<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2016:107</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-17T12:11:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. no. 2928 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:107">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2016:107</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-17T12:10:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2016:107 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 27-01-2016 / K.G. no. 2928 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2016:107:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel, wanbetaling, geldvordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2016:107:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 27 januari 2016</para>
    <para>K.G. no. 2928 van 2015</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in kort geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DEUTSCHE BANK TRUST COMPANY AMERICAS</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,</para>
      <para>domicilie kiezende te Aruba te kantore van na te melden gemachtigden,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mr. B. Huiskes en mr. M.R. Hammoud,</para>
      <para>eiseres,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar het recht van de staat Delaware (Verenigde Staten van Amerika)</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">AIROSARU DRILLING LLC</emphasis>,</para>
      <para>domicilie kiezende te Aruba te kantore van na te melden gemachtigde,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E. Pennings,<?linebreak?>gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>
      <?linebreak?>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de openbare terechtzitting van 21 januari 2016, waar partijen bij hun gemachtigden zijn verschenen en het woord hebben gevoerd.  </para>
    <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering en het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres voert het volgende aan. Gedaagde is de geregistreerde eigenaresse van het schip Cerrado, varend onder de vlag van de Republiek der Marshalleilanden. Gedaagde heeft ter financiering van een te bouwen boorschip uit hoofde van een overeenkomst (“Credit Agreement”) geld geleend van verschillende geldschieters, die worden vertegenwoordigd door Mizuho Corporate Bank Ltd. als “Administrative Agent”. Gedaagde en eiseres zijn partij bij een “Collateral Agency and Security Deposit Agreement”, op grond waarvan eiseres, tot zekerheid voor de voldoening van haar verplichtingen uit hoofde van de “Credit Agreement”, het eerste recht van hypotheek op het schip Cerrado houdt. Eiseres handelt op last van de geldschieters overeenkomstig genoemde overeenkomsten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Gedaagde is meerdere betalingsverplichtingen uit de “Credit Agreement” niet nagekomen. Zij is overeenkomstig de contractuele voorwaarden “in default” geraakt. Thans zijn alle vorderingen uit hoofde van de “Credit Agreement” opeisbaar geworden en is eiseres bevoegd haar hypotheekrecht uit te oefenen. Zij stelt dat gedaagde de vordering erkent en overlegt daartoe als productie 9 een kopie van een ondertekend document getiteld “Airosaru Drilling, LLC’s Acknowledgement of Obligations Owing Under Credit Agreement”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Eiseres stelt een spoedeisend belang bij haar geldvordering in kort geding (en, zoals ter zitting toegelicht, het in het kielzog daarvan uit te oefenen hypothecaire recht) te hebben. Voor het schip worden dagelijks aanzienlijke kosten gemaakt. Naarmate het schip langer stil ligt, zal het verder in waarde dalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Eiseres stelt dat de Arubaanse rechter bevoegd is, nu het schip zich bevindt in de territoriale wateren van Aruba. Eiseres geeft aan met verlof van de Arubaanse rechter het schip in conservatoir beslag te hebben genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van US$ 559.498.446,03, zijnde de hoofdsom, te vermeerderen met rente, berekend tot en met 9 december 2015 op US$ 28.146.345,48, te vermeerderen met de rente en kosten zoals omschreven in artikel 3.02 van de “Credit Agreement”. Tevens vordert zij veroordeling van gedaagde in de beslagkosten en veroordeling van haar in de kosten van de procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Namens gedaagde is ter zitting aangegeven dat geen verweer wordt gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Voor toewijzing van een vordering in kort geding is vereist dat op basis van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht en zonder nadere bewijsvoering geoordeeld kan worden dat de bodemrechter deze met grote mate van waarschijnlijkheid zal toewijzen. Tevens dient voldoende aannemelijk te zijn dat eiseres een spoedeisend belang heeft bij de vordering in kort geding. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Nu de stellingen van eiseres het gevorderde – voorshands geoordeeld - kunnen dragen en gedaagde in dit geding is verschenen doch geen verweer heeft gevoerd, is waarschijnlijk geworden dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Nu eiseres een aannemelijk spoedeisend belang heeft gesteld en daartegen evenmin verweer is gevoerd, ligt ook daarin geen belemmering de vordering toe te wijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De vordering van eiseres zal derhalve worden toegewezen. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure zijdens eiseres, met uitzondering van de kosten voor het conservatoir beslag. Deze dienen te worden beoordeeld in de aangespannen bodemprocedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing </title>
    <para>De rechter in dit gerecht, recht doende in kort geding:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van US$ 559.498.446,03, te vermeerderen met rente, berekend tot en met 9 december 2015 op US$ 28.146.345,48 en te vermeerderen met de rente en kosten zoals omschreven in artikel 3.02 van de Credit Agreement.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding aan de zijde van eiser tot op heden begroot op Afl. 7.500,-- aan griffierechten, nihil aan verschotten en Afl. 1.500,-- voor salaris gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 januari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>