<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2015:399</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T21:02:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 2557 van 2014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:399">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2015:399</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-10-09T11:50:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2015:399 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 06-10-2015 / EJ nr. 2557 van 2014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2015:399:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wijziging ouderlijk gezag en omgangsregeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2015:399:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 6 oktober 2015   </para>
    <para>Behorend bij EJ nr. 2557 van 2014</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">A</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER, hierna: de man,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">B</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERWEERSTER, hierna: de vrouw,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E. Rosenstandt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE</title>
    <para>Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van 15 april 2015. De verdere procedure blijkt uit:</para>
    <parablock>
      <para> de producties overgelegd door de vrouw op 21 augustus 2015;</para>
      <para> de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 25 augustus 2015, waar partijen zijn verschenen in persoon, bijgestaan door hun gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para>De uitspraak .</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Gebleken is dat geen der partijen gevolg heeft gegeven aan de hun in de beschikking van 15 april 2015 gegeven opdracht tot betaling van een voorschot op de kosten van de Voogdijraad Curaçao ter zake van het door deze te verrichten onderzoek naar de sociale omstandigheden van partijen. Dit onderzoek heeft dientengevolge niet plaatsgevonden. Op grond van de mondelinge behandeling op 25 augustus 2015 is het gerecht thans van oordeel dat een onderzoek als hiervoor bedoeld niet langer nodig is. Daartoe wordt als volgt overwogen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gezag</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de beoordeling van de vraag welke gezagsvoorziening in het belang van de minderjarige wenselijk is, neemt het gerecht het volgende in aanmerking. </para>
        <para>Uitgangspunt is dat slechts in uitzonderingsgevallen kan worden aangenomen dat het belang van het kind vereist dat alleen een van de ouders met het gezag over hem wordt belast, zoals met name indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind bij gezamenlijk gezag van de ouders klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen (vgl. HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8525).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Gebleken is dat partijen inmiddels onderling tot een omgangsregeling zijn gekomen die die in zijn algemeenheid goed wordt nageleefd. De omvang van deze omgangsregeling rechtvaardigt het vermoeden dat partijen in elk geval op zakelijk niveau met elkaar kunnen communiceren over de opvoeding van de minderjarige. Concrete aanwijzingen voor het tegendeel zijn het gerecht niet gebleken. Daarbij is in aanmerking genomen dat het verzet van de vrouw tegen het delen van het gezag over de minderjarige vooral is gebaseerd op haar vermoeden dat de man niet oprecht is in zijn wens om mede met het gezag te worden belast. Voor dit vermoeden, dat door de man wordt weersproken, vindt het gerecht evenwel onvoldoende concrete aanknopingspunten. Bezien in het licht van de hiervoor weergegeven maatstaf, ziet het gerecht daarom geen beletsel voor toekenning van het verzoek van de man. Het verzoek wordt derhalve ingewilligd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omgang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het gerecht zal de omgangsregeling vaststellen zoals die door partijen wordt gehanteerd, met enige aanvullingen, waar het de vakanties betreft. Ook over die aanvullingen bestaat tussen partijen in grote mate overeenstemming. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de vader, A, voortaan gezamenlijk met de moeder, B, het gezag over C, geboren op …. 2011 in Aruba, zal uitoefenen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de griffier van dit gerecht deze beslissing zal aantekenen in het gezagsregister;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de omgangsregeling tussen de vader, A, en de minderjarige C, geboren op …. 2011 in Aruba, als volgt:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> om de week een weekeinde, aanvangende op vrijdag na schooltijd en eindigende op maandag tot het begin van de school; indien er geen schoollessen zijn vangt de omgang aan op vrijdag 14.00 uur en eindigt zij op zondag 18.00 uur;</para>
      <para> gedurende de grote schoolvakantie (zomervakantie): gedurende ten minste twee weken;</para>
      <para> gedurende de paas-, herfst- en kerstvakantie: gedurende de helft van deze vakanties, met dien verstande dat de minderjarige om het jaar de kerstdagen, dan wel oud- en nieuwjaar bij de vader doorbrengt (de minderjarige brengt in een bepaald jaar dus hetzij de Kerst, hetzij Oud- en nieuwjaar bij de vader door);</para>
      <para> de verjaardag van de minderjarige: om het jaar;</para>
      <para> Vaderdag: in elk geval van 10.00 uur tot 18.00 uur; omgekeerd geldt dat de minderjarige op Moederdag in elk geval van 10.00 tot 18.00 uur bij de moeder verblijft;</para>
      <para> de verjaardag van de vader: gedurende ten minste vier uren; omgekeerd geldt dat de minderjarige op de verjaardag van de moeder gedurende ten minste vier uren bij de moeder verblijft;</para>
      <para> vrij telefonisch contact met de minderjarige, met dien verstande dat de vader zijn wens om de minderjarige te spreken een half uur van tevoren aan de moeder kenbaar maakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van 6 oktober 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>