<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T14:42:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-06-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. 572 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:91">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-06-19T09:06:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:91 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 10-06-2015 / K.G. 572 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:91:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betalen schuldvordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:91:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 10 juni 2015</para>
    <para>Behorend bij K.G. 572 van 2015</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS IN KORT GEDING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiseres],</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [EISERES],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de openbare rechtspersoon <emphasis role="bold underline">HET LAND ARUBA</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Het Land,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaten mrs. J.P. Sjiem Fat en D.M. Canwood.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het tussenvonnis van 13 mei 2015; </para>
    <para>- de pleitnota van eiseres gefaxt op 15 mei 2015;</para>
    <para>- de producties van eiseres gefaxt op 22 mei 2015;</para>
    <para>- de aantekening van de comparitie van partijen gehouden op 29 mei 2015.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>[eiseres] heeft in of omstreeks medio 2013 goederen aan het Land verkocht en geleverd, alsmede in opdracht van het Land diensten verricht. Factuurnummer 16 ten bedrage van Afl. 317.042,86 is de specificatie van bedoelde diensten en levering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 30 januari 2014 heeft tussen [eiseres] en het Land een bespreking plaatsgevonden, waarbij partijen de afspraak hebben gemaakt dat bij het bevestigen c.q. goedkeuren van de begroting 2014 van het Land Aruba rekening gehouden zou worden met betaling van deze openstaande factuur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De goedkeuring van de begroting van het Land Aruba was rond 31 maart 2014 nog niet rond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Om zijn schade te beperken heeft [eiseres] een factorovereenkomst aangegaan met Factor Plus m.b.t. deze factuur nummer 16. Dit factorovereenkomst hield in dat de vordering van [eiseres] voor 100% overgenomen wordt door Factors  Plus, onder de voorwaarde dat 80% van de hoofdsom alvast bij de cessie aan [eiseres] wordt afgedragen en de resterende 20% pas op het moment dat het Land  de gehele factuur 16 aan Factor Plus heeft voldaan. Zolang factuur niet is voldaan, is [eiseres] een “factorloon” verschuldigd aan Factor Plus.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Betaling van deze factuur door het Land is nog steeds niet voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Het factorloon over het jaar 2014 bedraagt Afl. 22.480,63.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>[eiseres] vordert – uitvoerbaar bij voorraad – het Land te veroordelen tot betaling aan Factor Plus, binnen 8 dagen na betekening van dit vonnis, een bedrag van Afl. 317.042,86, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2014 – althans vanaf een door het Gerecht in goede justitie vast te stellen andere datum –, alsmede tot betaling aan [eiseres]ten titel van voorschot op schadevergoeding een bedrag van Afl. 22.480,63, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, op straffe van een dwangsom van Afl. 5.000,- voor iedere dag of dagdeel dat het Land niet (of niet geheel) voldoet aan deze verplichting, alles met veroordeling van Land Aruba tot vergoeding van de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het Land erkent de hoofdvordering ad Afl. 317.042,86, maar voert verweer tegen het gevorderde schadevergoeding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Voor wat betreft de door het Land erkende hoofdvordering kan deze als onweersproken worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Met betrekking tot de gevorderde schadevergoeding wijst het gerecht, op Boek 6 artikel 119 van het Burgerlijke Wetboek van Aruba. De schadevergoeding verschuldigd wegens vertraging in voldoening van een geldsom, bestaat in de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim is geweest. Dit brengt met zich mee dat enkel de gevorderde wettelijke rente toewijsbaar is. Het gerecht zal op grond daarvan de gevorderde schadevergoeding afwijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het gerecht ziet geen aanleiding om de gevorderde dwangsom toe te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zal het Land tot vergoeding van de kosten van [eiseres]worden veroordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt het Land om binnen 8 dagen na betekening van dit vonnis tot betaling aan Factor Plus het bedrag van Afl. 317.042,86, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2014;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt het Land in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiseres] worden begroot op Afl. 3.400, aan griffierecht, Afl. 218,70 aan explootkosten en Afl. 5.400, (2 punten) aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 juni 2015 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>