Bij het maken van een neerwaartse slagbeweging is de moker uit de handen van [verzoeker] geglipt. In een reflex probeerde [verzoeker] de moker met zijn linkerhand op te vangen. Daardoor raakte de moker de kop van de linker wijsvinger van [verzoeker] die daardoor “crush letsel” opliep. [verzoeker] droeg op het moment van het ongeval speciale timmermanshandschoenen. Volgens [verzoeker] motregende het op het moment van het ongeval. Daardoor werd de stalen steel nat en glipte die [verzoeker] uit handen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Voor het aanvaarden van werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7A:1614x BW dient [verzoeker] gemotiveerd te stellen dat [verweerder 1] c.s., althans een van hen, niet hebben voldaan aan de verplichting – in dit geval – gereedschap ter beschikking te stellen en voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat [verzoeker] in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade zou lijden. Daaraan heeft [verzoeker] niet voldaan.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De enkele omstandigheid dat de metalen steel van de moker, doordat die nat zou zijn geworden – Albo ontkent dat het op het moment van het ongeval (mot)regende – uit de gehanschoende handen van [verzoeker] gleed, brengt niet reeds mee dat [verweerder 1] c.s. aansprakelijk zijn voor het [verzoeker] overkomen bedrijfsongeval. Dat een of deze moker met metalen steel ondeugdelijk zou zijn voor het uitgevoerde werk is niet voldoende toegelicht. Niet bestreden is dat [verzoeker] op het moment van het ongeval veiligheidshandschoenen droeg. Ook is niet bestreden dat [verzoeker] elke donderdagochtend aan veiligheidsbijeenkomsten deel nam. Hij heeft dat bij de comparitie ook bevestigd. Niet voldoende toegelicht is in welke mate het aan (veiligheids)instructies zijdens [verweerder 1] c.s. zou hebben ontbroken. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het ongeval moet daarom worden aangemerkt als een ongelukkige samenloop van omstandigheden met, voor [verzoeker], nare gevolgen. Daarvoor zijn [verweerder 1] c.s. echter niet aansprakelijk. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zal [verzoeker] de proceskosten van g: c.s. moeten vergoeden. Voor [verweerder 1] worden die begroot op nihil. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [verweerder 1] worden begroot op nihil en van Albo worden begroot op Afl. 2.700, aan salaris van de gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 16 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>