<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-08T10:29:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">536 van 2015 323 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:576">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-08T10:28:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:576 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 27-11-2015 / 536 van 2015 323 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:576:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arubaanse strafzaak. Het gerecht heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden (met toepassing van art. 1:138 Sr) voor schuldheling, bedreiging, mishandeling en het in bezit hebben van verdovende middelen. Bij het opleggen van de straf is rekening gehouden met de veroordeling van dezelfde datum in een andere strafzaak tegen verdachte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:576:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>S T R A F V O N N I S</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>thans alhier gedetineerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2015. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend. De raadslieden van verdachte, mrs. V.A.V. Carlo en C.A.P. Schröder, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak met parketnummer P-2015/08038 is de verdachte tijdens de pro-forma behandeling op 25 september 2015 verschenen. Tijdens de terechtzitting van 6 november 2015, waarop de zaken met parketnummers P-2014/12207 en P-2014/02837 voor het eerst werden aangebracht, is de verdachte niet verschenen nadat hij afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. Het gerecht heeft ter terechtzitting op vordering van de officier van justitie verstek verleend in de nieuw aangebrachte zaken en daarna de zaken met parketnummers P-2015/08038, P-2014/12207 en P-2014/02837 gevoegd behandeld. De zaak met parketnummer P-2015/08038 is op tegenspraak gebleven, nu de verdachte tijdens de pro-forma behandeling is verschenen. Om de verdachte niet het recht te ontnemen tegen de zaken met parketnummers P-2014/12207 en P-2014/02837 in verzet te kunnen gaan, ziet het gerecht aanleiding om de gevoegde zaken alsnog te splitsen. Tussen de zaken bestaat geen verband en gevoegde behandeling van de zaken is, gelet op de achteraf geconstateerde omstandigheden, niet langer in het belang van het onderzoek. De zaak met parketnummer P-2015/08038 zal bij apart vonnis worden afgedaan en onderhavig vonnis zal nog slechts de zaken met parketnummers P-2014/12207 en P-2014/02837 beslaan.</para>
      <para>Waar hierna wordt gesproken van ‘de zaak’ of ‘het vonnis’, wordt daarmee aldus bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan de orde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van feit 1 in de zaak met parketnummer P-2014/02837 vrij te spreken en ter zake van de overige feiten in de zaken met parketnummers P-2015/08038, P-2014/12207 en <?linebreak?>P-2014/02837 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/12207:</emphasis>
      </para>
      <para>Door de officier van justitie is teruggave gevorderd van het inbeslaggenomen geld ten bedrage van Afl. 8.966,=.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman, mr. V.A.V. Carlo, heeft het woord ter verdediging gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/02837:</emphasis>
      </para>
      <para>Door de officier van justitie is verbeurdverklaring gevorderd van de inbeslaggenomen messen en de bivakmuts. Onttrekking aan het verkeer is gevorderd van de inbeslaggenomen verdovende middelen en teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen telefoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw, mr C.A.P. Schröder, heeft het woord ter verdediging gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/12207:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">1. Schuldheling van bij [slachtoffer] gestolen goederen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat hij in of omstreeks de periode van 18 augustus 2014 tot en met 20 augustus 2014,</para>
    </parablock>
    <para>- vier gouden ringen (van het merk [merk]) en/of</para>
    <para>- een polshorloge (van het merk [merk]),</para>
    <para>in elk geval een of meerdere  gouden siera(a)d(en) en/of horloge(s) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van dat/die siera(a)d(en) en/of horloge(s) redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(artikel 2:399 lid 1 sub a van het Wetboek van Strafrecht)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2. Vervoer en/of bezit en/of aanwezig hebben van cocaïne </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat hij op of omstreeks 20 augustus 2014 in Aruba, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld, heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(artikel 3 lid 1 van de Landsverordening verdovende middelen)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">3. Vervoer en/of bezit en/of aanwezig hebben van hennep</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat hij op of omstreeks 20 augustus 2014 in Aruba opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(artikel 4 lid 1 van de Landsverordening verdovende middelen)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/02837:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. dat hij op of omstreeks 12 maart 2014, te Aruba, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk de ambtenaren van politie, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] van het leven te beroven, met dat opzet als bestuurder van een personenauto (van het merk [auto], gekentekend [kentekennummer]) met dat voertuig op voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] is ingereden/afgereden terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(artikel 2:259 jo artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat hij op of omstreeks 12 maart 2014 te Aruba, de ambtenaren van politie, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931, immers is verdachte, toen en aldaar als bestuurder van een personenauto (van het merk [auto], gekentekend [kentekennummer]) met dat voertuig op voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ingereden/afgereden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. dat hij op of omstreeks 