<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-19T11:39:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. 2134 van 2015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:497">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-19T11:38:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:497 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 11-11-2015 / K.G. 2134 van 2015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:497:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>nakoming vaststellingsovereenkomst</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:497:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Vonnis in kort geding van 11 november 2015</para>
  <para>Behorend bij K.G. 2134 van 2015 enquête </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>VONNIS IN KORT GEDING</para>
    <para>in de zaak van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">E*</emphasis>,</para>
    <para>te Aruba, </para>
    <para>hierna ook te noemen: Eiser,</para>
    <para>gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">G*</emphasis>, </para>
    <para>te Aruba, </para>
    <para>hierna ook te noemen: Gedaagde,</para>
    <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">DE PROCEDURE</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
  </parablock>
  <para>- het verzoekschrift;</para>
  <para>- de pleitnota van Gedaagde met eis in reconventie;</para>
  <para>- de aantekeningen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling.;</para>
  <para>- de akte van uitlating van Eiser van 20 oktober 2015;</para>
  <para>- de akte van uitlating van Gedaagde van 22 oktober 2015.</para>
  <parablock>
    <para>Aan partijen is kenbaar gemaakt dat vandaag vonnis zou worden gewezen. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen zijn ex-echtelieden. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Ter zitting van 15 april 2015 hebben partijen ter beëindiging van hun toenmalige geschil een vaststellingsovereenkomst gesloten. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Onderdeel van de afspraak tussen partijen is dat aan Eiser - onder nadere voorwaarden - de voormalige echtelijke woning werd toebedeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Eiser vordert in conventie – kort gezegd – nakoming van de verdelingsafspraak, met veroordeling van Gedaagde tot vergoeding van de proceskosten waaronder de beslagkosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Eiser grondt de vordering erop dat Gedaagde tekortschiet in de nakoming van de uit de vaststellingsovereenkomst voortvloeiende verplichting mee te werken aan toedeling door ondertekening van de daartoe strekkende notariële akte. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Gedaagde voert hiertegen verweer, met vordering  tot veroordeling van Eiser in de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Gedaagde vordert in reconventie afgifte van de schriftelijk opgave van betaalde rente op leningen van Island Finance, CMB en RBC, met veroordeling van Eiser tot vergoeding van de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Gedaagde grondt de vordering erop dat zij deze opgave nodig heeft voor haar belastingaangifte. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Eiser voert tegen de vordering in reconventie verweer, met vordering tot veroordeling van Gedaagde in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Uit de na de mondelinge behandeling overgelegde stukken blijkt dat partijen over en weer (op zijn minst een begin van) uitvoering hebben gegeven aan de nadere afspraken zoals die zijn gemaakt ter zitting van 13 oktober 2015. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De kortgedingrechter wenst daarom geïnformeerd te worden of inmiddels de akte van verdeling is opgemaakt en namens Gedaagde door haar gemachtigde is getekend en Gedaagde met de door Eiser afgegeven machtigingen de benodigde informatie heeft gekregen van de desbetreffende banken. Als dat nog niet het geval is komt het de kortgedingrechter voor dat partijen met een minimum aan goede wil, zo nodig met tussenkomst van hun advocaten, alsnog tot uitvoering van de afspraken zouden moeten kunnen overgaan. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De beslissing wordt daarom aangehouden. Partijen moeten zich uiterlijk 18 november a.s. schriftelijk uitlaten over de uitvoering van de afspraken. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de (rol)zitting van 18 november 2015 voor uitlating van beide zijden, <emphasis role="bold">peremptoir</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 november 2015 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>