12 maart 2014 te Aruba, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk dreigend een mes (met een geel handvat) gericht op, althans een mes (met een geel handvat) in de richting van genoemde [slachtoffer 4] gehouden en/of daarbij gezegd/geschreeuwd: ” Awo bo ta bai wak ki konjo ta bai pasa”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. hij op of omstreeks 11 maart 2014, te Aruba, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 5] op/aan haar lichaam heeft geslagen en/of geschopt, waardoor die [slachtoffer 5] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(artikel 2:273 van het Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. dat hij op of omstreeks 12 maart 2014 te Aruba al dan niet opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld, heeft vervoerd en/of in bezit en/of aanwezig heeft gehad;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(artikel 3 van de Landsverordening verdovende middelen)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bevoegdheid van het gerecht</emphasis>
      </para>
      <para>Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Redenen voor schorsing van de vervolging</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewijsbeslissingen</title>
    <parablock>
      <para>A. <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/02837:</emphasis>
      </para>
      <para>Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en zal de verdachte daarvan, conform de vordering van de officier van justitie vrijspreken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">B. Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/12207:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. dat hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 18 augustus 2014 tot en met 20 augustus 2014,</para>
    <para>- vier gouden ringen (van het merk [merk]) en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- een polshorloge (van het merk [merk]),</para>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">in elk geval een of meerdere  gouden siera(a)d(en) en/of horloge(s) heeft verworven en/of</emphasis> voorhanden heeft gehad en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van <emphasis role="strike-through">het verwerven en/of</emphasis> het voorhanden krijgen van <emphasis role="strike-through">dat/</emphasis>die siera<emphasis role="strike-through">(a)</emphasis>d<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> horloge<emphasis role="strike-through">(s)</emphasis> redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> door misdrijf verkregen goed<emphasis role="strike-through">(</emphasis>eren<emphasis role="strike-through">)</emphasis> betrof;</para>
    <para />
    <para>2. dat hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 20 augustus 2014 in Aruba, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen <emphasis role="strike-through">of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld</emphasis>, heeft vervoerd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> in bezit en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> aanwezig heeft gehad;</para>
    <para />
    <para>3. dat hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 20 augustus 2014 in Aruba opzettelijk hennep, <emphasis role="strike-through">althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt,</emphasis> als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen <emphasis role="strike-through">of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I</emphasis>, heeft vervoerd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> in bezit en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> aanwezig heeft gehad;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/02837:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. dat hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 12 maart 2014 te Aruba, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht <emphasis role="strike-through">en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling</emphasis> met gebruikmaking van wapenen als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenverordening 1931, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk dreigend een mes <emphasis role="strike-through">(met een geel handvat) gericht op, althans een mes (met een geel handvat)</emphasis> in de richting van genoemde [slachtoffer 4] gehouden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> daarbij gezegd<emphasis role="strike-through">/geschreeuwd</emphasis>: ” Awo bo ta bai wak ki konjo ta bai pasa”, althans woorden van gelijke dreigende aard en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> strekking;</para>
    <para />
    <para>3. hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 11 maart 2014, te Aruba, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 5] <emphasis role="strike-through">op/aan haar lichaam</emphasis> heeft geslagen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> geschopt, waardoor die [slachtoffer 5] <emphasis role="strike-through">letsel heeft bekomen en/of</emphasis> pijn heeft ondervonden,</para>
    <para />
    <para>4. dat hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 12 maart 2014 te Aruba <emphasis role="strike-through">al dan niet</emphasis> opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen <emphasis role="strike-through">of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld</emphasis>, heeft vervoerd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> in bezit en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> aanwezig heeft gehad;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold underline">5. Bewijsmiddelen</bridgehead>
    <para>De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/12207:</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft gesteld dat er geen sprake is van schuldheling, nu verdachte de sieraden enkel voorhanden heeft gehad en even heeft omgedaan. Daarna heeft hij de sieraden weer teruggeven aan de derde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht verwerpt dit verweer. Immers, ook het voorhanden hebben en overdragen van goederen afkomstig van misdrijf is strafbaar gesteld. Uit de in het dossier opgenomen foto’s blijkt dat verdachte de sieraden wel degelijk voorhanden heeft gehad en daar vervolgens foto’s mee heeft gemaakt. Verdachte ontkent dit overigens ook niet, terwijl verdachte zelf heeft verklaard dat hij vermoedde dat de sieraden van diefstal afkomstig waren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/12207:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. schuldheling,</para>
    <para>strafbaar gesteld bij artikel 2:399 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para>2. opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder A van de Landsverordening verdovende middelen,</para>
    <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.</para>
    <para />
    <para>3. opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen,</para>
    <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/02837:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, met gebruikmaking van wapenen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wapenverordening,</para>
    <para>strafbaar gesteld bij artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para>3. mishandeling,</para>
    <para>strafbaar gesteld bij artikel 2:273 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
    <para>4. opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder A van de Landsverordening verdovende middelen,</para>
    <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid van de verdachte </title>
    <para>De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Oplegging van straf of maatregel</title>
    <para>Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/12207:</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldheling. Heling bevordert diefstal, waardoor het gerecht verdachte dit handelen zwaar aanrekent. Voorts zijn er tevens verdovende middelen in het bezit van verdachte aangetroffen. Het is een feit van algemene bekendheid, met welk feit ook verdachte bekend wordt geacht, dat verdovende middelen niet alleen schadelijk zijn voor de gezondheid, doch tevens de spil vormen in een circuit van geweld en leed dat veel onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaakt. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van dit gewelddadige circuit. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is dan ook geïndiceerd.  </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/02837:</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zijn partner, na een discussie tussen beiden, mishandeld. Vervolgens heeft hij ook een vriendin van zijn partner bedreigd met een mes. Relationeel geweld maakt niet alleen inbreuk op de lichamelijke integriteit en gezondheid van de slachtoffers, maar heeft vaak ook lange tijd daarna nog (psychische) gevolgen voor hen. Het door verdachte gepleegde geweld heeft zich zelfs tot buiten de relatie met zijn partner uitgestrekt. Bovendien zijn er tevens verdovende middelen in het bezit van verdachte aangetroffen. Het is een feit van algemene bekendheid, met welk feit ook verdachte bekend wordt geacht, dat verdovende middelen niet alleen schadelijk zijn voor de gezondheid, doch ook het bewustzijn (in negatieve zin) beïnvloeden. Daarbij wordt tevens in aanmerking genomen, zoals hiervoor overwogen, dat verdachte met zijn handelen tevens heeft bijgedragen aan het in standhouden van het zeer gewelddadige drugscircuit. Ook dit handelen wordt verdachte dan ook zwaar aangerekend, waardoor ook hiervoor een vrijheidsontnemende straf is geïndiceerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten nadele van verdachte geldt dat dat hij reeds eerder is veroordeeld, waaronder tevens voor gewelddelicten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur. Het gerecht houdt bij de strafoplegging rekening met de veroordeling in de zaak met parketnummer P-2015/08038.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Inbeslaggenomen voorwerpen</title>
    <parablock>
      <para>A. <emphasis role="underline">Onttrekking aan het verkeer</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/12207:</emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de in beslaggenomen verdovende middelen zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat deze middelen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/02837:</emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de in beslaggenomen verdovende middelen en de bivakmuts zal onttrekking aan het verkeer worden uitgesproken, omdat deze middelen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>B. <emphasis role="underline">Verbeurdverklaring</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/02837:</emphasis>
      </para>
      <para>Het in beslag genomen mes met de ronde punt en zwart handvat, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat het aan verdachte toebehoort, dat met behulp daarvan het feit 2 is begaan of voorbereid zal verbeurd worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>C. <emphasis role="underline">Teruggave</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/12207:</emphasis>
      </para>
      <para>De teruggave zal worden gelast van het inbeslaggenomen geld, de somma van Afl. 8.966,= aan de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">P-2014/02837:</emphasis>
      </para>
      <para>De teruggave zal worden gelast van de in beslag genomen messen met scherpe punt, één met oranje handvat en één met zwarte handvat, aan de heer [broer verdachte], nu die niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De teruggave zal worden gelast van de in beslag genomen rode telefoon van het merk Nokia aan de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:62, 1:68, 1:74, 1:75, 1:76, 1:136 en 1:138 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals in rubriek 4B bewezen geacht heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">ZES (6) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">onttrekt aan het verkeer</emphasis> de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart verbeurd</emphasis> de in rubriek 9B genoemde voorwerpen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">gelast de teruggave</emphasis> de in rubriek 9C genoemde voorwerpen aan [broer verdachte] (de twee messen) en aan verdachte (het geldbedrag);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. M. Schoemaker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 27 november 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>